Cupping en het zenuwstelsel

Cupping en het zenuwstelsel

Bij cupping wordt vaak gesproken over spieren, doorbloeding en fascia. Toch is er nog een belangrijk systeem dat voortdurend betrokken is bij iedere behandeling: het zenuwstelsel. Zodra een cup op de huid wordt geplaatst, ontstaat een sterke mechanische prikkel. De huid wordt aangeraakt, uitgerekt en omhooggetrokken. Sensorische zenuwen registreren deze veranderingen en sturen informatie naar het centrale zenuwstelsel.

De effecten van cupping zijn daarom waarschijnlijk niet uitsluitend lokaal of mechanisch. Een patiënt kan na een behandeling minder pijn ervaren, gemakkelijker bewegen of een lichaamsgebied anders voelen, zonder dat daarvoor noodzakelijk een grote structurele verandering in spieren of fascia hoeft te hebben plaatsgevonden. De relatie tussen cupping en het zenuwstelsel biedt daarom een belangrijke mogelijke verklaring voor een deel van de ervaren effecten.

Een sterke mechanische prikkel op de huid

Een cup creëert negatieve druk. Hierdoor wordt de huid:

  • omhooggetrokken;
  • uitgerekt;
  • mechanisch vervormd;
  • gedurende enige tijd onder spanning gehouden.

Bij bewegende cupping verandert deze mechanische prikkel voortdurend doordat de cup over de huid wordt verplaatst. Deze belasting is duidelijk anders dan gewone aanraking. Biomechanische modellering van Tham et al. (2006) laat zien dat cupping aanzienlijke mechanische spanning in huid en oppervlakkige weefsels kan veroorzaken.

Voor het zenuwstelsel betekent dit dat er tijdens de behandeling voortdurend nieuwe sensorische informatie ontstaat. De cup werkt dus niet alleen op een weefsel. De behandeling creëert ook een stroom van informatie die door het zenuwstelsel wordt verwerkt.

Mechanoreceptoren en sensorische input

De huid bevat verschillende typen sensorische zenuwuiteinden die reageren op mechanische prikkels. Daaronder vallen gespecialiseerde laagdrempelige mechanoreceptoren en vrije zenuwuiteinden die informatie kunnen geven over onder andere:

  • aanraking;
  • druk;
  • rek;
  • beweging;
  • trillingen;
  • mogelijk schadelijke mechanische belasting.

Onderzoek naar de neurobiologie van aanraking laat zien dat verschillende sensorische zenuwvezels gezamenlijk bijdragen aan de waarneming van mechanische gebeurtenissen aan de huid (Abraira & Ginty, 2013; Handler & Ginty, 2021). Bij cupping worden meerdere vormen van mechanische belasting gecombineerd. Een statische cup geeft gedurende langere tijd een relatief constante prikkel. Een bewegende cup veroorzaakt voortdurend veranderende huidverplaatsing en rek. Het zenuwstelsel moet deze informatie verwerken en integreren met informatie uit:

  • spieren;
  • gewrichten;
  • andere delen van de huid;
  • het visuele systeem;
  • eerdere ervaringen;
  • verwachtingen.

Daarom kan dezelfde mechanische prikkel bij verschillende personen anders worden ervaren.

Pijnmodulatie

Een van de meest onderzochte klinische effecten van cupping is mogelijke vermindering van pijn. Systematische reviews en meta-analyses laten zien dat cupping bij verschillende musculoskeletale pijnklachten op korte termijn pijn kan verminderen (Cramer et al., 2020; Mohamed et al., 2023; Jia et al., 2025). Hoe dit precies gebeurt, is niet volledig bekend.

Een mogelijke verklaring is pijnmodulatie. Pijn is geen eenvoudige rechtstreekse aflezing van schade in een weefsel. Het zenuwstelsel verwerkt voortdurend informatie en kan de uiteindelijke pijnervaring versterken of dempen.

