Hoeveel vacuüm gebruik je bij cupping?

Hoeveel vacuüm gebruik je bij cupping?

Bij cupping wordt vaak gesproken over een lichte, middelmatige of sterke zuigkracht. In de praktijk wordt de dosering regelmatig bepaald op gevoel: één keer pompen, twee keer pompen of een siliconen cup iets sterker indrukken. Maar hoeveel vacuüm wordt dan werkelijk toegepast?

En belangrijker: is meer vacuüm ook effectiever? De hoeveelheid negatieve druk bepaalt mede hoeveel de huid in de cup wordt getrokken en hoe sterk de mechanische en sensorische prikkel is. Tegelijkertijd wordt de uiteindelijke belasting ook beïnvloed door de cupgrootte, de lichaamsregio, de eigenschappen van het weefsel en de duur van de behandeling. De juiste dosering is daarom geen vast getal dat voor iedere patiënt en iedere toepassing hetzelfde is.

Wat betekent vacuüm bij cupping?

In de dagelijkse praktijk wordt vaak gesproken over een vacuüm. Technisch gezien ontstaat bij cupping meestal geen volledig vacuüm, maar een negatieve druk ten opzichte van de atmosferische druk. De druk binnen de cup is lager dan de druk buiten de cup. Hierdoor worden de huid en het oppervlakkige weefsel gedeeltelijk naar binnen getrokken. Negatieve druk kan worden uitgedrukt in verschillende eenheden, waaronder:

  • kilopascal (kPa);
  • millimeter kwikdruk (mmHg);
  • hectopascal (hPa).

In wetenschappelijk onderzoek wordt soms de absolute druk genoemd en soms het drukverschil ten opzichte van de omgeving. Daardoor kunnen getallen uit verschillende studies niet altijd rechtstreeks met elkaar worden vergeleken. Voor de therapeut is vooral het principe belangrijk:

hoe groter het drukverschil, hoe sterker de mechanische belasting van de huid en het oppervlakkige weefsel.

Maar de hoeveelheid negatieve druk is slechts één onderdeel van de totale dosering. Ook belangrijk zijn:

  • de grootte van de cup;
  • de behandeltijd;
  • het behandelde lichaamsgebied;
  • statische of bewegende toepassing;
  • de individuele reactie van de patiënt.

Lichte, middelmatige en sterke zuigkracht

In de praktijk wordt vaak onderscheid gemaakt tussen lichte, middelmatige en sterke cupping. Er bestaat echter geen universeel geaccepteerde indeling die voor iedere cup en iedere patiënt exact hetzelfde betekent.

Lichte zuigkracht

Bij lichte cupping wordt de huid beperkt in de cup getrokken. De patiënt ervaart meestal:

  • een lichte trekkende sensatie;
  • weinig ongemak;
  • relatief weinig spanning op de huid.

Lichte zuigkracht kan bijvoorbeeld worden gebruikt:

  • bij een eerste behandeling;
  • bij een gevoelige huid;
  • bij bewegende cupping;
  • wanneer een langdurigere toepassing gewenst is;
  • bij patiënten die sterk reageren op mechanische prikkels.

Middelmatige zuigkracht

Bij middelmatige cupping wordt de huid duidelijker in de cup getrokken. De patiënt ervaart een duidelijke trekkracht, maar de behandeling blijft goed verdraagbaar. Dit is binnen veel musculoskeletale toepassingen een gebruikelijke dosering.

Sterke zuigkracht

Bij sterke cupping wordt de huid verder in de cup getrokken. Hierdoor neemt de mechanische belasting toe. De patiënt kan meer:

  • spanning;
  • pijn;
  • gevoeligheid;
  • huidverkleuring

ervaren. Sterker vacuüm betekent echter niet automatisch een sterker therapeutisch effect. De grens tussen een krachtige prikkel en overdosering kan bovendien per patiënt sterk verschillen.

Wat gebeurt er met de huid?

Wanneer de negatieve druk toeneemt, wordt de huid verder in de cup getrokken. Daardoor neemt de mechanische vervorming toe. Biomechanische modellering door Tham et al. (2006) laat zien dat de mechanische spanning in huid en onderliggende weefsels wordt beïnvloed door onder andere:

  • negatieve druk;
  • cupdiameter;
  • eigenschappen van het weefsel.

Een sterkere negatieve druk kan leiden tot:

  • grotere huidverplaatsing;
  • meer rek;
  • sterkere belasting van oppervlakkige bloedvaatjes;
  • meer roodheid;
  • meer kans op petechiën en verkleuring.

De huidreactie is echter niet alleen afhankelijk van de ingestelde druk. Dezelfde negatieve druk kan bij twee personen een verschillende reactie veroorzaken. Dat komt doordat ook factoren zoals:

  • huiddikte;
  • leeftijd;
  • onderhuids vetweefsel;
  • vaatkwetsbaarheid;
  • lichaamsregio

een rol spelen.

