Wat is Dry Needling? De complete gids voor patiënten en fysiotherapeuten

Wat is Dry Needling? De complete gids voor patiënten en fysiotherapeuten

Dry Needling is inmiddels een veelgebruikte behandeltechniek binnen de fysiotherapie. Met een dunne naald worden spieren en andere neuromusculoskeletale weefsels geprikkeld met als doel pijn te verminderen en bewegen gemakkelijker te maken. De techniek wordt vooral toegepast bij spiergerelateerde pijn en klachten waarbij zogenaamde myofasciale triggerpoints een mogelijke rol spelen.

Toch bestaan er veel vragen over Dry Needling. Is het hetzelfde als acupunctuur? Wat gebeurt er precies wanneer een naald in een spier wordt gebracht? Moet een spier altijd reageren met een local twitch response? En hoe sterk is het wetenschappelijke bewijs eigenlijk?

De afgelopen jaren is veel onderzoek naar Dry Needling gepubliceerd. Daaruit ontstaat een steeds genuanceerder beeld. Dry Needling kan bij verschillende musculoskeletale pijnklachten op korte termijn bijdragen aan pijnvermindering, maar is geen behandeling die voor iedere patiënt of iedere klacht automatisch werkt. De beste resultaten lijken vaak te ontstaan wanneer Dry Needling wordt ingezet als onderdeel van een bredere behandeling waarin ook beweging, oefentherapie en het opbouwen van belastbaarheid een plaats hebben (Chys et al., 2023; Gattie et al., 2017).

Wat is Dry Needling?

Bij Dry Needling brengt een speciaal opgeleide therapeut een dunne, massieve naald door de huid in een geselecteerd gebied. Er wordt geen vloeistof of medicijn geïnjecteerd. Het woord dry verwijst juist naar het feit dat de behandeling met een ‘droge’ naald wordt uitgevoerd.

De naald kan op verschillende manieren worden toegepast. Bij de klassieke triggerpointbenadering wordt gezocht naar een gevoelig gebied binnen een spier dat mogelijk overeenkomt met een myofasciaal triggerpoint. De naald wordt vervolgens in of rondom dit gebied ingebracht.

Dry Needling is echter geen volledig uniforme techniek. Sommige therapeuten werken oppervlakkig, andere dieper. De naald kan kort in het weefsel blijven, herhaald worden bewogen of gedurende enige tijd op dezelfde plaats blijven staan. Ook bestaan er benaderingen waarbij niet uitsluitend myofasciale triggerpoints centraal staan.

Dat maakt het wetenschappelijk onderzoek ingewikkeld. Twee studies kunnen allebei over Dry Needling gaan, terwijl de gebruikte technieken, behandelduur, behandellocatie en dosering sterk verschillen.

Waar komt Dry Needling vandaan?

De ontwikkeling van Dry Needling is sterk verbonden met het onderzoek naar myofasciale pijn en triggerpoints.

In de twintigste eeuw onderzochten artsen en onderzoekers, onder wie Janet Travell en David Simons, pijnlijke gebieden in spieren die lokale en soms uitstralende pijn konden veroorzaken. Aanvankelijk werden dergelijke plekken vaak behandeld met injecties van bijvoorbeeld lokale verdoving.

Gaandeweg werd duidelijk dat een deel van het effect mogelijk niet uitsluitend door de geïnjecteerde vloeistof werd veroorzaakt. Ook het mechanisch inbrengen van de naald leek invloed te kunnen hebben. Hierdoor ontstond belangstelling voor het behandelen zonder injectievloeistof: Dry Needling.

De techniek ontwikkelde zich vervolgens verder binnen onder andere de fysiotherapie en musculoskeletale geneeskunde. Tegelijkertijd ontstond discussie over de relatie met acupunctuur, omdat beide behandelvormen gebruikmaken van dunne, massieve naalden.

Wat is het verschil met acupunctuur?

Dry Needling en acupunctuur gebruiken vaak een vergelijkbaar instrument: een dunne, massieve filiforme naald. Toch verschillen de behandelmodellen waarin de naald wordt toegepast.

