Hoe strak moet sporttape worden aangebracht?

Hoe strak moet sporttape worden aangebracht?

Een van de meest gestelde praktische vragen over witte sporttape is:

Hoe strak moet je tapen?

Het korte antwoord is:

Stevig genoeg om het gewenste mechanische effect te bereiken, maar nooit zo strak dat circulatie, gevoel of normaal functioneren worden belemmerd.

Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk bestaat er geen universeel rekpercentage of exacte spanning die voor iedere tapetoepassing geschikt is. De juiste spanning hangt af van:

  • het lichaamsgebied;
  • het behandeldoel;
  • de tapetechniek;
  • de gebruikte tape;
  • de hoeveelheid overlap;
  • eventuele zwelling;
  • de individuele patiënt of sporter.

Niet-elastische sporttape werkt bovendien anders dan kinesiotape. Omdat de tape nauwelijks meegeeft, kan een te strakke toepassing relatief snel oncomfortabel of zelfs schadelijk worden.

Wat betekent spanning bij sporttape?

Bij niet-elastische sporttape kan het woord spanning verschillende dingen betekenen. Er kan sprake zijn van:

  • trekkracht tijdens het aanbrengen;
  • spanning die ontstaat wanneer het gewricht beweegt;
  • druk door meerdere overlappende lagen;
  • circulaire compressie rond een lichaamsdeel.

Omdat sporttape weinig elastisch is, hoeft deze meestal niet maximaal strak te worden aangetrokken om ondersteuning te geven. De uiteindelijke mechanische werking ontstaat door de totale constructie van:

  • ankers;
  • functionele stroken;
  • fixerende stroken;
  • overlap;
  • richting van de tape.

Een goede tapetoepassing is dus niet simpelweg:

hoe strakker, hoe beter.

Tape is niet hetzelfde als een tourniquet

Een tourniquet is bedoeld om de bloedstroom bewust sterk te beperken of tijdelijk af te sluiten. Dat is niet het doel van sporttape. Sporttape moet:

  • ondersteunen;
  • een bewegingsrichting begrenzen;
  • bescherming geven.

De tape mag niet worden gebruikt om een lichaamsdeel zo strak circulair af te sluiten dat de doorbloeding wordt belemmerd. Vooral bij:

  • enkel;
  • pols;
  • hand;
  • vingers

moet hierop worden gelet. Meerdere circulaire stroken kunnen samen meer druk veroorzaken dan één afzonderlijke strook doet vermoeden. Ook kan druk toenemen wanneer na het tapen zwelling ontstaat.

Hoe voelt een passende toepassing?

Een goed aangebrachte sporttape mag duidelijk voelbaar zijn. De sporter kan ervaren:

  • stevigheid;
  • ondersteuning;
  • een duidelijke bewegingsgrens.

De tape hoort echter niet te leiden tot:

  • kloppende pijn;
  • branderigheid;
  • tintelingen;
  • gevoelloosheid;
  • koude vingers of tenen;
  • duidelijke kleurverandering;
  • toenemende druk.

Een praktische vraag na het tapen is:

“Voelt dit stevig en ondersteunend, of voelt het knellend?”

Dat verschil is belangrijk. Stevig is vaak het doel. Knellend is een waarschuwing.

Meer spanning is niet automatisch meer stabiliteit

Het is verleidelijk om te denken:

meer spanning = meer ondersteuning.

Maar sporttape werkt als een totale mechanische constructie. Een technisch goed aangebrachte tapetoepassing kan effectief zijn zonder iedere strook hard aan te trekken. Te veel spanning kan juist leiden tot:

  • huidplooien;
  • lokale drukpunten;
  • irritatie;
  • verminderde circulatie;
  • ongemak tijdens bewegen.

Daarnaast kan een te strakke toepassing functionele beweging onnodig beperken. Bij sport is het meestal niet de bedoeling om een gewricht volledig te immobiliseren. Het doel is vaak:

ongewenste beweging begrenzen terwijl noodzakelijke beweging mogelijk blijft.

Invloed op doorbloeding

Een te strakke circulaire tapetoepassing kan druk uitoefenen op:

  • oppervlakkige bloedvaten;
  • onderliggende weefsels.

Veneuze afvoer kan eerder worden beïnvloed dan arteriële toevoer. Hierdoor kan distaal van de tape:

  • zwelling;
  • een gespannen gevoel;
  • kleurverandering

ontstaan. Bij ernstige compressie kan ook de arteriële circulatie in gevaar komen. Waarschuwingssignalen zijn onder andere:

  • bleekheid;
  • blauwachtige verkleuring;
  • koude vingers of tenen;
  • toenemende pijn.

Bij dergelijke signalen moet de tape direct worden verwijderd en de situatie opnieuw worden beoordeeld.

Tintelingen en gevoelsverandering

Tintelingen of gevoelloosheid zijn geen normale tekenen dat sporttape “goed strak” zit. Ze kunnen wijzen op:

  • zenuwcompressie;
  • lokale druk;
  • toenemende zwelling;
  • een ongunstige positie van de tape.

Ook een brandend of scherp gevoel verdient aandacht. Wanneer neurologische klachten ontstaan na het tapen, moet de toepassing niet simpelweg worden verdragen. De tape moet worden:

  • verwijderd;
  • opnieuw beoordeeld;
  • zo nodig anders aangebracht.

De patiënt of sporter moet vooraf weten dat nieuwe:

  • tintelingen;
  • gevoelloosheid;
  • toenemende pijn

redenen zijn om de tape te controleren of te verwijderen.

