Hoe werkt niet-elastische sporttape waarschijnlijk?

Hoe werkt niet-elastische sporttape waarschijnlijk?

Niet-elastische sporttape wordt vaak gebruikt om een gewricht te ondersteunen of bepaalde bewegingen tijdelijk te beperken. Dat klinkt eenvoudig, maar de werking van sporttape bestaat waarschijnlijk uit meerdere onderdelen. De meest directe werking is mechanisch. De tape vormt een externe structuur die weerstand kan geven tegen bepaalde bewegingen.

Daarnaast kan de tape:

  • druk en trekkracht op de huid geven;
  • sensorische informatie leveren;
  • de aandacht voor een lichaamsgebied veranderen;
  • het gevoel van stabiliteit beïnvloeden;
  • bewegingsgedrag veranderen.

Sporttape werkt daarom waarschijnlijk niet uitsluitend doordat het een gewricht fysiek “vastzet”. De uiteindelijke reactie ontstaat uit een combinatie van:

mechanische beperking + sensorische input + individueel bewegingsgedrag.

Wat gebeurt er wanneer tape rond een gewricht wordt aangebracht?

Wanneer niet-elastische tape rond een gewricht wordt aangebracht, ontstaat een externe constructie van meerdere tapestroken. Afhankelijk van de techniek kunnen deze stroken bestaan uit:

  • ankers;
  • stijgbeugels;
  • hoefijzerstroken;
  • achtvormige stroken;
  • hielsloten;
  • fixerende stroken.

Iedere strook heeft een bepaalde richting en functie. Bij een enkel kan de tape bijvoorbeeld zo worden aangebracht dat beweging richting sterke inversie wordt afgeremd. De tape geeft dan mechanische weerstand wanneer het gewricht in de richting van de begrensde beweging beweegt. Tegelijkertijd wordt de huid door de tape:

  • samengedrukt;
  • belast;
  • tijdens beweging verschoven.

Daardoor ontstaat ook continue sensorische informatie.

Mechanische beperking van beweging

Het meest overtuigende werkingsmechanisme van niet-elastische sporttape is de tijdelijke mechanische beperking van beweging. Bij enkel taping kan bijvoorbeeld de bewegingsuitslag in bepaalde richtingen worden verminderd. Dat kan relevant zijn bij een sporter die eerder een inversietrauma heeft doorgemaakt. De tape kan dan helpen om:

  • extreme beweging af te remmen;
  • de bewegingsuitslag tijdelijk te begrenzen;
  • een kwetsbaar gewricht tijdens sport extra te ondersteunen.

De mechanische beperking is meestal het sterkst direct na het aanbrengen. Tijdens sport kan de tape geleidelijk aan ondersteuning verliezen door:

  • herhaalde beweging;
  • transpiratie;
  • vervorming van het materiaal;
  • verschuiving ten opzichte van de huid.

Onderzoek laat zien dat de mechanische ondersteuning van enkel taping tijdens inspanning kan afnemen (Cordova et al., 2000; Wilkerson, 2002). Dat betekent echter niet automatisch dat de tape daarna geen enkel effect meer heeft. Sensorische en gedragsmatige effecten kunnen mogelijk blijven bestaan.

Ondersteuning versus volledige immobilisatie

Sporttape wordt soms beschreven alsof het een gewricht volledig kan vastzetten. Dat is meestal niet het geval. Een functionele tapetoepassing is doorgaans bedoeld om:

  • bepaalde bewegingen meer te beperken dan andere;
  • extreme beweging af te remmen;
  • functionele beweging mogelijk te houden.

Dat verschilt van volledige immobilisatie met bijvoorbeeld:

  • gips;
  • een rigide spalk.

Een getapete enkel kan meestal nog:

  • lopen;
  • rennen;
  • springen;
  • landen.

De tape geeft vooral extra weerstand binnen bepaalde bewegingsrichtingen. Daarom is ondersteuning vaak een betere term dan vastzetten. Hoeveel mechanische beperking ontstaat, hangt af van:

  • de gebruikte techniek;
  • het type tape;
  • het aantal stroken;
  • de spanning;
  • de lichaamsregio;
  • de activiteit.

Sensorische prikkeling van de huid

De huid is niet alleen een passieve ondergrond waarop tape wordt geplakt. De huid bevat verschillende sensoren die reageren op onder andere:

  • aanraking;
  • druk;
  • rek;
  • beweging.

Wanneer sporttape op de huid wordt aangebracht, ontstaat continue mechanische interactie tussen:

  • tape;
  • huid;
  • beweging.

