Dry Needling en fascia: is er een relatie?

Dry Needling en fascia: is er een relatie?

Dry Needling wordt vaak beschreven als een behandeling van spieren en myofasciale triggerpoints. De therapeut brengt een dunne naald in een gevoelig spiergebied met als doel pijn te beïnvloeden en bewegen gemakkelijker te maken. Maar een naald die naar een spier gaat, komt onderweg niet uitsluitend met spierweefsel in contact.

De naald passeert de huid, het onderhuidse bindweefsel en verschillende fasciale structuren voordat een dieper gelegen spiergebied wordt bereikt. Ook binnen de spier zelf bevindt zich een uitgebreid netwerk van bindweefsel. Anatomisch gezien is het daarom onmogelijk om Dry Needling volledig los te zien van fascia.

De interessante vraag is echter niet alleen óf de naald fascia raakt. De belangrijkere vraag is: welke betekenis heeft die interactie voor het effect van de behandeling? Onderzoek laat zien dat naalden mechanisch kunnen koppelen aan bindweefsel en dat bindweefselcellen reageren op mechanische prikkels. Tegelijkertijd weten we nog onvoldoende in hoeverre deze processen daadwerkelijk verantwoordelijk zijn voor de klinische effecten van Dry Needling. Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen wat anatomisch en experimenteel is aangetoond en wat nog een hypothese is.

Gaat de naald alleen in de spier?

Nee. Wanneer een naald door de huid wordt ingebracht, passeert deze verschillende weefsels. Welke structuren precies worden geraakt, hangt af van de locatie, de naalddiepte en de gebruikte techniek. Zelfs wanneer het uiteindelijke doel een spier is, beweegt de naald eerst door huid en onderhuids bindweefsel.

Daarna kan de naald een fasciale structuur passeren voordat zij het spierweefsel bereikt. Ook een spier zelf bestaat niet uitsluitend uit spiervezels. Rondom de gehele spier ligt het epimysium.

Spierbundels worden omgeven door perimysium en individuele spiervezels door endomysium. Deze bindweefselstructuren vormen samen met omliggende fascia een continu mechanisch netwerk. De moderne definitie van Dry Needling is daarom breder dan uitsluitend het behandelen van een spier.

In de literatuur wordt Dry Needling ook beschreven als een techniek waarbij met een filiforme naald onderliggende musculaire en bindweefselstructuren kunnen worden gestimuleerd. Dat betekent niet dat een therapeut tijdens iedere naaldplaatsing precies één specifieke fasciale structuur behandelt. Wel betekent het dat de mechanische prikkel van de naald plaatsvindt binnen een omgeving waarin spier- en bindweefsel nauw met elkaar verbonden zijn.

Fascia rondom en in spieren

In anatomieboeken worden spieren vaak als afzonderlijke structuren weergegeven. Iedere spier heeft een eigen naam, oorsprong, insertie en functie. In het levende lichaam zijn de grenzen minder eenvoudig.

Spierweefsel is voortdurend verbonden met bindweefsel. Krachten worden niet alleen via een pees naar een bot overgedragen, maar kunnen ook via omliggende bindweefselstructuren tussen aangrenzende weefsels worden verdeeld. Dat maakt het onderscheid tussen “spier behandelen” en “fascia behandelen” minder absoluut dan soms wordt voorgesteld. Wanneer een naald in een spier wordt gebracht, bevindt deze zich tegelijkertijd in een complex systeem van spiervezels, collageen, extracellulaire matrix, zenuwen en bloedvaten. Dry Needling is daarom anatomisch een prikkel aan myofasciaal weefsel, ook wanneer de therapeut klinisch vooral een spier als doelstructuur heeft gekozen.

Wat gebeurt er mechanisch rond een naald?

Een naald neemt weinig ruimte in, maar kan lokaal toch een duidelijke mechanische prikkel veroorzaken. Vooral onderzoek van Helene Langevin en collega’s heeft laten zien dat een filiforme naald mechanisch kan koppelen aan bindweefsel. Wanneer een naald wordt gedraaid, kunnen collageenvezels zich rond de naald organiseren.

Dit verschijnsel wordt vaak beschreven als needle grasp of tissue winding. Hierdoor blijft de mechanische invloed niet noodzakelijk beperkt tot het exacte oppervlak van de naald. Krachten kunnen via het omliggende bindweefsel worden verspreid.

