Is Dry Needling veilig? Bijwerkingen, risico’s en voorzorgsmaatregelen

Is Dry Needling veilig? Bijwerkingen, risico’s en voorzorgsmaatregelen

Dry Needling wordt wereldwijd veel toegepast bij klachten van het bewegingsapparaat. Daarbij wordt een dunne, massieve naald door de huid ingebracht en gericht gebruikt om spier- en andere neuromusculoskeletale weefsels te prikkelen. Voor veel patiënten roept dat een logische vraag op: is Dry Needling veilig? Het algemene antwoord is dat Dry Needling bij een goed geselecteerde patiënt en uitgevoerd door een goed opgeleide therapeut meestal gepaard gaat met milde en kortdurende bijwerkingen.

Denk aan een kleine bloeding, een blauwe plek, lokale napijn of pijn tijdens het prikken. Ernstige complicaties zijn veel zeldzamer. Toch zijn onder andere pneumothorax, zenuwletsel, ernstige bloedingen en infecties beschreven.

De veiligheid van Dry Needling wordt daarom niet alleen bepaald door de dikte van de naald, maar vooral door anatomische kennis, techniek, hygiëne, patiëntselectie en het herkennen van risicogebieden. De juiste conclusie is daarom niet dat Dry Needling volledig risicoloos is. De betere conclusie is: Dry Needling heeft over het algemeen een gunstig veiligheidsprofiel, maar blijft een invasieve techniek die zorgvuldig en deskundig moet worden toegepast.

Hoe veilig is Dry Needling?

De grootste prospectieve onderzoeken naar bijwerkingen laten zien dat milde reacties relatief vaak voorkomen. Brady en collega’s onderzochten in 2014 meer dan 7.600 Dry Needling-behandelingen. Bij ongeveer 19 procent van de behandelingen werd een milde bijwerking geregistreerd. De meest voorkomende reacties waren blauwe plekken, een kleine bloeding en pijn tijdens of na de behandeling.

In deze studie werden geen ernstige bijwerkingen gerapporteerd (Brady et al., 2014). Een groter onderzoek van Boyce en collega’s volgde ruim 20.000 behandelingen. Daar werd bij 36,7 procent van de behandelingen ten minste één milde bijwerking gerapporteerd.

Bloeding, blauwe plekken en pijn tijdens de behandeling kwamen het vaakst voor. Ernstige bijwerkingen waren in deze studie veel zeldzamer en werden bij minder dan 0,1 procent van de behandelingen gemeld (Boyce et al., 2020). Deze cijfers laten ook zien waarom percentages voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd.

De gerapporteerde frequentie hangt af van wat onderzoekers een bijwerking noemen. Een minuscule bloeddruppel na het verwijderen van een naald kan bijvoorbeeld als adverse event worden geregistreerd, terwijl patiënt en therapeut dit mogelijk als een normale en verwachte reactie beschouwen. De algemene lijn blijft echter duidelijk: kleine en kortdurende reacties zijn relatief gebruikelijk, ernstige complicaties zijn veel zeldzamer.

Veelvoorkomende bijwerkingen

De meest voorkomende reacties zijn meestal lokaal en tijdelijk. Een kleine bloeding kan ontstaan wanneer de naald een klein bloedvat raakt. Ook een blauwe plek kan zich later ontwikkelen. Pijn tijdens de behandeling en napijn na afloop komen eveneens regelmatig voor.

Andere gerapporteerde reacties zijn vermoeidheid, hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid en een tijdelijke verergering van klachten. De meeste van deze reacties verdwijnen vanzelf. Dat betekent niet dat ze genegeerd moeten worden.

Voor een patiënt kan zelfs een milde reactie relevant zijn. Een sporter die de volgende dag een belangrijke wedstrijd heeft, kan lokale napijn bijvoorbeeld als veel hinderlijker ervaren dan iemand die enkele rustige dagen voor zich heeft. De dosering en timing van Dry Needling moeten daarom ook worden afgestemd op wat de patiënt na de behandeling moet kunnen doen.

Napijn en blauwe plekken

Napijn is waarschijnlijk een van de bekendste reacties na Dry Needling. Patiënten beschrijven dit vaak als spierpijn na intensieve training. Het behandelde gebied kan lokaal gevoelig, zwaar of beurs aanvoelen.

De hoeveelheid napijn verschilt sterk. Een oppervlakkige of beperkte behandeling kan nauwelijks reactie geven. Een intensievere behandeling met veel naaldbewegingen of meerdere local twitch responses kan meer lokale gevoeligheid veroorzaken.