Zwelling na het tapen

Zwelling maakt het gebruik van rigide sporttape complexer. Een tapetoepassing die bij het aanbrengen comfortabel zit, kan later te strak worden wanneer het lichaamsdeel opzwelt. Dit is vooral relevant:

  • kort na een acute blessure;
  • bij een actieve ontstekingsreactie;
  • wanneer langdurig wordt doorbelast.

Niet-elastische tape geeft nauwelijks mee. Daarom moet extra voorzichtig worden omgegaan met circulaire toepassingen rond een lichaamsdeel dat mogelijk nog verder zal zwellen. Bij acute zwelling kan een andere vorm van ondersteuning of compressie soms geschikter zijn, afhankelijk van de situatie en het behandeldoel.

Hoe controleer je of tape te strak zit?

Controle vindt plaats:

  • direct na het tapen;
  • na enkele functionele bewegingen;
  • tijdens het dragen.

Let op:

  • pijn;
  • tintelingen;
  • gevoelsverlies;
  • temperatuur;
  • huidskleur;
  • toenemende zwelling.

Bij vingers en tenen kan worden vergeleken met de niet-getapete zijde. Ook kan, wanneer klinisch relevant, de capillaire refill worden beoordeeld. Maar één test is nooit voldoende. Een normale kleur sluit bijvoorbeeld lokale zenuwcompressie niet automatisch uit. De sporter moet daarom ook zelf actief worden gevraagd:

  • Hoe voelt het?
  • Heb je tintelingen?
  • Voelt het ergens knellend?
  • Wordt de druk erger?

Daarna moet de tapetoepassing functioneel worden getest. Bijvoorbeeld met:

  • lopen;
  • hurken;
  • springen;
  • sportspecifieke bewegingen.

Waarom ervaring en techniek belangrijk zijn

Bij sporttape wordt de uiteindelijke druk niet alleen bepaald door hoe hard iemand aan één strook trekt. Ook belangrijk zijn:

  • richting;
  • overlap;
  • aantal lagen;
  • lichaamspositie;
  • breedte van de tape;
  • gebruikte techniek.

Daardoor is de exacte dosering moeilijk in één getal uit te drukken. Twee therapeuten kunnen dezelfde techniek gebruiken en toch een verschillende mechanische constructie maken. Ervaring helpt bij het inschatten van:

  • hoeveel ondersteuning nodig is;
  • waar drukpunten kunnen ontstaan;
  • hoeveel bewegingsvrijheid behouden moet blijven.

Maar ervaring vervangt geen controle. Ook een ervaren tapebehandelaar moet na het aanbrengen controleren of de toepassing:

  • veilig;
  • comfortabel;
  • functioneel

is.

Praktijkvoorbeeld

Een basketballer met een voorgeschiedenis van enkelverzwikkingen wordt voor een wedstrijd preventief getapet. Na het aanbrengen voelt de enkel stevig. Tijdens enkele sprongen merkt de sporter echter:

  • toenemende druk rond de enkel;
  • lichte tintelingen in de voet.

De tape wordt direct verwijderd. Bij beoordeling blijkt dat meerdere circulaire stroken met veel spanning over elkaar zijn aangebracht. De enkel wordt opnieuw getapet. Bij de tweede toepassing wordt:

  • minder circulaire spanning gebruikt;
  • de functionele ondersteuning vooral opgebouwd met gerichte stroken;
  • opnieuw gecontroleerd tijdens lopen en springen.

De sporter ervaart nog steeds duidelijke ondersteuning, maar:

  • geen tintelingen;
  • geen knellend gevoel;
  • geen kleurverandering.

Dit voorbeeld laat zien dat:

meer spanning niet noodzakelijk meer functionele ondersteuning betekent.

Conclusie

Er bestaat geen universele hoeveelheid spanning waarmee iedere sporttape moet worden aangebracht. De juiste toepassing hangt af van:

  • lichaamsgebied;
  • tapetechniek;
  • behandeldoel;
  • sport;
  • individuele reactie.

De belangrijkste regel is:

Sporttape moet stevig ondersteunen, maar niet knellen.

Meer spanning is niet automatisch beter. Een te strakke tapetoepassing kan leiden tot:

  • pijn;
  • huidproblemen;
  • tintelingen;
  • gevoelsverlies;
  • zwelling;
  • circulatieproblemen.

Extra voorzichtigheid is nodig wanneer na het tapen nog zwelling kan ontstaan. Na iedere toepassing moet daarom worden gecontroleerd op:

  • comfort;
  • gevoel;
  • huidskleur;
  • temperatuur;
  • zwelling;
  • functionele beweging.

De patiënt of sporter moet bovendien weten wanneer de tape direct moet worden verwijderd. De beste tapetoepassing is niet de strakste.

Het is de toepassing die voldoende ondersteuning geeft voor het gekozen doel, terwijl circulatie, gevoel en noodzakelijke beweging behouden blijven.

Professionele witte sporttape gebruiken?

Bekijk het assortiment niet-elastische sporttape voor fysiotherapie, sportverzorging en gerichte tijdelijke ondersteuning.

Bekijk witte sporttape

Wetenschappelijke bronnen

  • Kaminski, T.W. et al. (2013). National Athletic Trainers’ Association position statement: Conservative management and prevention of ankle sprains in athletes. Journal of Athletic Training.
  • McNichol, L. et al. (2013). Medical adhesives and patient safety: state of the science. Journal of Wound, Ostomy and Continence Nursing.
  • Wilkerson, G.B. (2002). Biomechanical and neuromuscular effects of ankle taping and bracing. Journal of Athletic Training.
  • Zwiers, R. et al. (2016). Ankle platform study on ankle sprain prevention: braces versus neuromuscular exercises. British Journal of Sports Medicine.