Traditionele acupunctuur vindt haar oorsprong in de Chinese geneeskunde en werkt vanuit een eigen theoretisch systeem met onder andere meridianen en acupunctuurpunten. Moderne acupunctuur kent overigens verschillende stromingen en wordt niet altijd uitsluitend vanuit traditionele verklaringsmodellen toegepast.

Dry Needling is binnen de fysiotherapie meestal ontwikkeld vanuit een westers anatomisch en neuromusculoskeletaal model. De keuze van de behandelplaats wordt bijvoorbeeld gebaseerd op de klachten, anatomie, palpatie, beweging en de veronderstelde aanwezigheid van een triggerpoint.

De grens is echter minder scherp dan soms wordt voorgesteld. Dry Needling en acupunctuur hebben een gedeeltelijk overlappende geschiedenis en kunnen overeenkomsten vertonen in naaldlocaties en technieken. Wetenschappelijke publicaties beschrijven daarom zowel duidelijke verschillen als overlap tussen beide behandelvormen (Zhou et al., 2015; Barber et al., 2023).

Voor de patiënt is vooral belangrijk dat de therapeut duidelijk kan uitleggen vanuit welk behandelmodel de naald wordt toegepast, waarom een bepaalde locatie wordt gekozen en wat het doel van de behandeling is.

Wat is een myofasciaal triggerpoint?

Een myofasciaal triggerpoint wordt traditioneel beschreven als een gevoelige plek in een strakke band van een spier. Druk op deze plek kan lokale pijn veroorzaken en soms herkenbare pijn op een andere plaats oproepen.

Een patiënt met nekklachten kan bijvoorbeeld een gevoelig gebied in de bovenste trapezius hebben waarbij druk een herkenbaar pijnpatroon richting het hoofd of de schouder veroorzaakt.

Toch is het triggerpointmodel onderwerp van wetenschappelijke discussie.

Therapeuten kunnen pijnlijke en gespannen gebieden in spieren waarnemen, maar het betrouwbaar identificeren van één specifieke anatomische structuur als triggerpoint blijkt niet altijd eenvoudig. Onderzoek naar palpatie laat wisselende resultaten zien en verschillende therapeuten komen niet altijd tot dezelfde conclusie (Rathbone et al., 2017).

Ook met echografie en elastografie wordt geprobeerd om triggerpoints objectiever zichtbaar te maken. Er zijn interessante bevindingen, maar er bestaat nog geen eenvoudige diagnostische test waarmee een triggerpoint bij iedere patiënt betrouwbaar kan worden aangetoond.

Dat betekent niet dat de pijn of het gevoelige gebied niet bestaat. Het betekent vooral dat we voorzichtig moeten zijn met de uitspraak dat een triggerpoint een duidelijk afgebakende ‘knoop’ in de spier is.

Hoe ziet een behandeling eruit?

Een goede Dry Needling-behandeling begint niet met de naald, maar met onderzoek.

De therapeut bespreekt eerst de klachten, de medische voorgeschiedenis en het doel van de behandeling. Vervolgens wordt onderzocht welke bewegingen pijnlijk of beperkt zijn en welke spieren of andere structuren mogelijk betrokken zijn.

Wanneer Dry Needling passend wordt geacht, legt de therapeut uit wat er gaat gebeuren. De patiënt moet weten waarom de techniek wordt toegepast, wat hij kan voelen en welke mogelijke bijwerkingen kunnen optreden.

Vervolgens wordt de huid volgens het gebruikte hygiëneprotocol voorbereid en wordt een steriele wegwerpnaald ingebracht. Afhankelijk van de techniek kan de naald kort worden bewogen, enkele seconden of langer in het weefsel blijven of op meerdere locaties worden toegepast.

Na de behandeling wordt vaak opnieuw gekeken naar de klacht of de beweging die vooraf beperkt of pijnlijk was. Dat is belangrijk. Het doel is uiteindelijk niet dat een therapeut succesvol een spier heeft aangeprikt, maar dat de behandeling iets bijdraagt aan het functioneren van de patiënt.

