Voor veel patiënten is het een opvallend moment tijdens een Dry Needling-behandeling. De naald wordt in een gevoelig gebied van een spier gebracht en plotseling trekt de spier kort en onwillekeurig samen. Soms is de beweging nauwelijks zichtbaar, terwijl een andere twitch duidelijk door de patiënt en therapeut wordt gevoeld.
Deze reactie wordt een local twitch response genoemd, vaak afgekort tot LTR. Binnen de klassieke triggerpointbenadering werd lange tijd veel waarde gehecht aan deze spierreactie. Het optreden van een twitch werd gezien als een teken dat de therapeut het juiste triggerpoint had bereikt.
Sommige behandelmethoden probeerden daarom bewust meerdere twitches achter elkaar op te wekken. Maar is een local twitch response werkelijk noodzakelijk voor een goed behandelresultaat? Werkt Dry Needling minder goed wanneer een spier niet reageert?
En geldt: hoe meer twitches, hoe beter? De huidige wetenschap geeft een genuanceerder beeld. Een local twitch response is een reële neuromusculaire reactie en kan onderdeel zijn van een Dry Needling-behandeling.
Er is echter onvoldoende bewijs om te stellen dat een twitch altijd noodzakelijk is voor pijnvermindering of functionele verbetering. Bovendien kan een intensievere behandeling met veel naaldbewegingen en twitches gepaard gaan met meer napijn. De twitch is dus een mogelijke reactie op de behandeling, maar niet het uiteindelijke behandeldoel.
Een local twitch response is een korte, snelle en onwillekeurige contractie van een deel van een skeletspier. De spier trekt meestal slechts een fractie van een seconde samen en ontspant daarna weer. De reactie is lokaal en verschilt daarmee van een bewuste spiercontractie waarbij een patiënt zelf een spier aanspant.
Een twitch kan ontstaan wanneer een gevoelig spiergebied mechanisch wordt geprikkeld met een naald. De therapeut kan soms een zichtbare beweging van de spier waarnemen. De patiënt voelt vaak een plotselinge schok of korte diepe sensatie.
Niet iedere naaldplaatsing veroorzaakt een twitch. Ook bij dezelfde patiënt kan de ene locatie duidelijk reageren terwijl een andere spier nauwelijks of helemaal niet reageert. De afwezigheid van een twitch betekent daarom niet automatisch dat de naald verkeerd is geplaatst of dat de behandeling geen effect kan hebben.
De precieze fysiologie van de local twitch response is nog niet volledig opgehelderd. Binnen het klassieke triggerpointmodel wordt de twitch gekoppeld aan een lokaal prikkelbaar gebied in een strakke spierband. Wanneer de naald dit gebied mechanisch stimuleert, ontstaat een korte reflexmatige contractie van spiervezels.
Onderzoek suggereert dat hierbij zowel lokale neuromusculaire processen als reflexmechanismen via het zenuwstelsel betrokken kunnen zijn. De twitch is dus niet simpelweg een spier die vrijwillig aanspant. Het is een snelle reactie op een mechanische prikkel.
Binnen het traditionele model werd aangenomen dat het uitlokken van deze reactie belangrijk was om een triggerpoint te deactiveren. De twitch zou de lokale spieractiviteit normaliseren en mogelijk bijdragen aan veranderingen in de lokale chemische omgeving. Deze verklaringen zijn biologisch interessant, maar het volledige mechanisme is niet definitief bewezen. We weten dat de twitch bestaat. We weten veel minder zeker of de twitch zelf de oorzaak is van het klinische effect van Dry Needling.
Dit is waarschijnlijk de belangrijkste vraag. Lange tijd werd binnen sommige Dry Needling-opleidingen geleerd dat het noodzakelijk was om een local twitch response uit te lokken. Zonder twitch zou het triggerpoint niet goed zijn behandeld.
De wetenschappelijke literatuur ondersteunt deze absolute uitspraak niet. Perreault, Dunning en Butts onderzochten in een review de beschikbare literatuur over de klinische betekenis van de local twitch response. Zij concludeerden dat er onvoldoende overtuigend bewijs was om te stellen dat het uitlokken van een twitch noodzakelijk is voor succesvolle behandelresultaten.
Ook later onderzoek waarin needling met en zonder local twitch responses werd vergeleken, vond geen overtuigend algemeen bewijs dat het uitlokken van een twitch noodzakelijk is voor betere uitkomsten. Dat betekent niet dat een twitch geen enkele betekenis heeft. Het betekent vooral dat het optreden van een twitch niet als voorwaarde voor een succesvolle behandeling moet worden beschouwd.