Een sterke nieuwe sensorische prikkel, zoals cupping, kan mogelijk tijdelijk invloed hebben op deze verwerking. Historisch wordt hierbij vaak verwezen naar de gate control theory van Melzack en Wall (1965). Dit model beschreef hoe sensorische informatie invloed kan hebben op de doorgifte van nociceptieve signalen in het ruggenmerg. De moderne pijnwetenschap is inmiddels veel complexer. Pijnmodulatie kan plaatsvinden op verschillende niveaus van het zenuwstelsel en wordt mede beïnvloed door:

  • aandacht;
  • verwachtingen;
  • emoties;
  • eerdere ervaringen;
  • de betekenis van de behandeling.

Het is daarom te eenvoudig om te zeggen dat cupping simpelweg “de pijnpoort sluit”. Een meer realistische uitleg is dat de sterke sensorische prikkel van cupping mogelijk tijdelijk invloed heeft op de verwerking en ervaring van pijn.

Aandacht voor een lichaamsgebied

Cupping trekt niet alleen letterlijk aan de huid. De behandeling trekt ook de aandacht naar een lichaamsgebied. Een cup is duidelijk voelbaar. De patiënt:

  • voelt de trekkracht;
  • ziet mogelijk de cup;
  • voelt na afloop de huid;
  • ziet soms een duidelijke verkleuring.

Hierdoor kan de aandacht voor een lichaamsgebied veranderen. Aandacht speelt een belangrijke rol bij pijn en lichaamswaarneming. Wanneer iemand voortdurend op een pijnlijke plek let, kan de ervaring van klachten veranderen. Een nieuwe en niet noodzakelijk pijnlijke sensorische prikkel kan de manier waarop een gebied wordt waargenomen eveneens beïnvloeden.

Dit betekent niet dat cupping automatisch de lichaamsrepresentatie in de hersenen “reset”, zoals soms wordt beweerd. Daarvoor bestaat onvoldoende direct bewijs. Wel is het aannemelijk dat een sterke nieuwe sensorische ervaring tijdelijk invloed kan hebben op:

  • lichaamswaarneming;
  • aandacht;
  • het gevoel van spanning;
  • de ervaring van bewegen.

Een patiënt kan daardoor zeggen:

“Het gebied voelt anders.”

Dat is een werkelijke ervaring, maar niet automatisch bewijs van een structurele verandering in het weefsel.

Autonome reacties

Het autonome zenuwstelsel reguleert onder andere:

  • hartslag;
  • bloedvaten;
  • zweten;
  • spijsvertering;
  • verschillende herstel- en stressreacties.

Er wordt regelmatig gesteld dat cupping het autonome zenuwstelsel beïnvloedt. Dat is biologisch mogelijk. Mechanische en sensorische prikkels kunnen immers reacties veroorzaken die verder gaan dan alleen lokale weefselvervorming.

Al-Bedah et al. (2019) beschreven autonome en neurofysiologische processen als mogelijke onderdelen van de werking van cupping. Toch is voorzichtigheid nodig. Er is nog onvoldoende hoogwaardig onderzoek om precies vast te stellen:

  • welke autonome veranderingen door cupping ontstaan;
  • hoe groot deze veranderingen zijn;
  • hoe lang ze aanhouden;
  • of ze klinisch relevant zijn.

Sommige patiënten voelen zich na cupping ontspannen. Anderen ervaren de behandeling juist als intens of onaangenaam. Een ontspannen gevoel betekent niet automatisch dat objectief is bewezen dat het parasympathische zenuwstelsel specifiek is “geactiveerd”. De subjectieve ervaring en een meetbare neurofysiologische verandering zijn twee verschillende zaken.

Verandert cupping bewegingsgedrag?

Een patiënt kan na cupping soms direct anders bewegen. Bijvoorbeeld: Voor de behandeling is nekrotatie pijnlijk en voorzichtig. Na de behandeling ervaart de patiënt minder pijn en draait het hoofd gemakkelijker.

Is de spier dan langer geworden? Is de fascia losgemaakt? Niet noodzakelijk. Wanneer een beweging minder bedreigend of minder pijnlijk voelt, kan het zenuwstelsel meer beweging toelaten. De verandering kan samenhangen met:

  • minder pijn;
  • veranderde sensorische informatie;
  • meer vertrouwen;
  • minder beschermend bewegingsgedrag.

