De geschiedenis van sporttape

De geschiedenis van sporttape

Sporttape is tegenwoordig niet meer weg te denken uit de sportwereld. Op vrijwel ieder sportveld zijn enkels, knieën, polsen en vingers te zien die vóór een training of wedstrijd zorgvuldig worden ingetapet. Toch is sporttape een relatief jonge ontwikkeling binnen de geneeskunde. De huidige technieken zijn het resultaat van meer dan honderd jaar ervaring, waarin materialen, inzichten en behandelmethoden voortdurend zijn verbeterd. Waar sporttape vroeger vooral werd gezien als een manier om een gewricht zo veel mogelijk te immobiliseren, wordt het tegenwoordig veel doelgerichter ingezet: als tijdelijke ondersteuning binnen een bredere revalidatie, waarbij oefentherapie en belastingopbouw minstens zo belangrijk zijn.

Hoe ontstond atletische taping?

Het ontstaan van atletische taping hangt nauw samen met de ontwikkeling van de moderne sportgeneeskunde aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Sporters kregen steeds vaker te maken met:

  • enkelverzwikkingen;
  • knieblessures;
  • schouderproblemen;
  • hand- en polsletsels.

Destijds bestonden er nog nauwelijks braces of andere externe hulpmiddelen. Om gewrichten tijdelijk te ondersteunen maakten artsen en verzorgers gebruik van linnen verbanden, katoenen zwachtels en eenvoudige kleefpleisters. Deze vroege vormen van taping waren bedoeld om:

  • beweging te beperken;
  • gewrichten te beschermen;
  • sportdeelname mogelijk te maken;
  • verdere schade te voorkomen.

Van een gestandaardiseerde techniek was nog geen sprake. Iedere arts of verzorger ontwikkelde zijn eigen methode.

De ontwikkeling van rigide sporttape

In de eerste helft van de twintigste eeuw verschenen de eerste speciaal ontwikkelde niet-elastische kleefbanden voor medische toepassingen. Deze tapes hadden belangrijke voordelen ten opzichte van verband:

  • betere hechting;
  • grotere stevigheid;
  • eenvoudig aan te brengen;
  • minder verschuiving tijdens beweging.

Hiermee ontstond de basis van de rigide sporttape zoals we die tegenwoordig kennen. De tape bestond meestal uit een stevige katoenen drager met een zinkoxide-rubberlijm, een combinatie die nog steeds veel wordt toegepast vanwege de betrouwbare kleefkracht en beperkte rek.

Tape in de vroege sportgeneeskunde

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de georganiseerde sport sterk. Ook de sportgeneeskunde ontwikkelde zich snel. Artsen ontdekten dat een goed aangelegde tapeconstructie:

  • bepaalde bewegingen kon beperken;
  • een gewricht tijdelijk kon beschermen;
  • sporthervatting kon vergemakkelijken.

In deze periode ontstonden veel klassieke tapetechnieken voor:

  • de enkel;
  • de knie;
  • de duim;
  • de pols;
  • de schouder.

Deze technieken werden grotendeels ontwikkeld op basis van praktijkervaring. Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit stond nog in de kinderschoenen.

De opkomst in American football en teamsporten

Vanaf de jaren zestig en zeventig kreeg sporttape een enorme impuls door de professionalisering van American football. Binnen deze sport kwamen veel:

  • enkelletsels;
  • kniebandletsels;
  • schouderblessures;
  • vingerletsels

voor. Athletic trainers ontwikkelden steeds verfijndere tapetechnieken om spelers tijdens trainingen en wedstrijden optimaal te ondersteunen. Vanuit de Verenigde Staten verspreidden deze technieken zich naar andere sporten, zoals:

  • basketbal;
  • volleybal;
  • handbal;
  • rugby;
  • hockey;
  • voetbal.

Veel van de hedendaagse tapemethoden vinden hun oorsprong in deze Amerikaanse sportcultuur.

Van linnen verband naar moderne sporttape

De materialen zijn in de afgelopen decennia sterk verbeterd. Waar vroeger vooral linnen en katoenen zwachtels werden gebruikt, beschikken behandelaars tegenwoordig over tapes met uiteenlopende eigenschappen. Moderne sporttapes verschillen onder andere in:

  • treksterkte;
  • dikte;
  • scheurbaarheid;
  • vochtbestendigheid;
  • kleefkracht;
  • huidvriendelijkheid.

Ook de lijmtechnologie heeft zich ontwikkeld. Moderne acrylkleefstoffen zijn vaak beter bestand tegen transpiratie en veroorzaken minder huidreacties dan oudere kleefstoffen (McNichol et al., 2013).

De ontwikkeling van gespecialiseerde tapemethoden

Naarmate kennis over anatomie en biomechanica toenam, werden tapetechnieken steeds specifieker. Er ontstonden afzonderlijke technieken voor onder andere:

  • inversiebeperking van de enkel;
  • mediale en laterale knieondersteuning;
  • duimstabilisatie;
  • buddy taping van vingers;
  • schouderstabilisatie;
  • polsondersteuning.

Bekende constructies zoals:

  • basket weave;
  • stirrups;
  • heel locks;
  • figure-of-eight;
  • spica;
  • buddy taping

worden tegenwoordig wereldwijd toegepast. Ondanks kleine regionale verschillen zijn de basisprincipes internationaal grotendeels gelijk gebleven.

Sporttape binnen fysiotherapie en sportverzorging

Aanvankelijk werd sporttape vooral aangebracht door artsen en athletic trainers. Vanaf de jaren tachtig kreeg ook de fysiotherapeut een steeds grotere rol binnen de sportzorg. Hierdoor veranderde de functie van tape geleidelijk. Sporttape werd niet langer uitsluitend gebruikt om een sporter “speelklaar” te maken, maar ook als onderdeel van een revalidatieprogramma.