Wat voelt de patiënt tijdens Dry Needling?

De ervaring verschilt sterk per patiënt en per behandelde regio.

Het passeren van de huid wordt soms nauwelijks gevoeld. Wanneer de naald verder in het weefsel wordt gebracht, kan een patiënt druk, een zwaar gevoel, een kortdurende scherpe sensatie of een herkenbare uitstralende pijn ervaren.

Wanneer een local twitch response ontstaat, voelt de patiënt vaak een korte, plotselinge spiersamentrekking. Dit kan onverwacht of intens aanvoelen, maar duurt meestal zeer kort.

Na de behandeling kan het gebied tijdelijk gevoelig zijn. Napijn wordt vaak beschreven als een gevoel dat lijkt op spierpijn na intensief sporten. Ook kleine bloedingen of blauwe plekken kunnen voorkomen.

Onderzoek naar bijwerkingen laat zien dat lichte reacties zoals bloeding, blauwe plekken, pijn tijdens de behandeling en napijn relatief vaak voorkomen. Ernstige complicaties zijn veel zeldzamer, maar kunnen wel optreden. Goede anatomische kennis, scholing, hygiëne en een zorgvuldige selectie van patiënten zijn daarom essentieel (Brady et al., 2014; Boyce et al., 2020).

Wat is een local twitch response?

Een local twitch response, vaak afgekort tot LTR, is een korte, onwillekeurige samentrekking van een deel van een spier tijdens het prikken.

Binnen de klassieke triggerpointbenadering werd lange tijd veel waarde gehecht aan het uitlokken van zo’n twitch. Sommige behandelmethoden probeerden zelfs meerdere twitches achter elkaar op te wekken.

De vraag is echter of een local twitch response noodzakelijk is voor een goed behandelresultaat.

Het huidige onderzoek geeft daarop geen eenvoudig ja of nee. Een systematische review naar het belang van de local twitch response vond geen overtuigend bewijs dat het uitlokken van een twitch noodzakelijk is voor betere klinische uitkomsten op langere termijn. Ook later onderzoek laat zien dat meer twitches niet automatisch een beter resultaat betekenen (Perreault et al., 2017; Fernández-de-las-Peñas et al., 2022).

Een twitch kan dus tijdens een behandeling optreden en mogelijk onderdeel zijn van de mechanische en neurofysiologische respons, maar moet niet worden gezien als bewijs dat een triggerpoint succesvol is ‘uitgeschakeld’.

Voor de therapeut betekent dit dat het behandelresultaat belangrijker is dan het verzamelen van zoveel mogelijk spierreacties.

Hoe lang duurt een behandeling?

De tijd dat de naald daadwerkelijk in het lichaam aanwezig is, kan relatief kort zijn. Een volledige fysiotherapeutische behandeling duurt uiteraard langer, omdat Dry Needling meestal slechts één onderdeel vormt van het onderzoek en de behandeling.

Er bestaat geen universele ideale behandeltijd. De duur hangt af van de gekozen techniek, het aantal behandelde locaties, de reactie van de patiënt en het behandeldoel.

Ook bestaat er geen overtuigend bewijs voor één optimale dosering. Meer naalden, meer twitches of langer prikken betekent niet automatisch een groter effect.

Een patiënt die sterk reageert op een kleine prikkel kan voldoende hebben aan een beperkte behandeling. Bij een andere patiënt wordt mogelijk een andere dosering gekozen.

Zoals bij andere behandelvormen moet de prikkel worden afgestemd op de persoon en niet uitsluitend op een vast protocol.

Voor welke klachten wordt Dry Needling toegepast?

Dry Needling wordt vooral onderzocht en toegepast bij musculoskeletale pijnklachten. Voorbeelden zijn nek- en schouderpijn, lage rugpijn, myofasciale pijn, bepaalde hoofdpijnklachten, kaakklachten en verschillende sportgerelateerde problemen.