Deze onderzoeken zijn voornamelijk uitgevoerd binnen onderzoek naar acupunctuurnaalden en naaldrotatie. Het is daarom belangrijk om de resultaten niet automatisch te vertalen naar iedere Dry Needling-techniek. Bij veel vormen van triggerpoint Dry Needling wordt een naald bijvoorbeeld niet langdurig geroteerd, maar herhaald in en uit een spiergebied bewogen.

De mechanische omstandigheden zijn dan anders. Toch laten de experimenten van Langevin iets fundamenteels zien: een dunne naald kan een mechanische interactie aangaan met de extracellulaire matrix en het omliggende bindweefsel. De naald is dus niet alleen een prikkel voor spiervezels of zenuwuiteinden.

Bindweefselvervorming rond de naald

Wanneer een naald mechanisch gekoppeld raakt aan bindweefsel, kan lokaal vervorming ontstaan. Collageenvezels kunnen van richting veranderen en de extracellulaire matrix kan mechanisch worden belast. Hoe groot het gebied is dat hierdoor wordt beïnvloed, hangt waarschijnlijk af van de gebruikte techniek en de eigenschappen van het lokale weefsel. Dit betekent echter niet dat de naald de fascia mechanisch “opensnijdt” of verklevingen losbreekt.

Een filiforme Dry Needling-naald is zeer dun. De mechanische prikkel kan lokaal betekenisvol zijn zonder dat grote hoeveelheden bindweefsel structureel worden verbroken. Het verschil tussen prikkelen en mechanisch vernietigen is belangrijk.

De huidige literatuur ondersteunt dat naaldmanipulatie lokale mechanische vervorming van bindweefsel kan veroorzaken. Zij ondersteunt veel minder sterk het idee dat Dry Needling fasciale verklevingen letterlijk losmaakt. Een verandering in pijn of bewegingsvrijheid direct na de behandeling is daarom geen bewijs dat een fasciale structuur mechanisch is vrijgemaakt.

Fibroblasten en mechanotransductie

Een van de meest interessante onderzoekslijnen gaat over fibroblasten. Fibroblasten zijn bindweefselcellen die een belangrijke rol spelen bij het onderhouden en aanpassen van de extracellulaire matrix. Zij reageren op veranderingen in hun mechanische omgeving. Dit proces wordt mechanotransductie genoemd.

Een mechanische prikkel aan de buitenkant van een cel kan via de extracellulaire matrix en het cytoskelet worden vertaald naar een biologische reactie binnen de cel. Onderzoek van Langevin en collega’s liet zien dat fibroblasten na mechanische prikkeling door naaldmanipulatie hun vorm en cytoskelet kunnen veranderen. In experimentele modellen werd onder andere een grotere en plattere celvorm waargenomen.

Andere experimenten laten zien dat fibroblasten ook reageren op rek van bindweefsel. Dat maakt het biologisch plausibel dat mechanische prikkels van een naald lokaal door bindweefselcellen worden waargenomen. Maar hier moeten we een belangrijke stap terug doen.

Dat fibroblasten in een experimentele situatie reageren op een naald of op rek, betekent niet automatisch dat Dry Needling bij een patiënt werkt doordat fibroblasten fascia herstellen. We weten nog onvoldoende hoe groot deze cellulaire bijdrage bij een normale klinische behandeling is, hoe lang eventuele veranderingen aanhouden en of zij daadwerkelijk samenhangen met pijnvermindering of functioneel herstel. Mechanotransductie is daarom een interessant mogelijk mechanisme, geen volledig bewezen verklaring voor het klinische effect van Dry Needling.

De relatie met fasciale glijlagen

Verschillende fasciale en musculaire structuren moeten tijdens beweging ten opzichte van elkaar kunnen verschuiven. Deze relatieve beweging wordt vaak beschreven als gliding, sliding of shear. Met dynamische echografie kunnen onderzoekers deze verschuiving steeds beter zichtbaar en meetbaar maken. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat fasciale glijbeweging tussen personen en omstandigheden kan verschillen.

Hyaluronzuur speelt waarschijnlijk een rol bij het glijden tussen sommige fasciale lagen. Het bevindt zich onder andere in losmazig bindweefsel tussen collageenrijke lagen en draagt bij aan de mechanische omgeving waarin deze structuren ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. De vraag is vervolgens of Dry Needling deze fasciale glijbeweging kan beïnvloeden.

