Maakt de plaatsing van cups verschil?

Maakt de plaatsing van cups verschil?

Waar plaats je een cup?

Precies op de pijnlijke plek? Langs een spier? Rond een gewricht? Op een triggerpoint? Of op een traditioneel acupunctuurpunt?

Binnen cupping bestaan verschillende ideeën over de optimale plaatsing van cups. Sommige behandelmethoden werken vooral symptoomgericht, terwijl andere uitgaan van anatomische structuren of traditionele geneeswijzen. De plaatsing maakt waarschijnlijk verschil voor waar de mechanische en sensorische prikkel ontstaat. Maar dat betekent niet automatisch dat er voor iedere klacht één exact juiste plek bestaat. De belangrijkste vraag is daarom niet alleen waar de cup wordt geplaatst, maar ook:

Waarom wordt de cup daar geplaatst en welk effect wil de therapeut vervolgens evalueren?

Plaatsing op de pijnlijke plek

Een eenvoudige en veelgebruikte strategie is om de cup direct op of rond het pijnlijke gebied te plaatsen. Een patiënt met lokale lage rugpijn krijgt bijvoorbeeld cups op de pijnlijke regio. Bij nekklachten worden cups vaak rond de bovenste schouder- en nekregio geplaatst. Deze aanpak is logisch vanuit een symptoomgerichte benadering. De cup veroorzaakt lokaal:

  • negatieve druk;
  • huidverplaatsing;
  • mechanische belasting;
  • sensorische prikkeling;
  • veranderingen in de lokale huiddoorbloeding.

Wanneer de patiënt de pijn duidelijk op één plaats ervaart, kan een lokale behandeling daarom een relevante prikkel geven. Toch is de pijnlijke plek niet altijd hetzelfde als de plaats waar een specifieke beschadigde structuur aanwezig is. Pijn kan:

  • diffuus zijn;
  • uitstralen;
  • van plaats veranderen;
  • beïnvloed worden door het zenuwstelsel;
  • niet één-op-één overeenkomen met lokale weefselschade.

De pijnlijke plek kan dus een praktisch aangrijpingspunt zijn, maar hoeft niet automatisch de “oorzaak” van de klacht te zijn.

Plaatsing langs een spier

Cups worden vaak geplaatst langs het verloop van een spier. Bijvoorbeeld langs:

  • de paraspinale musculatuur;
  • de bovenste trapezius;
  • de hamstrings;
  • de kuitspieren;
  • de quadriceps.

De gedachte is vaak dat een gespannen of pijnlijke spier lokaal behandeld moet worden. Sommige therapeuten plaatsen meerdere cups langs het verloop van de spier. Anderen gebruiken bewegende cupping waarbij de cup over een groter deel van het gebied wordt verplaatst. Anatomische kennis is hierbij belangrijk voor:

  • veilige plaatsing;
  • keuze van de cupgrootte;
  • begrip van de lokale structuren;
  • aanpassing van de techniek aan de lichaamsregio.

Maar er is onvoldoende bewijs dat een cup exact boven één specifieke spier moet worden geplaatst om die spier gericht te “ontspannen”. Een cup grijpt in eerste instantie aan op:

  • de huid;
  • het subcutane weefsel;
  • oppervlakkige bindweefsellagen.

De invloed op dieper gelegen spieren is minder direct en onvoldoende volledig onderzocht. Het is daarom zorgvuldiger om te spreken over behandeling van een gebied rond een spier dan te stellen dat de cup één specifieke spier selectief losmaakt.

Plaatsing rondom een gewricht

Cupping wordt ook toegepast rondom gewrichten, bijvoorbeeld bij klachten van:

  • de schouder;
  • de knie;
  • de enkel;
  • de elleboog.

Daarbij wordt meestal niet rechtstreeks op een prominent botdeel geplaatst, omdat een cup daar vaak moeilijk vacuüm houdt en de behandeling oncomfortabel kan zijn. In plaats daarvan worden cups rondom het gewricht geplaatst op gebieden waar voldoende zacht weefsel aanwezig is. Het doel kan bijvoorbeeld zijn om:

  • lokale sensorische input te geven;
  • pijn tijdelijk te beïnvloeden;
  • bewegen gemakkelijker te maken.

Een cup “corrigeert” het gewricht daarmee niet automatisch. Er is onvoldoende bewijs dat cupping:

  • een gewricht mechanisch op zijn plaats zet;
  • de stand van een gewricht duurzaam verandert;
  • gewrichtsstructuren rechtstreeks herstelt.

Wanneer iemand na cupping gemakkelijker een knie of schouder beweegt, kan dat bijvoorbeeld samenhangen met minder pijn of een veranderde ervaring van bewegen.