Daarmee kan een reële verbetering in bewegingsvrijheid ontstaan zonder dat een grote structurele verandering nodig is. Dit onderscheid is belangrijk.

Bewegen is niet alleen een mechanische gebeurtenis. Het is ook een door het zenuwstelsel gereguleerd gedrag.

Daarom kan een behandeling die de ervaring van een beweging verandert ook het bewegingsgedrag beïnvloeden. Of cupping dit op een specifieke en voorspelbare manier doet, is nog onvoldoende onderzocht.

Verwachtingen en context

Geen enkele cuppingbehandeling vindt plaats zonder context. De patiënt heeft mogelijk:

  • eerder goede ervaringen met cupping;
  • foto’s van topsporters met cuppingplekken gezien;
  • positieve verhalen gehoord;
  • juist angst voor pijn of blauwe plekken.

Ook de uitleg van de therapeut beïnvloedt de betekenis van de behandeling. Vergelijk bijvoorbeeld:

“Deze cups trekken alle afvalstoffen uit je spieren.”

met:

“De cups geven een sterke mechanische en sensorische prikkel. Sommige mensen ervaren daardoor tijdelijk minder pijn of spanning. We gaan kijken of dat bij jou ook zo is.”

De eerste uitleg bevat een onbewezen biologische claim. De tweede uitleg is realistisch en maakt het effect toetsbaar. Onderzoek naar contextuele effecten binnen de gezondheidszorg laat zien dat verwachtingen, communicatie en de therapeutische context invloed kunnen hebben op pijn en behandeluitkomsten (Testa & Rossettini, 2016; Rossettini et al., 2018). Dat betekent niet dat een effect “alleen maar placebo” is. Het betekent dat de totale reactie op een behandeling ontstaat uit een combinatie van:

  • de fysieke prikkel;
  • de betekenis van de behandeling;
  • verwachtingen;
  • eerdere ervaringen;
  • de therapeutische context.

Waarom dezelfde behandeling anders kan worden ervaren

Twee patiënten kunnen exact dezelfde cup op dezelfde plaats krijgen en toch iets totaal anders ervaren. De ene patiënt zegt:

“Dit voelt heerlijk en ontspannend.”

De andere zegt:

“Dit voelt bedreigend en veel te intens.”

Dat verschil kan samenhangen met:

  • huidgevoeligheid;
  • pijngevoeligheid;
  • eerdere ervaringen;
  • verwachtingen;
  • angst;
  • het gevoel van controle;
  • de actuele toestand van het zenuwstelsel.

Ook de zichtbare verkleuring kan verschillend worden geïnterpreteerd. De ene patiënt ziet een donkere plek als bewijs dat de behandeling “goed heeft gewerkt”. Een andere patiënt schrikt ervan en denkt dat er schade is ontstaan.

De mechanische prikkel kan vergelijkbaar zijn, maar de betekenis van die prikkel verschilt. Dit is een belangrijke reden waarom een standaardprotocol niet bij iedere patiënt hetzelfde effect hoeft te hebben. Een goede therapeut doseert daarom niet alleen op basis van:

  • cupgrootte;
  • vacuüm;
  • behandeltijd.

Ook de reactie en ervaring van de patiënt zijn onderdeel van de dosering.

Praktijkvoorbeeld

Een patiënt met langdurige lage rugpijn ervaart veel spanning tijdens vooroverbuigen. Voor de behandeling wordt de beweging getest. De patiënt beweegt langzaam en voorzichtig en verwacht dat verder buigen meer pijn zal veroorzaken. Vervolgens worden enkele cups met een goed verdraagbare negatieve druk aangebracht. De therapeut legt uit:

“De cups geven een sterke prikkel aan de huid. We weten niet precies welk mechanisme bij jou het belangrijkst is, maar sommige mensen ervaren daarna tijdelijk minder pijn of bewegen gemakkelijker. Daarna testen we dezelfde beweging opnieuw.”