Daarvoor bestaat op dit moment veel minder direct bewijs. Het is biologisch denkbaar dat een lokale mechanische prikkel invloed heeft op de spanning, sensorische verwerking of mechanische omstandigheden van het behandelde gebied. Maar we kunnen nog niet overtuigend stellen dat Dry Needling bij patiënten een verminderde fasciale glijfunctie herstelt.

Een verbetering van beweging na Dry Needling kan bovendien meerdere verklaringen hebben. De pijn kan zijn afgenomen. De spieractiviteit kan tijdelijk anders worden gereguleerd.

De patiënt kan minder beschermend bewegen. Het zenuwstelsel kan de beweging anders verwerken. Het is daarom te eenvoudig om een toegenomen bewegingsuitslag direct toe te schrijven aan “beter glijdende fascia”.

Kun je fascia met Dry Needling ‘losmaken’?

Het woord losmaken is begrijpelijk, maar wetenschappelijk problematisch. Fascia is in een gezond lichaam niet simpelweg een vastgeplakt vlies dat met een naald moet worden losgemaakt. Bindweefselstructuren zijn van nature met elkaar verbonden.

Tegelijkertijd moeten delen van het fasciale systeem ten opzichte van elkaar kunnen vervormen en verschuiven. Na een operatie, ernstig trauma of fibrose kunnen echte structurele adhesies ontstaan. Dat is een andere situatie dan een patiënt met een lokaal strak of stijf gevoel in een spier.

Er bestaat op dit moment onvoldoende bewijs dat een normale Dry Needling-naald dergelijke structurele fasciale adhesies mechanisch kan verbreken. Dat betekent niet dat Dry Needling geen invloed kan hebben op een gebied dat stijf of pijnlijk aanvoelt. De mechanische en sensorische prikkel van de naald kan lokale en bredere reacties veroorzaken.

Pijn kan veranderen en een beweging kan gemakkelijker worden. Maar “de fascia is losgemaakt” gaat verder dan wat op basis van het huidige bewijs kan worden geconcludeerd. Een betere uitleg is: Dry Needling geeft een gerichte mechanische en sensorische prikkel aan een gebied waarin spier- en bindweefsel nauw met elkaar verbonden zijn.

Is een naald anders dan een hands-on techniek?

Ja en nee. Een hands-on behandeling en Dry Needling geven beide een mechanische prikkel, maar de manier waarop die prikkel wordt aangeboden is heel verschillend. Bij een hands-on techniek wordt kracht via de huid over een relatief groot oppervlak aangeboden.

De therapeut kan variëren in druk, tempo, wrijving, richting en beweging. Een Dry Needling-naald concentreert de mechanische prikkel juist op een zeer klein oppervlak en kan dieper gelegen weefsels direct bereiken. De sensorische ervaring is daardoor eveneens anders.

Dit betekent niet automatisch dat een naald “dieper werkt” en daardoor beter is. Het betekent vooral dat het een andere vorm van mechanische en sensorische stimulatie is. Beide technieken kunnen mogelijk invloed hebben op pijn en bewegen, maar via deels overlappende en deels verschillende routes.

De relatie met een local twitch response

Wanneer een naald in een spiergebied een local twitch response uitlokt, ontstaat een plotselinge korte spiercontractie. Die contractie verandert tijdelijk ook de mechanische omstandigheden van het omliggende bindweefsel. Spier en fascia functioneren immers niet volledig los van elkaar. Toch weten we niet of een local twitch response noodzakelijk is om fascia te beïnvloeden.

Ook weten we niet of de twitch een belangrijke fasciale verandering veroorzaakt. Zoals in eerder onderzoek is beschreven, bestaat onvoldoende overtuigend bewijs dat een local twitch response noodzakelijk is voor een succesvol behandelresultaat. De twitch kan dus onderdeel zijn van de neuromusculaire reactie op de naald, maar moet niet worden gezien als bewijs dat de fascia is losgemaakt.

Wat weten we wel?

We weten dat een Dry Needling-naald tijdens het bereiken van een spier verschillende bindweefselstructuren passeert. We weten ook dat spieren zelf uitgebreid met bindweefsel zijn georganiseerd. Experimenteel onderzoek met filiforme naalden laat zien dat naaldmanipulatie mechanische koppeling met bindweefsel kan veroorzaken. Collageenvezels kunnen rond een geroteerde naald worden meegenomen en mechanische krachten kunnen zich door de extracellulaire matrix verspreiden.