Plaatsing op basis van traditionele systemen

Cupping heeft een lange geschiedenis binnen verschillende traditionele geneeswijzen. Binnen traditionele Chinese geneeskunde kunnen cups bijvoorbeeld worden geplaatst op:

  • acupunctuurpunten;
  • meridianen;
  • specifieke traditionele lichaamszones.

Binnen andere tradities bestaan weer andere plaatsingssystemen. Deze systemen zijn gebaseerd op historische theoretische modellen die niet hetzelfde zijn als de moderne anatomie en fysiologie. Dat betekent niet dat een behandeling op een traditioneel punt geen effect kan hebben. Een cup die op een traditioneel punt wordt geplaatst, veroorzaakt nog steeds:

  • mechanische belasting;
  • huidverplaatsing;
  • sensorische input;
  • lokale fysiologische reacties.

De vraag is echter of de specifieke traditionele locatie een uniek effect heeft dat niet zou optreden wanneer de cup enkele centimeters verderop wordt geplaatst. Voor veel toepassingen is dat onvoldoende aangetoond. Daarom moet onderscheid worden gemaakt tussen:

  • een effect van cupping als fysieke interventie;
  • een specifiek effect van de exacte traditionele plaatsing.

Dat tweede vraagt om vergelijkend onderzoek.

Anatomische versus symptoomgerichte plaatsing

Binnen een moderne musculoskeletale behandeling kunnen verschillende strategieën worden gebruikt.

Symptoomgerichte plaatsing

De cup wordt geplaatst waar de patiënt:

  • pijn;
  • spanning;
  • stijfheid;
  • gevoeligheid

ervaart.

Anatomische plaatsing

De therapeut kiest de locatie op basis van relevante anatomische structuren en de activiteit of beweging die klachten veroorzaakt.

Functionele plaatsing

De therapeut kiest een gebied, past cupping toe en test vervolgens opnieuw een relevante beweging. Bijvoorbeeld:

  • De patiënt draait de nek en ervaart pijn.
  • De therapeut kiest een relevante regio voor cupping.
  • De cups worden aangebracht.
  • De nekrotatie wordt opnieuw getest.

Deze laatste aanpak maakt de behandeling direct toetsbaar. De therapeut hoeft dan niet met zekerheid te beweren welke structuur de klacht veroorzaakt. De vraag wordt:

Verandert de relevante klacht of beweging na deze toepassing?

Dat sluit aan bij een meer responsgestuurde manier van behandelen.

Wat gebeurt er lokaal onder een cup?

Een cup veroorzaakt vooral een lokale mechanische prikkel. Onder en rondom de cup ontstaan:

  • huidverplaatsing;
  • rek;
  • mechanische spanning;
  • sensorische input;
  • veranderingen in de lokale huiddoorbloeding.

Biomechanische modellering van Tham et al. (2006) laat zien dat de verdeling van mechanische spanning onder andere wordt beïnvloed door de negatieve druk en de grootte van de cup. Onderzoek van Wang et al. (2020) laat daarnaast zien dat cupping de lokale huiddoorbloeding kan beïnvloeden en dat de reactie afhankelijk kan zijn van druk en behandeltijd.

De plaats van de cup bepaalt dus waar de meest directe lokale prikkel ontstaat. Maar een klinisch effect hoeft niet volledig lokaal te zijn. Het zenuwstelsel verwerkt sensorische informatie uit het behandelde gebied. Een lokale prikkel kan daardoor invloed hebben op:

  • pijnervaring;
  • aandacht;
  • lichaamswaarneming;
  • bewegingsgedrag.

Daarom is het mogelijk dat de plaatsing relevant is zonder dat de cup exact één specifieke diepgelegen structuur mechanisch hoeft te behandelen.

Is precieze plaatsing noodzakelijk?

Voor veel musculoskeletale toepassingen weten we dat nog niet. Er is onvoldoende bewijs dat een verschil van enkele centimeters in cupplaatsing automatisch leidt tot een duidelijk ander klinisch resultaat. Dat maakt extreem precieze claims moeilijk te verdedigen. Bijvoorbeeld:

“Deze cup moet exact op dit punt staan om deze specifieke spier te ontspannen.”

of:

“Alleen op deze plaats kan de fascia worden losgemaakt.”

Voor dergelijke uitspraken is meestal onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing. Dat betekent niet dat plaatsing willekeurig is. De therapeut moet rekening houden met:

  • het behandeldoel;
  • de locatie van de klachten;
  • anatomie;
  • huidconditie;
  • kwetsbare structuren;
  • comfort;
  • de mogelijkheid om een goede afsluiting te creëren.

Precisie is bovendien belangrijk voor veiligheid, ook wanneer niet bewezen is dat één exacte locatie therapeutisch superieur is.

Wat zegt de wetenschap?