Een patiënt kan minder pijn ervaren zonder dat een duidelijke twitch is ontstaan. Andersom kan een spier meerdere keren sterk reageren zonder dat de patiënt daarna klinisch relevant verbetert. De reactie van de spier en het behandelresultaat zijn dus niet hetzelfde.
Wanneer één twitch als positief wordt gezien, ontstaat gemakkelijk de gedachte dat vijf of tien twitches nog beter zijn. Ook daarvoor bestaat geen overtuigend algemeen bewijs. Onderzoek naar verschillende doseringen van local twitch responses laat geen eenvoudige lineaire relatie zien waarbij meer twitches automatisch leiden tot meer pijnvermindering of een beter functioneel resultaat.
Dat is logisch wanneer we Dry Needling niet uitsluitend als een mechanische behandeling van een spierknoop zien. Iedere extra naaldbeweging is ook een extra mechanische en sensorische prikkel. Op een bepaald moment kan meer behandelen vooral betekenen dat meer weefsel wordt geprikkeld.
De optimale dosering verschilt waarschijnlijk tussen patiënten. Een sporter met een recente lokale spierklacht kan anders reageren dan iemand met langdurige pijn en een sterk gevoelig zenuwstelsel. Een patiënt die ontspannen en comfortabel op een kleine prikkel reageert, heeft mogelijk geen voordeel van een veel intensievere behandeling. De vraag moet daarom niet zijn hoeveel twitches een therapeut kan opwekken. De vraag is hoeveel prikkeling nodig is om een klinisch relevant doel te ondersteunen.
De ervaring van een local twitch response verschilt sterk. Sommige patiënten omschrijven het als een korte elektrische schok. Anderen voelen een diepe kramp, een tik of een plotselinge samentrekking. De reactie duurt meestal zeer kort.
Een twitch kan verrassend zijn, vooral wanneer een patiënt niet weet wat hij kan verwachten. Goede uitleg vooraf is daarom belangrijk. De therapeut kan bijvoorbeeld uitleggen dat de spier kort en onwillekeurig kan reageren wanneer de naald een gevoelig gebied prikkelt.
Dat voorkomt dat een onverwachte spierreactie direct als gevaarlijk wordt geïnterpreteerd. Sommige patiënten vinden een twitch onaangenaam. Andere patiënten ervaren de reactie juist als bevestiging dat de therapeut “de goede plek” heeft gevonden.
Ook die interpretatie kan de ervaring van de behandeling beïnvloeden. Het is daarom belangrijk om niet te vertellen dat een behandeling zonder twitch mislukt is. Een dergelijke uitleg kan onnodig de verwachting creëren dat een intensieve spierreactie noodzakelijk is om te herstellen.
Er bestaat geen wetenschappelijk vastgesteld aantal twitches waarna een behandeling moet worden gestopt. Dit is een belangrijk punt, omdat Dry Needling soms wordt uitgevoerd volgens het principe prikken totdat de spier niet meer reageert. Daarvoor bestaat geen overtuigende universele wetenschappelijke basis. De therapeut moet de dosering afstemmen op de patiënt, het behandeldoel en de reactie tijdens de behandeling.
Wanneer een patiënt duidelijk ongemak ervaart, het gebied sterk reageert of de therapeut voldoende mechanische en sensorische prikkeling heeft gegeven, kan er een goede reden zijn om te stoppen. Ook de klinische context is belangrijk. Wanneer het doel is om een pijnlijke beweging tijdelijk te beïnvloeden, kan na een beperkte behandeling opnieuw worden getest.
Is de beweging veranderd? Is de pijn afgenomen? Kan de patiënt gemakkelijker bewegen?
Dat levert vaak meer relevante informatie op dan het tellen van twitches. Een moderne benadering van Dry Needling vraagt daarom om doseren en evalueren. Niet om zoveel mogelijk spierreacties verzamelen.
Een local twitch response is op zichzelf meestal een kortdurende fysiologische reactie. Een intensieve Dry Needling-behandeling kan echter gepaard gaan met napijn. Onderzoek van Martín-Pintado-Zugasti en collega’s liet zien dat napijn vaak voorkomt na diepe Dry Needling van actieve triggerpoints.