Dat betekent niet dat Dry Needling voor iedere patiënt met deze klachten geschikt is.

Nekpijn kan bijvoorbeeld worden beïnvloed door belasting, slaap, stress, fysieke activiteit, het zenuwstelsel en vele andere factoren. Hetzelfde geldt voor rugpijn en sportblessures. Een pijnlijke spier is niet automatisch de oorzaak van het volledige probleem.

Een grote overzichtsstudie van systematische reviews concludeerde dat Dry Needling over verschillende lichaamsregio’s heen op korte termijn gemiddeld gunstiger kan zijn voor pijn dan geen behandeling of een schijnbehandeling. Vergeleken met andere actieve interventies zijn de verschillen vaak kleiner. Voor functioneren zijn de resultaten minder consistent en voor effecten op de middellange en lange termijn is minder overtuigend bewijs beschikbaar (Chys et al., 2023).

Dry Needling lijkt daarom het best te passen als mogelijke aanvullende interventie, niet als universele oplossing voor musculoskeletale klachten.

Hoe werkt Dry Needling waarschijnlijk?

Hoewel deze vraag in een afzonderlijk kennisartikel uitgebreider kan worden besproken, is één ding inmiddels duidelijk: de verklaring is waarschijnlijk complexer dan het simpelweg ‘doorprikken van een spierknoop’.

Het inbrengen en bewegen van een naald vormt een mechanische en sensorische prikkel. Hierdoor worden lokale weefsels geprikkeld en ontvangt het zenuwstelsel informatie vanuit het behandelde gebied.

Mogelijk spelen lokale veranderingen in de chemische omgeving, veranderingen in nociceptieve input en pijnmodulatie in het perifere en centrale zenuwstelsel een rol. Ook verwachtingen, eerdere ervaringen en de context van de behandeling kunnen invloed hebben op hoe een patiënt reageert.

Welke mechanismen bij welke patiënt het belangrijkst zijn, weten we nog niet precies.

Dat is een belangrijk uitgangspunt binnen moderne fysiotherapie. Een behandeling kan effect hebben terwijl nog niet ieder onderliggend mechanisme volledig is opgehelderd. Tegelijkertijd moeten therapeuten voorkomen dat een hypothese als bewezen feit wordt uitgelegd.

<

Wat weten we inmiddels wel?

Het wetenschappelijke onderzoek naar Dry Needling is de afgelopen jaren sterk gegroeid.

Op basis van verschillende systematische reviews lijkt Dry Needling bij bepaalde musculoskeletale pijnklachten op korte termijn pijn te kunnen verminderen. Vooral wanneer de behandeling wordt vergeleken met geen behandeling of een schijnbehandeling worden regelmatig gunstige effecten gevonden (Chys et al., 2023; Gattie et al., 2017).

Daarnaast zijn er aanwijzingen dat het combineren van Dry Needling met andere fysiotherapeutische interventies bij sommige patiëntengroepen op korte termijn aanvullende voordelen kan hebben. Bij nekpijn zijn bijvoorbeeld gunstige effecten beschreven wanneer Dry Needling werd gecombineerd met andere behandelingen, al waren de effecten op middellange en lange termijn minder duidelijk (Fernández-de-las-Peñas et al., 2021).

We weten ook dat lichte bijwerkingen relatief vaak voorkomen. Napijn, een kleine bloeding en blauwe plekken horen tot de meest gerapporteerde reacties. Ernstige complicaties zijn zeldzamer, maar de behandeling is niet volledig zonder risico.

Wat weten we nog niet?

Er blijven veel open vragen.

We weten nog niet precies welke patiënt het meeste baat heeft bij Dry Needling. Ook is niet duidelijk wat de optimale dosering is, hoeveel behandelcontacten nodig zijn en of het uitlokken van een local twitch response werkelijk klinisch relevant is.

Daarnaast blijft de precieze aard van myofasciale triggerpoints onderwerp van discussie. Het is nog niet mogelijk om met één objectieve test vast te stellen of een triggerpoint aanwezig is.