Meer napijn betekent niet automatisch dat de behandeling beter heeft gewerkt. Ook een blauwe plek kan ontstaan. De naald kan een klein bloedvat raken, waarna lokaal een onderhuidse bloeding zichtbaar wordt.

Bij de meeste gezonde patiënten is dit onschuldig. Bij mensen met een verhoogd bloedingsrisico of medicatie die de bloedstolling beïnvloedt, moet de therapeut extra zorgvuldig handelen. Het gebruik van antistollingsmedicatie wordt in de literatuur niet automatisch als een absolute contra-indicatie beschouwd, maar vraagt wel om een individuele risicoanalyse en passende techniek (Muñoz et al., 2022).

Duizeligheid en flauwvallen

Sommige patiënten worden duizelig tijdens of na Dry Needling. Een klein deel kan een vasovagale reactie krijgen. Hierbij reageert het autonome zenuwstelsel op bijvoorbeeld angst, pijn, spanning of de naaldprikkel.

De patiënt kan bleek worden, zweten, misselijk worden, licht in het hoofd voelen of tijdelijk het bewustzijn verliezen. Een vasovagale reactie betekent meestal niet dat er iets ernstigs met het behandelde weefsel is gebeurd. De therapeut moet de signalen wel herkennen en adequaat reageren.

De behandeling wordt gestopt en de patiënt wordt veilig gepositioneerd. Daarna wordt rustig beoordeeld hoe de patiënt herstelt. Voor patiënten die weten dat zij snel flauwvallen bij bloedafname of naalden, is het belangrijk dit vooraf te melden. Ook de positie tijdens de behandeling kan een rol spelen. Een patiënt die liggend wordt behandeld heeft bij een eventuele vasovagale reactie minder risico om te vallen dan iemand die zit of staat.

Angst voor naalden is ook relevant

Veiligheid is niet alleen anatomisch. Een patiënt die extreem angstig is voor naalden kan de behandeling als zeer bedreigend ervaren. Dat kan de kans op spanning, hyperventilatie of een vasovagale reactie vergroten. Dry Needling moet daarom nooit worden uitgevoerd omdat de therapeut vindt dat de techniek nodig is terwijl de patiënt de behandeling eigenlijk niet wil.

De patiënt moet begrijpen wat er gaat gebeuren en vrijwillig instemmen. Een alternatief zonder naalden is in veel situaties mogelijk. De beste behandeling is niet automatisch de meest invasieve behandeling.

Infectierisico

Omdat de huid wordt doorbroken, bestaat theoretisch een risico op infectie. Daarom moet bij Dry Needling zorgvuldig en hygiënisch worden gewerkt. De naald moet steriel zijn en bedoeld zijn voor eenmalig gebruik.

Ook moeten de handen en de behandelomgeving volgens passende hygiënische principes worden gebruikt. De huid vormt normaal een belangrijke beschermingsbarrière. Iedere techniek die deze barrière doorbreekt vraagt daarom om aandacht voor infectiepreventie.

Ernstige infecties na Dry Needling lijken zeldzaam, maar zijn wel beschreven bij naaldinterventies. Extra voorzichtigheid is nodig bij een lokale huidinfectie, open wond of een duidelijk verhoogd infectierisico. Een therapeut moet bij iedere patiënt beoordelen of de huid en het behandelgebied geschikt zijn om te prikken.

Pneumothorax

Een pneumothorax is waarschijnlijk de bekendste ernstige complicatie van Dry Needling. Bij een pneumothorax komt lucht in de ruimte tussen de long en de borstwand. Hierdoor kan de long gedeeltelijk of volledig samenvallen.

Dit kan ontstaan wanneer een naald in een regio boven de long te diep wordt ingebracht en de pleura wordt beschadigd. Casussen van pneumothorax na Dry Needling zijn in de literatuur beschreven, waaronder bij behandeling van spieren in de scapulaire en thoracale regio. Ook een recente casus uit 2025 benadrukte dat technieken die bedoeld zijn om de rib als beschermende barrière te gebruiken niet automatisch ieder risico uitsluiten.

Een pneumothorax is zeldzaam, maar potentieel ernstig. Daarom moet een therapeut bij needling rond de thorax, bovenste trapezius, scapulaire regio en andere gebieden nabij de longen zeer nauwkeurig weten waar de longgrenzen en andere anatomische structuren zich kunnen bevinden. Ook anatomische variatie tussen patiënten is relevant. De anatomie uit een boek is een gemiddelde. Een individuele patiënt hoeft niet exact hetzelfde gebouwd te zijn.