Onderzoek naar cupping laat bij verschillende pijnklachten mogelijke kortetermijneffecten zien, vooral op pijn (Cramer et al., 2020; Mohamed et al., 2023). Een belangrijk probleem is echter dat studies sterk verschillen in de manier waarop cups worden geplaatst. Cups worden bijvoorbeeld geplaatst:

  • op pijnlijke gebieden;
  • op anatomische locaties;
  • op traditionele punten;
  • volgens vaste protocollen;
  • volgens individuele beoordeling.

Daardoor is het moeilijk om vast te stellen welke rol de exacte plaatsing speelt. Bovendien vergelijken relatief weinig studies rechtstreeks:

  • locatie A met locatie B;
  • lokale met niet-lokale plaatsing;
  • anatomische met traditionele plaatsing.

Wanneer een studie laat zien dat cupping op een bepaalde locatie werkt, bewijst dat dus niet automatisch dat die exacte locatie noodzakelijk was. De huidige wetenschap ondersteunt vooral dat cupping een mechanische en sensorische interventie is die lokaal wordt toegepast. Voor de claim dat er bij de meeste musculoskeletale klachten één exact optimale cupplaatsing bestaat, is onvoldoende bewijs.

Praktijkvoorbeeld

Een patiënt ervaart pijn rond de rechter schouder tijdens het heffen van de arm. Vooraf wordt de beweging getest:

  • pijn: 6 op 10;
  • heffen voelt beperkt en onzeker.

De therapeut kiest ervoor enkele cups te plaatsen op een goed behandelbaar gebied rond de achterzijde en bovenzijde van de schouder. Na enkele minuten wordt de arm opnieuw geheven. De patiënt ervaart:

  • pijn: 3 op 10;
  • gemakkelijker bewegen.

Kan de therapeut nu concluderen dat exact de juiste spier of fasciale structuur is behandeld? Nee. Wel kan worden vastgesteld dat deze toepassing op dit moment een relevante verandering heeft gegeven. Bij een andere patiënt kan een andere locatie of techniek mogelijk beter werken. Een praktische aanpak kan daarom zijn:

  • Kies een relevante klacht of beweging.
  • Bepaal een logisch en veilig behandelgebied.
  • Pas cupping toe.
  • Test opnieuw.
  • Behoud de toepassing alleen wanneer deze iets relevants toevoegt.

Zo wordt plaatsing niet gebaseerd op onbewezen zekerheid, maar op anatomisch redeneren, veiligheid en individuele respons.

Conclusie

De plaatsing van cups maakt waarschijnlijk verschil voor waar de directe mechanische en sensorische prikkel ontstaat. Een cup veroorzaakt vooral lokaal:

  • negatieve druk;
  • huidverplaatsing;
  • mechanische belasting;
  • sensorische input;
  • veranderingen in de huiddoorbloeding.

Cups kunnen worden geplaatst:

  • op een pijnlijke plek;
  • langs een spiergebied;
  • rondom een gewricht;
  • volgens anatomische modellen;
  • volgens traditionele systemen.

Voor veel musculoskeletale klachten is echter onvoldoende bewezen dat één exacte plaatsing noodzakelijk of superieur is. Een cup die enkele centimeters wordt verplaatst, veroorzaakt nog steeds een mechanische en sensorische prikkel. Of de klinische uitkomst daardoor relevant verandert, moet per toepassing worden onderzocht. De meest praktische benadering is daarom:

plaats cups doelgericht, anatomisch verantwoord en veilig, en evalueer vervolgens of de gekozen plaatsing daadwerkelijk iets verandert aan de klacht of functie van de patiënt.

De vraag is niet alleen:

“Staat de cup op de theoretisch juiste plek?”

maar vooral:

“Heeft deze plaatsing bij deze patiënt een relevant effect?”

Professioneel aan de slag met cupping?

Bekijk de professionele cupping cups en sets van FasciaShop voor een doelgerichte toepassing in de behandelpraktijk.

Bekijk cupping producten

Wetenschappelijke bronnen

  • Al-Bedah, A.M.N. et al. (2019). The medical perspective of cupping therapy: Effects and mechanisms of action. Journal of Traditional and Complementary Medicine.
  • Cao, H. et al. (2012). An updated review of the efficacy of cupping therapy. PLOS ONE.
  • Cramer, H. et al. (2020). Cupping for Patients With Chronic Pain: A Systematic Review and Meta-Analysis. Journal of Pain.
  • Mohamed, A.A. et al. (2023). Evidence-based and adverse-effects analyses of cupping therapy in musculoskeletal and sports rehabilitation: A systematic and evidence-based review. Journal of Back and Musculoskeletal Rehabilitation.
  • Tham, L.M., Lee, H.P. & Lu, C. (2006). Cupping: From a biomechanical perspective. Journal of Biomechanics.
  • Wang, X. et al. (2020). Effect of Pressures and Durations of Cupping Therapy on Skin Blood Flow Responses. Frontiers in Bioengineering and Biotechnology.