Ook de langetermijneffecten van Dry Needling zijn minder goed onderzocht dan de effecten direct na behandeling of op korte termijn.

Een ander probleem is dat Dry Needling-onderzoek sterk varieert. Verschillende studies gebruiken verschillende technieken, naaldlocaties, doseringen en vergelijkingsbehandelingen. Daardoor is het moeilijk om alle resultaten rechtstreeks met elkaar te vergelijken.

De huidige wetenschap geeft daarom geen reden om Dry Needling af te schrijven, maar ook niet om het als een wonderbehandeling te presenteren.

Dry Needling is geen volledige behandeling op zichzelf

Een patiënt komt meestal niet bij een fysiotherapeut omdat hij een triggerpoint wil laten behandelen. Hij komt omdat hij zijn nek niet goed kan draaien, niet kan hardlopen, slecht slaapt door pijn of zijn werk niet kan uitvoeren.

Dat functionele probleem moet centraal blijven staan.

Dry Needling kan in sommige situaties helpen om pijn tijdelijk te verminderen of bewegen gemakkelijker te maken. Vervolgens is het belangrijk om te beoordelen wat nodig is om het herstel verder te ondersteunen.

Dat kan bestaan uit oefentherapie, krachttraining, het aanpassen van belasting, het verbeteren van bewegingsvertrouwen of simpelweg weer geleidelijk normale activiteiten oppakken.

De naald is dan een hulpmiddel binnen het behandelproces en niet het einddoel.

Een voorbeeld uit de praktijk

Een recreatieve hardloper meldt zich met pijn en een strak gevoel in de kuit. De klachten zijn ontstaan nadat hij zijn trainingsomvang in korte tijd sterk heeft verhoogd.

Tijdens het onderzoek blijkt dat de kuit gevoelig is en dat bepaalde gebieden bij palpatie herkenbare pijn oproepen. De therapeut kan besluiten Dry Needling als onderdeel van de behandeling toe te passen.

Tijdens het prikken ontstaat een korte local twitch response. Na de behandeling voelt de kuit tijdelijk soepeler en kan de hardloper de enkel gemakkelijker bewegen.

Betekent dit dat de therapeut een spierknoop definitief heeft verwijderd?

Op basis van de huidige wetenschap kunnen we dat niet zeggen.

De behandeling heeft een mechanische en sensorische prikkel gegeven en de pijnervaring en beweging zijn op dat moment veranderd. De oorspronkelijke aanleiding voor de klachten, namelijk een te snelle verhoging van de trainingsbelasting, is daarmee echter niet verdwenen.

De volgende stap bestaat daarom uit het geleidelijk opbouwen van de belastbaarheid van de kuit, gerichte krachttraining en een verstandige terugkeer naar hardlopen.

In dat behandeltraject kan Dry Needling waardevol zijn geweest. Niet als volledige oplossing, maar als een hulpmiddel om bewegen tijdelijk gemakkelijker te maken.

Conclusie

Dry Needling is een veelgebruikte techniek waarbij een dunne, massieve naald wordt ingebracht in geselecteerde neuromusculoskeletale weefsels. De behandeling wordt vooral toegepast bij spiergerelateerde en myofasciale pijnklachten.

Onderzoek laat zien dat Dry Needling bij sommige patiënten op korte termijn pijn kan verminderen. De effecten op functioneren en op langere termijn zijn minder eenduidig. Vergeleken met andere fysiotherapeutische behandelingen is Dry Needling bovendien niet consequent superieur.

Ook het traditionele triggerpointmodel wordt steeds genuanceerder bekeken. Pijnlijke en gespannen gebieden in spieren zijn reëel, maar we weten nog niet precies wat een triggerpoint anatomisch of fysiologisch is. Een local twitch response kan tijdens de behandeling optreden, maar is waarschijnlijk niet noodzakelijk om een goed resultaat te bereiken.