Daarnaast weten we dat fibroblasten gevoelig zijn voor mechanische belasting en hun vorm en activiteit kunnen aanpassen wanneer hun mechanische omgeving verandert. Ook weten we dat fasciale lagen en aangrenzende weefsels tijdens beweging ten opzichte van elkaar kunnen verschuiven. Dit zijn belangrijke biologische bouwstenen.

Wat weten we nog niet?

We weten nog niet in welke mate de effecten uit naald- en celonderzoek verantwoordelijk zijn voor de klinische effecten van Dry Needling. Veel fundamenteel onderzoek naar bindweefsel en naalden is uitgevoerd met acupunctuurnaalden, specifieke rotatietechnieken, diermodellen of weefsel buiten het lichaam. De resultaten zijn relevant voor het begrijpen van de interactie tussen een filiforme naald en bindweefsel, maar kunnen niet automatisch worden vertaald naar iedere Dry Needling-behandeling. We weten ook niet of Dry Needling fasciale glijlagen bij patiënten structureel verandert.

We weten niet of fibroblastreacties na een normale behandeling leiden tot klinisch relevante remodellering. En we kunnen niet stellen dat een verbetering in pijn of mobiliteit bewijst dat de fascia mechanisch is losgemaakt. De fasciale verklaring voor Dry Needling is daarom interessant, maar nog onvolledig.

Een praktijkvoorbeeld

Een hardloper meldt zich met een lokaal strak en pijnlijk gevoel in de kuit. Tijdens het onderzoek vindt de fysiotherapeut een gevoelig gebied in de gastrocnemius. Enkelbeweging en hardlopen provoceren de klacht.

De therapeut besluit Dry Needling toe te passen. De naald passeert huid en onderhuids bindweefsel voordat de spier wordt bereikt. Binnen de spier bevindt de naald zich eveneens in een omgeving van spiervezels en intramusculair bindweefsel.

Tijdens de behandeling ontstaat een korte local twitch response. Na de behandeling voelt de kuit anders aan en kan de patiënt de enkel gemakkelijker bewegen. Wat is er gebeurd?

We kunnen niet met zekerheid zeggen dat een fasciale verkleving is losgemaakt. De naald heeft lokale spier- en bindweefselstructuren mechanisch geprikkeld. Sensorische zenuwuiteinden zijn geactiveerd.

De spier heeft kort gereageerd en mogelijk zijn lokale en centrale pijnmodulerende processen beïnvloed. De verandering in beweging kan het resultaat zijn van een combinatie van deze processen. De volgende stap blijft vervolgens belangrijk. De hardloper moet zijn kuit opnieuw leren belasten en de oorzaak van de overbelasting aanpakken. Dry Needling kan een tijdelijke verandering hebben ondersteund, maar de langdurige adaptatie van spier, pees en bindweefsel ontstaat vooral door passende belasting en training.

Wat betekent dit voor de therapeut?

De relatie tussen Dry Needling en fascia biedt vooral een bredere manier van kijken. De therapeut behandelt met een naald niet een geïsoleerde spiervezel in een anatomisch vacuüm. Iedere naaldprikkel vindt plaats binnen een continu netwerk van spier, bindweefsel, zenuwen, bloedvaten en extracellulaire matrix.

Dat maakt het logisch dat zowel musculaire als fasciale structuren onderdeel zijn van de lokale reactie. Tegelijkertijd vraagt dit om terughoudendheid in de uitleg. Het is niet nodig om patiënten te vertellen dat fascia met de naald wordt losgemaakt of dat verklevingen worden doorgeprikt.

Een wetenschappelijk betere uitleg is dat Dry Needling een gerichte mechanische en sensorische prikkel geeft aan een myofasciaal gebied en dat deze prikkel verschillende lokale en neurofysiologische reacties kan veroorzaken. Dat is misschien minder eenvoudig dan “de knoop eruit prikken”. Maar het sluit beter aan bij wat we daadwerkelijk weten.

Conclusie

Is er een relatie tussen Dry Needling en fascia? Ja. Een Dry Needling-naald gaat niet uitsluitend door spierweefsel. De naald passeert bindweefselstructuren en bevindt zich ook binnen een spier voortdurend in een omgeving van extracellulaire matrix en intramusculair bindweefsel.