Welke symptomen kunnen passen bij een pneumothorax?

Klachten kunnen direct ontstaan, maar soms ook pas later duidelijk worden. Mogelijke symptomen zijn plotselinge kortademigheid, pijn op de borst, moeite met diep ademhalen en een onverwachte verslechtering na behandeling in een regio nabij de thorax. Niet iedere pijn na Dry Needling rond de schouder of borstkas betekent dat sprake is van een pneumothorax. Maar deze symptomen moeten wel serieus worden genomen.

Een patiënt moet weten wanneer medische beoordeling nodig is. Goede informed consent betekent daarom niet alleen vertellen dat een complicatie theoretisch bestaat. De patiënt moet bij relevante behandellocaties ook weten welke alarmsymptomen na afloop belangrijk zijn.

Welke lichaamsregio’s vragen extra voorzichtigheid?

Niet iedere lichaamsregio heeft hetzelfde risicoprofiel. Regio’s nabij de thorax vragen bijzondere aandacht vanwege de longen en pleura. Ook rond de nek bevinden zich belangrijke bloedvaten, zenuwen en andere kwetsbare structuren.

In de buik- en bekkenregio kunnen organen relevant zijn. Rond perifere zenuwen en grote bloedvaten is een nauwkeurige kennis van de anatomie eveneens essentieel. Daarom is het te eenvoudig om Dry Needling alleen te leren als een verzameling spieren en insteekpunten.

De therapeut moet driedimensionaal begrijpen wat zich onder de huid bevindt. Welke structuren liggen oppervlakkig? Welke structuren liggen dieper?

Wat kan anatomisch variëren? Welke richting is veiliger? Welke naaldlengte is passend? En is needling op deze locatie überhaupt nodig? Anatomische kennis bepaalt voor een belangrijk deel de veiligheidsmarge van de behandeling.

Wanneer mag Dry Needling niet?

Er bestaat niet voor iedere situatie één universele internationale lijst met absolute contra-indicaties. Veel beslissingen vragen om klinische beoordeling. Een duidelijke weigering van de patiënt is vanzelfsprekend een reden om niet te behandelen.

Ook lokale infecties of een ongeschikt huidgebied kunnen een reden zijn om niet te prikken. Daarnaast vragen verschillende medische omstandigheden extra voorzichtigheid of aanpassing van de techniek. Denk aan een verhoogd bloedingsrisico, bepaalde vormen van verminderde afweer, zwangerschap afhankelijk van locatie en klinische context, ernstige naaldenangst en situaties waarin een patiënt niet goed kan aangeven wat hij voelt of geen geldige toestemming kan geven.

Het gebruik van antistollingsmedicatie is een goed voorbeeld van waarom een zwart-witlijst vaak te eenvoudig is. Onderzoek concludeert dat antitrombotische medicatie niet automatisch een absolute contra-indicatie voor Dry Needling hoeft te zijn. Wel moeten het individuele bloedingsrisico, de behandellocatie en de mogelijkheid om druk uit te oefenen na de behandeling worden meegewogen (Muñoz et al., 2022). De vraag is daarom meestal niet alleen: “Staat deze aandoening op een contra-indicatielijst?” Maar: “Is de verwachte meerwaarde van deze behandeling bij deze patiënt groter dan het mogelijke risico?”

Extra voorzichtigheid bij kwetsbare patiënten

Sommige patiënten vragen om een lagere drempel voor voorzichtigheid. Denk aan iemand die snel bloedt, een kwetsbare huid heeft of eerder sterk op naalden heeft gereageerd. Ook patiënten met een verminderd gevoel in een lichaamsgebied kunnen minder goed aangeven wanneer een naaldprikkel afwijkend aanvoelt.

Bij een patiënt met complexe medische problematiek kan overleg met een arts of andere behandelaar nodig zijn. Dry Needling is een keuze. Wanneer de veiligheid onzeker is en een goed niet-invasief alternatief beschikbaar is, kan het verstandig zijn om dat alternatief te kiezen.

Het belang van opleiding en anatomische kennis

De veiligheid van Dry Needling hangt sterk samen met de uitvoerende therapeut. Een dunne naald kan diep in het lichaam komen. Daarom is oppervlakkige kennis van spieren onvoldoende.