Meer vacuüm is niet automatisch meer effect

Een veelvoorkomende gedachte is:

Als een lichte cup effect heeft, zal een sterkere cup waarschijnlijk nog beter werken.

Daarvoor bestaat geen overtuigend bewijs. Onderzoek van Wang et al. (2020) laat zien dat verschillende niveaus en duur van negatieve druk verschillende reacties in de lokale huiddoorbloeding kunnen veroorzaken.

Dat betekent dat dosering ertoe doet. Maar een grotere fysiologische reactie is niet automatisch een beter klinisch resultaat. Meer roodheid betekent bijvoorbeeld niet automatisch:

  • meer pijnvermindering;
  • betere mobiliteit;
  • sneller herstel;
  • meer effect op fascia;
  • een betere behandeluitkomst.

Bij een te sterke toepassing neemt juist het risico toe op:

  • pijn;
  • forse verkleuring;
  • petechiën;
  • blaarvorming;
  • huidbeschadiging.

De optimale prikkel ligt daarom niet noodzakelijk bij de maximaal verdraagbare hoeveelheid vacuüm. Een belangrijk uitgangspunt is:

gebruik voldoende prikkel om het gewenste effect te onderzoeken, maar niet meer dan nodig.

Invloed op comfort

De hoeveelheid negatieve druk heeft direct invloed op hoe de patiënt de behandeling ervaart. Een lichte trekkende sensatie kan prettig of ontspannend aanvoelen. Een sterkere prikkel kan worden ervaren als:

  • intens;
  • scherp;
  • branderig;
  • pijnlijk.

Meer pijn tijdens de behandeling is geen bewijs dat de behandeling effectiever is. Sterker nog: wanneer een patiënt zich tijdens de behandeling voortdurend aanspant of de prikkel als bedreigend ervaart, kan dat juist ongewenst zijn. Comfort is daarom geen onbelangrijk detail. Het is onderdeel van de dosering. De therapeut kan tijdens de behandeling vragen:

  • Hoe voelt de trekkracht?
  • Is het duidelijk voelbaar maar goed verdraagbaar?
  • Neemt het ongemak toe?
  • Voelt de huid branderig of scherp?

Een numerieke schaal kan hierbij helpen, maar er bestaat geen universele optimale score. Het doel is meestal een duidelijk voelbare maar goed verdraagbare prikkel.

Invloed op huidreacties

Hoe sterker en langer de huid mechanisch wordt belast, hoe groter de kans op zichtbare huidreacties. Mogelijke reacties zijn:

  • roodheid;
  • petechiën;
  • ronde verkleuringen;
  • lokale gevoeligheid.

Bij overmatige belasting kunnen ook ontstaan:

  • blaren;
  • oppervlakkige huidbeschadiging;
  • langdurige pijn.

De totale huidbelasting wordt bepaald door een combinatie van:

negatieve druk × behandeltijd × cupgrootte × individuele gevoeligheid.

Dit betekent dat een relatief sterke cup gedurende zeer korte tijd een andere reactie kan geven dan een matige cup die langdurig blijft staan. Bij bewegende cupping speelt daarnaast de snelheid waarmee de cup over de huid wordt bewogen een rol. Een cup die langzaam over één gebied wordt getrokken, kan lokaal een intensievere mechanische belasting geven dan een cup die sneller wordt verplaatst.

Verschillen tussen lichaamsregio’s

Niet ieder lichaamsgebied reageert hetzelfde op cupping. De huid en het onderliggende weefsel verschillen per regio in:

  • dikte;
  • beweeglijkheid;
  • hoeveelheid subcutaan vet;
  • vorm van het lichaamsoppervlak;
  • gevoeligheid.

Een grote cup op de rug gedraagt zich daarom anders dan een kleine cup rond de onderarm. Ook de mogelijkheid om een goede luchtdichte afsluiting te creëren verschilt. Op vlakke of brede lichaamsgebieden kan een cup vaak gemakkelijker worden geplaatst. Rond benige structuren of sterk gebogen oppervlakken kan de afsluiting moeilijker zijn. Daarom moet de hoeveelheid vacuüm altijd worden afgestemd op:

  • de locatie;
  • de gekozen cup;
  • de patiënt;
  • het behandeldoel.

Een vaste regel zoals “altijd twee pompjes” houdt onvoldoende rekening met deze verschillen.

Hoe reproduceerbaar is de zuigkracht?

Dit is een belangrijk probleem binnen zowel de praktijk als wetenschappelijk onderzoek. Bij handmatige vacuümpompen wordt vaak gesproken over:

  • één pompje;
  • twee pompjes;
  • drie pompjes.

Maar één pompbeweging is geen gestandaardiseerde drukeenheid. De uiteindelijke negatieve druk kan worden beïnvloed door:

  • het type pomp;
  • de grootte van de cup;
  • de hoeveelheid lucht in de cup;
  • de afsluiting op de huid;
  • hoeveel weefsel al in de cup is getrokken;
  • eventuele lekkage.