Experimenteel onderzoek laat zien dat een filiforme naald mechanisch kan koppelen aan bindweefsel. Naaldmanipulatie kan lokale collageenstructuren vervormen en fibroblasten reageren op mechanische belasting. Deze bevindingen maken het aannemelijk dat bindweefsel onderdeel is van de biologische reactie op needling.

Wat we nog niet weten, is hoe belangrijk deze fasciale mechanismen zijn voor het klinische effect van Dry Needling. Er is onvoldoende bewijs dat Dry Needling fasciale verklevingen letterlijk losmaakt, fasciale glijlagen structureel herstelt of via fibroblasten direct leidt tot klinisch relevante weefselremodellering. De meest verdedigbare conclusie is daarom: Dry Needling is geen behandeling van uitsluitend spier of uitsluitend fascia.

Het is een gerichte mechanische en sensorische prikkel binnen een continu myofasciaal en neuromusculoskeletaal systeem. Voor de patiënt blijft uiteindelijk niet de vraag centraal welke microscopische structuur precies is veranderd. De belangrijkste vraag blijft: Heeft de behandeling geholpen om pijn te verminderen, bewegen gemakkelijker te maken en de volgende stap naar actief herstel mogelijk te maken?

Professionele Dry Needling-materialen

Werk je als fysiotherapeut of volg je een Dry Needling-opleiding? Bekijk het assortiment steriele naalden en praktische benodigdheden voor professioneel gebruik.

Bekijk Dry Needling-producten

Wetenschappelijke bronnen

  • Langevin HM, Churchill DL, Cipolla MJ. Mechanical signaling through connective tissue: a mechanism for the therapeutic effect of acupuncture. FASEB Journal. 2001. In deze invloedrijke hypothese en onderzoekslijn wordt beschreven hoe naaldrotatie mechanische koppeling tussen een filiforme naald en bindweefsel kan veroorzaken en mogelijk signalen via mechanotransductie kan overdragen.
  • Langevin HM, Churchill DL, Fox JR, Badger GJ, Garra BS, Krag MH. Biomechanical response to acupuncture needling in humans. Journal of Applied Physiology. Onderzoek naar de mechanische respons van menselijk weefsel op naaldmanipulatie.
  • Langevin HM, Bouffard NA, Badger GJ, et al. Subcutaneous tissue fibroblast cytoskeletal remodeling induced by acupuncture: evidence for a mechanotransduction-based mechanism. 2006. Experimenteel onderzoek waarin fibroblasten na mechanische naaldstimulatie veranderingen in hun cytoskelet en vorm vertoonden.
  • Langevin HM, et al. Connective tissue fibroblast response to acupuncture: dose-dependent effect of bidirectional needle rotation. 2007. Onderzoek naar de reactie van fibroblasten en bindweefsel op verschillende vormen van naaldmanipulatie.
  • Langevin HM, et al. Fibroblast spreading induced by connective tissue stretch involves intracellular redistribution of alpha- and beta-actin. 2006. Dit onderzoek laat zien dat fibroblasten actief reageren op mechanische rek van bindweefsel.
  • Stecco C, Stern R, Porzionato A, et al. Hyaluronan within fascia in the etiology of myofascial pain. Surgical and Radiologic Anatomy. 2011. Deze anatomische studie beschrijft de aanwezigheid en mogelijke functie van hyaluronzuur in fasciale glijlagen.
  • Soares HR, et al. Diagnostic ultrasound assessment of deep fascia sliding mobility in vivo: a scoping review. 2021. Een overzicht van onderzoek waarin dynamische echografie wordt gebruikt om de relatieve beweging van diepe fasciale structuren te bestuderen.
  • Ichikawa K, Takei H, Usa H, et al. Comparative analysis of ultrasound changes in the vastus lateralis muscle following myofascial release and thermotherapy. 2015. Onderzoek waarin met echografie fasciale glijbeweging en veranderingen na interventies werden onderzocht.
  • Dunning J, Butts R, Mourad F, et al. Dry needling: a literature review with implications for clinical practice guidelines. 2014. Een brede bespreking van Dry Needling waarin niet alleen spierweefsel, maar ook bindweefsel en andere neuromusculoskeletale structuren als mogelijke doelweefsels worden besproken.