De therapeut moet de anatomie driedimensionaal begrijpen en weten welke structuren zich achter de doelstructuur bevinden. Ook moet de therapeut weten hoe diep een naald veilig kan worden ingebracht en hoe de houding van de patiënt de anatomische verhoudingen kan beïnvloeden. Publicaties over veiligheidsaspecten van Dry Needling benadrukken daarom het belang van anatomische kennis, bewustzijn van anatomische variatie en informed consent.

Technische vaardigheid alleen is niet genoeg. De therapeut moet ook weten wanneer hij níet moet prikken. Dat is misschien wel een van de belangrijkste onderdelen van deskundigheid.

Is meer ervaring automatisch veiliger?

Niet noodzakelijk. Ervaring kan bijdragen aan technische vaardigheid en klinisch inzicht. Maar routine kan ook leiden tot onderschatting van risico’s.

Een therapeut die een techniek honderden keren zonder complicaties heeft uitgevoerd, kan ten onrechte het gevoel krijgen dat de techniek nooit fout kan gaan. Veilig werken vraagt daarom om voortdurende aandacht. Iedere patiënt heeft een andere anatomie. Iedere behandeling vraagt opnieuw om beoordeling van locatie, richting, diepte en noodzaak. De recente literatuur naar Dry Needling-praktijk laat bovendien zien dat ongewenste gebeurtenissen nog steeds voorkomen en dat systematische registratie belangrijk blijft.

Wat moet een patiënt vooraf weten?

Een patiënt moet vooraf voldoende informatie krijgen om een echte keuze te kunnen maken. Daarbij hoort uitleg over het doel van Dry Needling. Ook moet worden besproken wat de patiënt waarschijnlijk voelt en welke normale reacties na afloop kunnen optreden. Een patiënt mag weten dat een kleine bloeding, blauwe plek of napijn mogelijk is.

Bij een behandeling in een risicogebied moet ook worden gesproken over relevante zeldzame complicaties. De uitleg moet eerlijk zijn zonder onnodig angst te veroorzaken. Informed consent betekent niet dat de therapeut een enorme lijst met alle theoretisch mogelijke complicaties moet voorlezen.

Het betekent dat de patiënt de belangrijkste relevante informatie krijgt die nodig is om een weloverwogen beslissing te nemen. Ook moet de patiënt weten dat hij altijd kan aangeven dat een behandeling moet stoppen. Controle en communicatie zijn onderdeel van veilig behandelen.

Wat moet een patiënt na de behandeling weten?

De meeste milde reacties hebben geen speciale behandeling nodig. Lokale gevoeligheid of een kleine blauwe plek verdwijnen meestal vanzelf. De therapeut kan uitleggen wat normaal te verwachten is. Belangrijker is dat de patiënt weet welke klachten niet passen bij een normale reactie.

Na een behandeling rond de thorax moeten onverwachte kortademigheid of pijn op de borst bijvoorbeeld serieus worden genomen. Ook aanhoudende of toenemende neurologische klachten, een duidelijke infectiereactie of ernstige bloedingsproblemen vragen om verdere beoordeling. Een patiënt die weet wat normaal is en wat niet, kan sneller handelen wanneer dat nodig is.

Veiligheid begint vóór de naald

De veiligste Dry Needling-behandeling begint niet op het moment dat de naald wordt ingebracht. Veiligheid begint met de vraag of Dry Needling überhaupt nodig is. Wat is het doel? Zijn er relevante risico’s?

Bestaat een goed alternatief? Wil de patiënt de behandeling? Is de therapeut voldoende bekwaam voor deze anatomische regio?

Pas daarna komt de technische uitvoering. Deze volgorde is belangrijk. De veiligste complicatie is uiteindelijk de complicatie van een behandeling die niet onnodig werd uitgevoerd.

Praktijkvoorbeeld

Een patiënt meldt zich met pijn rondom het schouderblad. Tijdens het onderzoek vindt de fysiotherapeut een lokaal gevoelig gebied. Dry Needling zou een mogelijke behandeloptie kunnen zijn.

Omdat het behandelde gebied zich nabij de thorax bevindt, beoordeelt de therapeut eerst zorgvuldig de anatomie en bespreekt hij de mogelijke voordelen en risico’s met de patiënt. De patiënt is bovendien erg angstig voor naalden en geeft aan liever een andere behandeling te proberen. De therapeut kiest daarom voor een niet-invasieve behandeling en actieve oefeningen.