Bij siliconen cups is de reproduceerbaarheid mogelijk nog moeilijker. De druk hangt daar onder andere af van:

  • hoe sterk de cup wordt ingedrukt;
  • hoe de cup wordt vastgepakt;
  • de stijfheid van het materiaal;
  • de grootte van de cup.

Twee therapeuten kunnen daardoor met dezelfde cup een verschillende negatieve druk creëren. Voor wetenschappelijk onderzoek is het daarom wenselijk om de werkelijke druk objectief te meten. In de dagelijkse praktijk is dat niet altijd mogelijk. De therapeut moet daarom beseffen dat termen als licht, middelmatig en sterk praktische categorieën zijn en geen exact gestandaardiseerde doseringen.

Waarom ervaring en dosering belangrijk zijn

Cupping is technisch eenvoudig uit te voeren. Een cup plaatsen is echter niet hetzelfde als een behandeling goed doseren. Een ervaren therapeut kijkt niet alleen naar hoeveel vacuüm wordt toegepast, maar ook naar:

  • het doel van de behandeling;
  • de reactie van de huid;
  • het comfort van de patiënt;
  • de locatie;
  • de behandeltijd;
  • het effect na de behandeling.

De behandeling kan vervolgens worden aangepast. Bijvoorbeeld:

Te weinig prikkel

De patiënt voelt nauwelijks iets en er ontstaat geen relevante verandering in de vooraf gekozen uitkomst.

Passende prikkel

De patiënt ervaart een duidelijke maar goed verdraagbare sensatie en een relevante beweging of klacht verandert positief.

Te veel prikkel

De patiënt ervaart scherpe pijn, een branderig gevoel of een ongewenst sterke huidreactie. Doseren betekent dus niet simpelweg steeds sterker behandelen. Het betekent:

de hoeveelheid prikkel aanpassen aan het behandeldoel en de individuele reactie.

Praktijkvoorbeeld

Een patiënt met schouderklachten krijgt voor het eerst dry cupping. Vooraf wordt een pijnlijke armbeweging getest. De therapeut plaatst een middelgrote cup met een lichte tot matige negatieve druk.

De patiënt ervaart een duidelijke trekkende sensatie, maar geeft aan dat deze goed verdraagbaar is. Na enkele minuten wordt de cup verwijderd en wordt dezelfde beweging opnieuw getest. De beweging gaat gemakkelijker en de pijn is verminderd.

Is het dan nodig om bij de volgende behandeling meer vacuüm te gebruiken? Niet automatisch. Wanneer de gekozen dosering:

  • goed verdraagbaar was;
  • geen ongewenste huidreactie veroorzaakte;
  • een relevant kortetermijneffect gaf,

is er geen vanzelfsprekende reden om de behandeling sterker te maken.

Meer intensiteit is geen doel op zichzelf.

De therapeut kan dezelfde dosering opnieuw gebruiken of aanpassen wanneer de reactie daar aanleiding toe geeft.

Conclusie

De hoeveelheid vacuüm is een belangrijk onderdeel van de dosering van cupping. Meer negatieve druk leidt doorgaans tot meer:

  • huidverplaatsing;
  • mechanische belasting;
  • sensorische prikkeling;
  • kans op zichtbare huidreacties.

Maar meer vacuüm betekent niet automatisch meer therapeutisch effect. De totale dosering wordt bepaald door een combinatie van:

negatieve druk, cupgrootte, behandeltijd, techniek, lichaamsregio en individuele gevoeligheid.

Daarom bestaat er geen universele hoeveelheid vacuüm die voor iedere patiënt en iedere toepassing optimaal is. Ook termen als één pompje of twee pompjes zijn geen betrouwbare wetenschappelijke doseringsmaten. De meest praktische benadering is daarom:

begin met een goed verdraagbare prikkel, observeer de huid en de reactie van de patiënt en evalueer of de behandeling daadwerkelijk iets toevoegt aan het gekozen behandeldoel.

De beste dosering is niet de sterkste dosering. Het is de laagste passende dosis die voldoende prikkel geeft om een relevant effect te bereiken zonder onnodige huidbelasting of ongemak.

Professioneel aan de slag met cupping?

Bekijk de professionele cupping cups en sets van FasciaShop voor een doelgerichte toepassing in de behandelpraktijk.

Bekijk cupping producten

Wetenschappelijke bronnen

  • Al-Bedah, A.M.N. et al. (2019). The medical perspective of cupping therapy: Effects and mechanisms of action. Journal of Traditional and Complementary Medicine.
  • Kim, T.H. et al. (2014). Adverse events related to cupping therapy in studies conducted in Korea: A systematic review. European Journal of Integrative Medicine.
  • Tham, L.M., Lee, H.P. & Lu, C. (2006). Cupping: From a biomechanical perspective. Journal of Biomechanics.
  • Wang, X. et al. (2020). Effect of Pressures and Durations of Cupping Therapy on Skin Blood Flow Responses. Frontiers in Bioengineering and Biotechnology.