De moderne kijk op Dry Needling verschuift daarom van het idee dat een naald simpelweg een spierknoop uitschakelt naar een bredere benadering waarin mechanische prikkeling, pijnmodulatie, het zenuwstelsel, context en actief herstel samen een rol kunnen spelen.

Voor patiënten betekent dit dat Dry Needling een mogelijke behandeloptie is, maar geen wondermiddel. Voor fysiotherapeuten betekent het dat de techniek altijd onderdeel moet blijven van klinisch redeneren.

De belangrijkste vraag is uiteindelijk niet of een therapeut succesvol een triggerpoint heeft aangeprikt.

De belangrijkste vraag is: helpt deze behandeling de patiënt om met minder pijn, meer vertrouwen en een grotere belastbaarheid weer te doen wat voor hem of haar belangrijk is?

Wetenschappelijke bronnen

  • Chys M, et al. Clinical Effectiveness of Dry Needling in Patients with Musculoskeletal Pain: An Umbrella Review. 2023. Deze umbrella review van 36 systematische reviews concludeerde dat Dry Needling op korte termijn gemiddeld gunstiger kan zijn voor pijn dan sham of geen behandeling, terwijl de resultaten voor functioneren en langere follow-up minder duidelijk zijn.
  • Gattie E, Cleland JA, Snodgrass S. The Effectiveness of Trigger Point Dry Needling for Musculoskeletal Conditions by Physical Therapists: A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy. 2017. De review vond vooral bewijs voor kortetermijneffecten en benadrukte het gebrek aan overtuigend bewijs voor langdurige voordelen.
  • Fernández-de-las-Peñas C, et al. Is Dry Needling Effective When Combined with Other Therapies for Myofascial Trigger Points Associated with Neck Pain? A Systematic Review and Meta-analysis. 2021. De combinatie van Dry Needling met andere interventies liet bij nekpijn op korte termijn mogelijke voordelen zien, maar niet overtuigend op middellange en lange termijn.
  • Fernández-de-las-Peñas C, et al. The importance of the local twitch response during needling interventions for spinal pain associated with myofascial trigger points. 2022. Deze studie onderzocht of het uitlokken van een local twitch response noodzakelijk is voor betere klinische uitkomsten.
  • Perreault T, Dunning J, Butts R. The local twitch response during trigger point dry needling: Is it necessary for successful outcomes? 2017. Een review over de neurofysiologische en klinische betekenis van de local twitch response.
  • Rathbone ATL, Grosman-Rimon L, Kumbhare DA. Interrater Agreement of Manual Palpation for Identification of Myofascial Trigger Points: A Systematic Review and Meta-analysis. 2017. Deze review plaatste vraagtekens bij de betrouwbaarheid van palpatie als enige methode om triggerpoints vast te stellen.
  • Kumbhare DA, Elzibak AH, Noseworthy MD. Assessment of Myofascial Trigger Points Using Ultrasound. American Journal of Physical Medicine & Rehabilitation. 2016. Een overzicht van beeldvormingstechnieken die worden onderzocht om triggerpoints objectiever te identificeren.
  • Brady S, McEvoy J, Dommerholt J, Doody C. Adverse events following trigger point dry needling: a prospective survey of chartered physiotherapists. 2014. Deze studie beschreef vooral lichte bijwerkingen zoals blauwe plekken, bloeding en napijn.
  • Boyce D, Wempe H, Campbell C, et al. Adverse Events Associated With Therapeutic Dry Needling. 2020. Een grote prospectieve studie naar lichte en ernstige bijwerkingen van therapeutische Dry Needling.
  • Zhou K, Ma Y, Brogan MS. Dry needling versus acupuncture: the ongoing debate. 2015. Een bespreking van de historische, theoretische en praktische overeenkomsten en verschillen tussen Dry Needling en acupunctuur.
  • Barber J, et al. Comparative Techniques of Acupuncture and Dry Needling: A Narrative Review. 2023. Een recentere vergelijking van beide behandelvormen en hun gedeeltelijke overlap.