Tape werd gecombineerd met:

  • oefentherapie;
  • krachttraining;
  • balans- en proprioceptietraining;
  • sporthervatting;
  • blessurepreventie.

Deze bredere benadering sluit aan bij de huidige richtlijnen voor onder andere enkelbandletsel, waarbij externe ondersteuning slechts één onderdeel vormt van de totale behandeling (Kaminski et al., 2013).

De komst van braces en kinesiotape

Vanaf de jaren tachtig kwamen steeds meer functionele braces beschikbaar. Braces boden enkele voordelen:

  • eenvoudig opnieuw aan te brengen;
  • instelbare ondersteuning;
  • herbruikbaar;
  • minder afhankelijk van de ervaring van de behandelaar.

Hierdoor ontstond discussie over de vraag wanneer tape of een brace de voorkeur verdient. Tegelijkertijd verscheen in de jaren zeventig in Japan een geheel nieuwe tapevorm: kinesiotape. In tegenstelling tot rigide sporttape is kinesiotape elastisch en bedoeld om beweging juist zo veel mogelijk toe te laten. Hierdoor ontstonden twee duidelijk verschillende toepassingen:

  • rigide sporttape, gericht op mechanische ondersteuning en bewegingsbeperking;
  • kinesiotape, gericht op sensorische ondersteuning, pijnvermindering en bewegingsbegeleiding.

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat rigide sporttape beter in staat is om ongewenste gewrichtsbewegingen mechanisch te beperken, terwijl voor kinesiotape de gevonden effecten doorgaans kleiner en minder consistent zijn (Parreira et al., 2014).

Hoe is de opleiding veranderd?

Waar tapen vroeger vooral werd geleerd door ervaring op het sportveld, is het tegenwoordig onderdeel van gestructureerde opleidingen. Fysiotherapeuten, sportfysiotherapeuten en sportverzorgers leren tegenwoordig niet alleen:

  • tapetechnieken;
  • anatomie;
  • biomechanica;

maar ook:

  • klinisch redeneren;
  • indicaties en contra-indicaties;
  • huidveiligheid;
  • wetenschappelijke onderbouwing;
  • evaluatie van het effect.

Hierdoor ligt de nadruk steeds minder op het reproduceren van vaste patronen en steeds meer op het kiezen van een techniek die past bij de individuele sporter.

De moderne kijk op sporttape

De visie op sporttape is de afgelopen tientallen jaren duidelijk veranderd. Waar tape vroeger soms als dé oplossing voor een blessure werd gezien, beschouwen moderne richtlijnen tape als een tijdelijk hulpmiddel binnen een bredere behandeling. Sporttape kan bijdragen aan:

  • tijdelijke mechanische ondersteuning;
  • bescherming tijdens sporthervatting;
  • vermindering van bewegingsangst;
  • een groter gevoel van stabiliteit.

Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat tape geen beschadigde ligamenten geneest, geen spieren sterker maakt en geen vervanging is voor oefentherapie. Daarom adviseren internationale richtlijnen tape vooral als ondersteuning tijdens de eerste fase van herstel of tijdens een geleidelijke terugkeer naar sport, gecombineerd met gerichte training (Kaminski et al., 2013; Doherty et al., 2017).

Conclusie

De geschiedenis van sporttape laat zien hoe een eenvoudige medische kleefband uitgroeide tot een belangrijk hulpmiddel binnen de sportgeneeskunde. Van de eerste linnen verbanden aan het begin van de twintigste eeuw tot de moderne rigide tapes van vandaag zijn materialen, technieken en inzichten voortdurend verbeterd. Tegelijkertijd is ook de visie op sporttape veranderd. Waar vroeger vooral werd geprobeerd een gewricht zo stevig mogelijk vast te zetten, ligt tegenwoordig de nadruk op doelgerichte, tijdelijke ondersteuning binnen een actieve revalidatie. Tape wordt niet langer gezien als een behandeling op zichzelf, maar als één van de hulpmiddelen die herstel, sporthervatting en blessurepreventie kunnen ondersteunen.

De ontwikkeling van sporttape weerspiegelt daarmee de bredere evolutie van de sportgeneeskunde: van ervaring naar wetenschappelijke onderbouwing, van passieve bescherming naar actieve revalidatie en van standaardoplossingen naar maatwerk voor iedere sporter.

Professionele witte sporttape gebruiken?

Bekijk het assortiment niet-elastische sporttape voor fysiotherapie, sportverzorging en gerichte tijdelijke ondersteuning.

Bekijk witte sporttape

Wetenschappelijke bronnen

  • Cramer GD, Darby SA. Clinical Anatomy of the Spine, Spinal Cord, and ANS. Elsevier. Diverse edities.
  • Doherty C, Delahunt E, Caulfield B, et al. The Incidence and Prevalence of Ankle Sprain Injury: A Systematic Review and Meta-analysis. British Journal of Sports Medicine. 2017.
  • Kaminski TW, Hertel J, Amendola N, et al. National Athletic Trainers’ Association Position Statement: Conservative Management and Prevention of Ankle Sprains in Athletes. Journal of Athletic Training. 2013.
  • McNichol L, Lund C, Rosen T, Gray M. Medical Adhesives and Patient Safety: State of the Science. Journal of Wound, Ostomy and Continence Nursing. 2013.
  • Parreira PCS, Costa LCM, Hespanhol Junior LC, Lopes AD, Costa LOP. Current evidence does not support the use of Kinesio Taping in clinical practice: a systematic review. Journal of Physiotherapy. 2014.
  • Prentice WE. Rehabilitation Techniques for Sports Medicine and Athletic Training. McGraw-Hill. Diverse edities.