Na de behandeling buigt de patiënt opnieuw voorover. De pijn is verminderd en de beweging wordt met minder aarzeling uitgevoerd. We kunnen niet automatisch concluderen dat:

  • een spier is losgemaakt;
  • fascia is ontkleefd;
  • een wervel is gecorrigeerd.

We kunnen wel vaststellen dat:

  • de pijnervaring is veranderd;
  • het bewegingsgedrag is veranderd;
  • de patiënt meer vertrouwen heeft in de beweging.

De therapeut gebruikt dit moment om actief verder te oefenen. De cupping wordt daarmee een tijdelijke sensorische interventie die mogelijk ruimte creëert voor bewegen.

Conclusie

Het zenuwstelsel speelt waarschijnlijk een belangrijke rol bij de effecten van cupping. Een cup veroorzaakt een sterke mechanische prikkel op de huid. Sensorische zenuwen registreren deze vervorming en sturen voortdurend informatie naar het centrale zenuwstelsel. Deze input kan mogelijk invloed hebben op:

  • pijnmodulatie;
  • lichaamswaarneming;
  • aandacht;
  • het gevoel van spanning;
  • bewegingsgedrag.

Daarnaast kunnen verwachtingen, eerdere ervaringen en de uitleg van de therapeut de uiteindelijke ervaring beïnvloeden. Dit betekent niet dat alle effecten van cupping uitsluitend “in de hersenen” plaatsvinden. De mechanische prikkel aan de huid is werkelijk en lokale fysiologische veranderingen, zoals veranderingen in de huiddoorbloeding, zijn meetbaar. Maar de manier waarop een patiënt die prikkel ervaart en erop reageert, wordt mede bepaald door het zenuwstelsel. De moderne kijk op cupping is daarom breder dan alleen:

“Wat doet de cup met het weefsel?”

Een minstens zo belangrijke vraag is:

“Hoe verwerkt het zenuwstelsel de prikkel die de cup veroorzaakt?”

Juist de combinatie van mechanische belasting, sensorische input, pijnmodulatie, verwachtingen en bewegingsgedrag kan mogelijk verklaren waarom dezelfde cuppingbehandeling bij de ene patiënt duidelijk effect heeft en bij de andere nauwelijks iets verandert.

Professioneel aan de slag met cupping?

Bekijk de professionele cupping cups en sets van FasciaShop voor een doelgerichte toepassing in de behandelpraktijk.

Bekijk cupping producten

Wetenschappelijke bronnen

  • Abraira, V.E. & Ginty, D.D. (2013). The sensory neurons of touch. Neuron.
  • Al-Bedah, A.M.N. et al. (2019). The medical perspective of cupping therapy: Effects and mechanisms of action. Journal of Traditional and Complementary Medicine.
  • Cramer, H. et al. (2020). Cupping for Patients With Chronic Pain: A Systematic Review and Meta-Analysis. Journal of Pain.
  • Handler, A. & Ginty, D.D. (2021). The mechanosensory neurons of touch and their mechanisms of activation. Nature Reviews Neuroscience.
  • Jia, Y. et al. (2025). Effects of cupping therapy on chronic musculoskeletal pain and functional disability: A systematic review and meta-analysis. BMJ Open.
  • Melzack, R. & Wall, P.D. (1965). Pain mechanisms: a new theory. Science.
  • Mohamed, A.A. et al. (2023). Evidence-based and adverse-effects analyses of cupping therapy in musculoskeletal and sports rehabilitation: A systematic and evidence-based review. Journal of Back and Musculoskeletal Rehabilitation.
  • Rossettini, G., Carlino, E. & Testa, M. (2018). Clinical relevance of contextual factors as triggers of placebo and nocebo effects in musculoskeletal pain. BMC Musculoskeletal Disorders.
  • Testa, M. & Rossettini, G. (2016). Enhance placebo, avoid nocebo: How contextual factors affect physiotherapy outcomes. Manual Therapy.
  • Tham, L.M., Lee, H.P. & Lu, C. (2006). Cupping: From a biomechanical perspective. Journal of Biomechanics.