Tijdens bewegen kan de sporter voelen dat de tape:

  • trekt;
  • druk geeft;
  • weerstand begint te bieden.

Die informatie kan bijdragen aan de waarneming van het gewricht en de beweging. Dit betekent niet automatisch dat sporttape de proprioceptie aantoonbaar verbetert. Wel is het aannemelijk dat tape extra sensorische input geeft. De vraag is vervolgens of die extra informatie leidt tot een klinisch relevante verandering.

De rol van het zenuwstelsel

Iedere beweging wordt aangestuurd en aangepast door het zenuwstelsel. Daarbij wordt informatie gebruikt uit onder andere:

  • gewrichten;
  • spieren;
  • pezen;
  • huid;
  • ogen;
  • evenwichtsorgaan.

Sporttape voegt een extra externe prikkel toe. Wanneer de tape tijdens een beweging spanning opbouwt, kan deze informatie door het zenuwstelsel worden verwerkt. Mogelijk kan dit bijdragen aan:

  • bewustwording van een bewegingsrichting;
  • eerder herkennen van een grens;
  • aanpassing van bewegingsgedrag.

Het is echter te eenvoudig om te zeggen:

“De tape zet de proprioceptie aan.”

De effecten verschillen tussen personen en onderzoeken. Het zenuwstelsel ontvangt extra informatie, maar wat het lichaam vervolgens met die informatie doet, is afhankelijk van de situatie en de persoon.

Proprioceptie

Proprioceptie is het vermogen om informatie over positie en beweging van het lichaam waar te nemen. Na een enkelblessure kunnen sommige sporters bijvoorbeeld moeite ervaren met:

  • balans;
  • controle tijdens landingen;
  • het gevoel van stabiliteit.

Omdat sporttape de huid stimuleert, is vaak verondersteld dat tape proprioceptie verbetert. De wetenschappelijke resultaten zijn echter niet eenduidig. De systematische review en meta-analyse van Raymond et al. (2012) vond onvoldoende consistent bewijs dat taping of bracing de proprioceptie bij functionele enkelinstabiliteit duidelijk verbetert.

Dat betekent niet dat de tape geen sensorische informatie geeft. Het betekent dat:

extra sensorische input niet automatisch gelijkstaat aan meetbaar betere proprioceptie.

Daarnaast bestaat proprioceptie uit verschillende onderdelen die met verschillende tests worden onderzocht.

Verandert tape bewegingsgedrag?

Een interessante mogelijkheid is dat sporttape niet alleen de maximale beweging mechanisch beperkt, maar ook beïnvloedt hoe iemand beweegt. Een sporter kan door tape bijvoorbeeld:

  • eerder voelen dat een bewegingsgrens wordt bereikt;
  • een beweging anders uitvoeren;
  • meer vertrouwen ervaren;
  • minder beschermend bewegen.

Dit kan deels mechanisch zijn. Maar het kan ook samenhangen met:

  • sensorische input;
  • eerdere ervaringen;
  • verwachtingen;
  • gevoel van veiligheid.

Onderzoek van Sawkins et al. (2007) liet bijvoorbeeld zien dat zowel echte enkel taping als placebotaping invloed kon hebben op ervaren stabiliteit en vertrouwen. Dat suggereert dat het effect van tape niet volledig kan worden verklaard door mechanische ondersteuning alleen. De perceptie van ondersteuning kan zelf invloed hebben op gedrag.

Mechanische versus sensorische effecten

Bij sporttape worden mechanische en sensorische effecten soms als twee volledig gescheiden mechanismen beschreven. In werkelijkheid beïnvloeden ze elkaar waarschijnlijk. Stel dat een enkel wordt getapet. De tape:

  1. geeft mechanische weerstand tegen inversie;
  2. trekt aan de huid wanneer de enkel richting inversie beweegt;
  3. levert daardoor sensorische informatie;
  4. kan het gevoel van stabiliteit beïnvloeden;
  5. kan vervolgens het bewegingsgedrag veranderen.

Het totale effect ontstaat dus mogelijk uit een combinatie. Bij een stevige, rigide tapetoepassing kan het mechanische effect relatief groot zijn. Wanneer de tape tijdens activiteit wat losser wordt, kan het mechanische effect afnemen terwijl de tape nog steeds:

  • voelbaar is;
  • de huid prikkelt;
  • vertrouwen geeft.

Daarom hoeft een afname van mechanische stijfheid niet automatisch te betekenen dat ieder functioneel effect verdwenen is.

Wat is bewezen en wat is hypothese?