Dit is geen gemiste kans om Dry Needling toe te passen. Het is juist een voorbeeld van goede klinische besluitvorming. Bij een andere patiënt kan Dry Needling in dezelfde regio wel passend zijn. Veiligheid zit dus niet alleen in de techniek. Veiligheid zit ook in de keuze.

Conclusie

Is Dry Needling veilig? Over het algemeen heeft Dry Needling een gunstig veiligheidsprofiel wanneer de techniek zorgvuldig wordt toegepast door een goed opgeleide therapeut. Milde bijwerkingen komen relatief vaak voor.

Kleine bloedingen, blauwe plekken, pijn tijdens de behandeling en tijdelijke napijn behoren tot de meest gerapporteerde reacties. Ernstige complicaties zijn veel zeldzamer. Toch kunnen onder andere pneumothorax, zenuwletsel, ernstige bloedingen en infecties voorkomen.

Daarom moet Dry Needling niet worden gezien als een volledig risicoloze techniek. De veiligheid wordt bepaald door meerdere factoren: goede patiëntselectie, anatomische kennis, passende naaldkeuze, hygiënisch werken, correcte techniek, informed consent en het herkennen van complicaties. De belangrijkste veiligheidsvraag is daarom niet alleen: “Kan ik deze structuur prikken?” Maar: “Is Dry Needling hier nodig, is het risico acceptabel en beschik ik over voldoende kennis en vaardigheid om deze behandeling veilig uit te voeren?” Juist die combinatie van kennis, terughoudendheid en klinisch redeneren maakt Dry Needling zo veilig mogelijk.

Professionele Dry Needling-materialen

Werk je als fysiotherapeut of volg je een Dry Needling-opleiding? Bekijk het assortiment steriele naalden en praktische benodigdheden voor professioneel gebruik.

Bekijk Dry Needling-producten

Wetenschappelijke bronnen

  • Rabanal-Rodríguez G, et al. Frequency and Severity of Adverse Events Associated With Dry Needling: A Systematic Review and Meta-analysis. Physical Therapy. 2026. De meest recente systematische review en meta-analyse specifiek naar frequentie en ernst van bijwerkingen bij Dry Needling.
  • Boyce D, Wempe H, Campbell C, et al. Adverse Events Associated With Therapeutic Dry Needling. 2020. In ruim 20.000 behandelingen kwamen milde bijwerkingen regelmatig voor. Bloeding, blauwe plekken en pijn tijdens de behandeling waren het meest gerapporteerd. Ernstige bijwerkingen waren veel zeldzamer.
  • Brady S, McEvoy J, Dommerholt J, Doody C. Adverse Events Following Trigger Point Dry Needling: A Prospective Survey of Chartered Physiotherapists. 2014. In meer dan 7.600 behandelingen werden vooral milde bijwerkingen gerapporteerd en geen ernstige complicaties.
  • Muñoz M, et al. Dry Needling and Antithrombotic Drugs. 2022. Deze publicatie concludeert dat gebruik van antitrombotische medicatie niet automatisch als absolute contra-indicatie hoeft te worden beschouwd, maar dat een individuele risicoanalyse noodzakelijk blijft.
  • Halle JS, Halle RJ. Pertinent Dry Needling Considerations for Minimizing Adverse Effects – Part One. 2016. Een veiligheidsgerichte publicatie over relevante anatomie in onder andere de thorax en het beperken van ernstige complicaties.
  • Halle JS, Halle RJ. Pertinent Dry Needling Considerations for Minimizing Adverse Effects – Part Two. 2016. Bespreekt onder andere andere anatomische regio’s, vasovagale reacties en informed consent.
  • Mintken PE, et al. Pneumothorax After Dry Needling of Intrascapular Muscles: A Case Report. 2025. Een recente casus die het belang onderstreept van anatomische kennis en voorzichtigheid bij Dry Needling in de scapulaire en thoracale regio.
  • Tolbert M, et al. Patient-Perceived Benefits and Adverse Events of Dry Needling. 2025. Een patiëntgerichte studie waarin lokale napijn en pijn vaak werden gerapporteerd, naast ervaren verbeteringen in onder andere pijn en mobiliteit.
  • Malfait I, et al. Safety of Dry Needling in Stroke Patients: A Scoping Review. 2024. Deze review bespreekt veiligheid in een neurologische patiëntengroep en laat ook zien dat contra-indicaties en voorzorgsmaatregelen in de literatuur niet altijd consistent worden toegepast.