Groepen waarin local twitch responses werden opgewekt, rapporteerden meer napijn. Ook het aantal naaldinserties hing samen met de hoeveelheid post-needling soreness. Dat betekent niet dat een twitch gevaarlijk is.
Het betekent wel dat meer intensieve prikkeling een prijs kan hebben. Een patiënt die de volgende dag een belangrijke wedstrijd heeft, vraagt mogelijk om een andere dosering dan iemand die enkele rustige dagen voor zich heeft. Ook een patiënt die eerder sterk reageerde op Dry Needling kan baat hebben bij een minder intensieve aanpak. Napijn is bovendien niet automatisch een teken dat de behandeling beter heeft gewerkt. Het idee hoe pijnlijker de behandeling, hoe groter het effect wordt niet ondersteund door de huidige wetenschap.
Patiënten beschrijven de reactie na Dry Needling vaak als spierpijn na een zware training. De ervaring kan vergelijkbaar zijn, maar de oorzaak is niet noodzakelijk hetzelfde. Bij Dry Needling wordt het weefsel lokaal mechanisch geprikkeld door de naald.
Wanneer de naald meerdere keren wordt bewogen en verschillende twitches worden opgewekt, neemt de lokale mechanische belasting toe. Hierdoor kan het gebied tijdelijk gevoelig worden. De napijn verdwijnt meestal vanzelf.
Toch moet een therapeut deze reactie meenemen in de dosering. Wanneer een behandeling zoveel napijn veroorzaakt dat een patiënt enkele dagen minder kan bewegen of trainen, moet worden afgevraagd of die intensiteit noodzakelijk was. Een behandelreactie is niet automatisch een behandelresultaat.
De wetenschappelijke literatuur over de local twitch response is kleiner dan de bredere literatuur over Dry Needling. Een review van Perreault en collega’s uit 2017 onderzocht specifiek of de local twitch response noodzakelijk is voor succesvolle uitkomsten. De auteurs concludeerden dat het beschikbare bewijs onvoldoende was om het uitlokken van een twitch als noodzakelijk te beschouwen. Een gerandomiseerde studie naar verschillende doseringen onderzocht of het aantal opgewekte twitches invloed had op pijn, drukpijndrempel, cervicale bewegingsuitslag en beperkingen.
De resultaten ondersteunen geen eenvoudige conclusie dat zoveel mogelijk twitches het beste behandelresultaat geven. Een systematische review uit 2022 vergeleek needlinginterventies waarbij wel en geen local twitch responses werden opgewekt. Ook hieruit kwam geen overtuigend algemeen bewijs naar voren dat het bewust opwekken van twitches noodzakelijk is voor betere klinische uitkomsten.
Tegelijkertijd zijn er onderzoeken bij specifieke aandoeningen waarin Dry Needling mét een local twitch response gunstiger lijkt te presteren. Zo vond een meta-analyse bij laterale epicondylalgie een groter kortetermijneffect op pijn in studies waarin een local twitch response werd opgewekt. Dat is geen tegenstrijdigheid.
Het laat vooral zien dat de betekenis van een twitch mogelijk afhankelijk is van de aandoening, de gebruikte techniek en de patiëntengroep. We kunnen daarom niet zeggen dat een twitch nooit relevant is. Maar we kunnen evenmin zeggen dat iedere spier moet twitchen om Dry Needling effectief te laten zijn.
Dit onderscheid is belangrijk. Wanneer een spier tijdens Dry Needling reageert, weten we dat de naald een neuromusculaire reactie heeft uitgelokt. We weten daarmee nog niet dat een triggerpoint is vernietigd.
We weten ook niet dat de spier permanent is ontspannen. En we weten niet automatisch dat de patiënt beter zal functioneren. Een twitch is dus een waarneembare fysiologische reactie op een prikkel.
Het klinische resultaat moet afzonderlijk worden beoordeeld. Heeft de patiënt minder pijn? Is een relevante beweging gemakkelijker?
Kan hij beter functioneren? En houdt de verandering voldoende lang aan om iets bij te dragen aan het herstelproces? Dat zijn uiteindelijk belangrijkere vragen.
Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste vormt de local twitch response een belangrijk onderdeel van de historische ontwikkeling van triggerpoint Dry Needling. Veel therapeuten zijn opgeleid vanuit een model waarin de twitch centraal stond.