Redelijk goed onderbouwd

Niet-elastische sporttape kan:

  • bepaalde gewrichtsbewegingen tijdelijk mechanisch beperken;
  • direct na aanbrengen externe ondersteuning geven;
  • tijdens sport geleidelijk mechanische ondersteuning verliezen;
  • bij bepaalde risicogroepen bijdragen aan preventie van enkelblessures.

Aannemelijk, maar minder eenduidig bewezen

Sporttape kan:

  • extra sensorische input via de huid geven;
  • het gevoel van stabiliteit beïnvloeden;
  • bewegingsgedrag veranderen.

Niet overtuigend bewezen als algemene claim

Het is te stellig om te zeggen dat sporttape:

  • proprioceptie altijd verbetert;
  • een instabiel gewricht structureel herstelt;
  • spieren automatisch activeert of remt;
  • de oorzaak van een blessure corrigeert.

Het effect hangt af van:

  • patiënt of sporter;
  • gewricht;
  • tapetechniek;
  • activiteit;
  • behandeldoel.

Praktijkvoorbeeld

Een basketballer heeft meerdere enkelverzwikkingen doorgemaakt. Tijdens snelle richtingsveranderingen en landingen voelt de enkel onzeker. Voor een wedstrijd wordt de enkel met niet-elastische sporttape getapet. Het doel is:

  • extreme inversie tijdelijk te beperken;
  • extra ondersteuning te geven;
  • het vertrouwen tijdens sport te vergroten.

Direct na het tapen voelt de enkel duidelijk steviger. Tijdens de wedstrijd neemt de mechanische stijfheid van de tape waarschijnlijk geleidelijk af. Toch ervaart de sporter gedurende de wedstrijd meer vertrouwen. Wat kan hieruit worden geconcludeerd? Niet automatisch dat:

  • de enkel structureel stabieler is geworden;
  • de proprioceptie volledig is hersteld;
  • verdere revalidatie niet meer nodig is.

Wel kan de tape op dat moment een combinatie bieden van:

  • mechanische bewegingsbegrenzing;
  • sensorische informatie;
  • ervaren ondersteuning.

Naast het tapen blijft de sporter daarom werken aan:

  • kracht;
  • balans;
  • sprong- en landingstechniek;
  • sportspecifieke belastbaarheid.

Conclusie

Niet-elastische sporttape werkt waarschijnlijk via meerdere mechanismen. Het duidelijkste en best aantoonbare mechanisme is:

tijdelijke mechanische beperking van bepaalde bewegingen.

Daarnaast geeft de tape:

  • druk;
  • trekkracht;
  • continue sensorische input aan de huid.

Deze informatie kan mogelijk invloed hebben op:

  • bewegingswaarneming;
  • gevoel van stabiliteit;
  • vertrouwen;
  • bewegingsgedrag.

De wetenschappelijke onderbouwing voor een algemene verbetering van proprioceptie is echter niet overtuigend. Daarom is het te eenvoudig om te zeggen:

“Sporttape stabiliseert het gewricht.”

Een nauwkeurigere formulering is:

“Niet-elastische sporttape kan bepaalde bewegingen tijdelijk mechanisch begrenzen en geeft tegelijkertijd sensorische informatie die mogelijk invloed heeft op hoe een sporter het gewricht ervaart en gebruikt.”

De werking is dus waarschijnlijk een combinatie van:

mechanische ondersteuning + sensorische input + individuele reactie.

Sporttape kan daarmee een nuttig tijdelijk hulpmiddel zijn, maar verandert niet automatisch de onderliggende belastbaarheid van het lichaam. Daarvoor blijven onder andere:

  • training;
  • herstel;
  • kracht;
  • motorische controle;
  • geleidelijke opbouw van belasting

belangrijk.

Professionele witte sporttape gebruiken?

Bekijk het assortiment niet-elastische sporttape voor fysiotherapie, sportverzorging en gerichte tijdelijke ondersteuning.

Bekijk witte sporttape

Wetenschappelijke bronnen

  • Cordova, M.L. et al. (2000). Effects of ankle support on lower-extremity functional performance: a meta-analysis. Medicine & Science in Sports & Exercise.
  • Kaminski, T.W. et al. (2013). National Athletic Trainers’ Association position statement: Conservative management and prevention of ankle sprains in athletes. Journal of Athletic Training.
  • Raymond, J. et al. (2012). The effect of ankle taping or bracing on proprioception in functional ankle instability: a systematic review and meta-analysis. Sports Medicine.
  • Sawkins, K. et al. (2007). The placebo effect of ankle taping in ankle instability. Medicine & Science in Sports & Exercise.
  • Wilkerson, G.B. (2002). Biomechanical and neuromuscular effects of ankle taping and bracing. Journal of Athletic Training.