Ten tweede kan de reactie praktische informatie geven. Een duidelijke twitch laat zien dat de naald een neuromusculair reactief gebied heeft geprikkeld. Ten derde ervaren sommige patiënten na een behandeling met een twitch daadwerkelijk een directe verandering in pijn of bewegingsvrijheid.
Dat zijn legitieme klinische observaties. De stap die we niet automatisch mogen maken, is concluderen dat de twitch daarom altijd noodzakelijk is. Een therapeut kan een twitch gebruiken als één van de mogelijke reacties tijdens de behandeling, zonder deze tot het doel van de behandeling te maken.
De voorkeur van de patiënt is eveneens belangrijk. Niet iedere patiënt wil een intensieve Dry Needling-behandeling. Sommige mensen vinden een twitch onaangenaam of zijn gespannen voor de behandeling.
Wanneer een therapeut vervolgens koste wat kost meerdere sterke reacties probeert uit te lokken, kan de behandeling juist als bedreigend worden ervaren. Andere patiënten verdragen een intensievere techniek zonder problemen. Daarom past één standaarddosering niet bij iedereen. De therapeut moet rekening houden met de gevoeligheid van de patiënt, eerdere ervaringen, verwachtingen, de locatie van de behandeling en het functionele doel. De beste behandeling is niet automatisch de behandeling met de meeste zichtbare reactie.
Een patiënt meldt zich met nekpijn en een pijnlijk gebied in de bovenste trapezius. Tijdens Dry Needling ontstaat bij de eerste gerichte prikkeling een duidelijke local twitch response. De patiënt ervaart de reactie als intens maar goed te verdragen. De therapeut kan nu doorgaan en proberen nog meerdere twitches op te wekken.
Maar is dat noodzakelijk? Een andere mogelijkheid is om de naaldbehandeling te beperken en vervolgens opnieuw de beweging te testen die vooraf pijnlijk was. De patiënt draait het hoofd opnieuw en merkt dat de beweging gemakkelijker gaat.
Op dat moment is er geen vanzelfsprekende reden om opnieuw intensief te prikken alleen om meer twitches te verzamelen. Bij een andere patiënt ontstaat tijdens Dry Needling helemaal geen zichtbare twitch. Toch rapporteert deze patiënt na de behandeling minder pijn bij bewegen.
Ook die behandeling kan klinisch relevant zijn geweest. In beide situaties is de spierreactie slechts één onderdeel van het proces. Het resultaat voor de patiënt blijft belangrijker.
De local twitch response hoeft niet uit Dry Needling te verdwijnen. Het is een interessante en duidelijke fysiologische reactie die bij sommige technieken en patiënten kan optreden. De betekenis ervan moet alleen realistischer worden uitgelegd.
Een twitch kan aangeven dat een lokaal neuromusculair gebied sterk op de mechanische prikkel reageert. De reactie kan onderdeel zijn van lokale en neurofysiologische veranderingen tijdens de behandeling. Maar een twitch is geen bewijs dat een spierknoop is verwijderd.
De afwezigheid van een twitch betekent niet automatisch dat de behandeling is mislukt. En meerdere twitches betekenen niet vanzelfsprekend een beter resultaat. De moderne benadering verschuift daarom van twitch verzamelen naar prikkel doseren en effect evalueren.
Moet een spier altijd reageren tijdens Dry Needling? Nee. Een local twitch response is een korte, onwillekeurige spiercontractie die kan ontstaan wanneer een gevoelig neuromusculair gebied met een naald wordt geprikkeld.
De reactie is fysiologisch reëel, maar het beschikbare wetenschappelijke bewijs laat niet overtuigend zien dat een twitch noodzakelijk is voor een succesvol behandelresultaat. Ook geldt niet automatisch dat meer twitches tot meer effect leiden. Een intensievere behandeling met meer naaldbewegingen en spierreacties kan juist gepaard gaan met meer napijn.
De hoeveelheid prikkeling moet daarom worden afgestemd op de patiënt en het behandeldoel. Voor de therapeut betekent dit dat de local twitch response één mogelijke reactie tijdens Dry Needling is. Niet het einddoel. De belangrijkste vraag is uiteindelijk niet: “Hoeveel twitches heb ik opgewekt?” Maar: “Heeft deze dosering de patiënt geholpen om met minder pijn en meer vertrouwen beter te bewegen en functioneren?”
Werk je als fysiotherapeut of volg je een Dry Needling-opleiding? Bekijk het assortiment steriele naalden en praktische benodigdheden voor professioneel gebruik.
Bekijk Dry Needling-producten