Bij cupping wordt vaak gesproken over spieren, triggerpoints en fascia. Toch is de huid het eerste weefsel waarop een cup direct aangrijpt. Een cup raakt een spier niet rechtstreeks aan. De negatieve druk wordt eerst overgebracht op de huid en het onderliggende oppervlakkige weefsel. De huid wordt omhooggetrokken, vervormd en gedurende seconden of minuten mechanisch en sensorisch geprikkeld.
Om te begrijpen hoe cupping mogelijk werkt, moeten we daarom eerst kijken naar wat er in en rond de huid gebeurt. De huid is namelijk veel meer dan alleen een beschermende verpakking van het lichaam. Het is een actief sensorisch, mechanisch en biologisch orgaan.
De huid vormt de grens tussen het lichaam en de buitenwereld. Ze beschermt tegen onder andere:
Tegelijkertijd bevat de huid een uitgebreid netwerk van zenuwuiteinden en sensorische receptoren. Hiermee kan het zenuwstelsel informatie ontvangen over:
Wanneer iemand wordt aangeraakt, gemasseerd, getapet of gecupt, ontstaat daarom niet alleen een mechanische gebeurtenis. Er wordt voortdurend sensorische informatie naar het zenuwstelsel gestuurd. Dit is belangrijk voor cupping.
Een cup geeft een relatief sterke en ongebruikelijke prikkel. De huid wordt niet alleen aangeraakt, maar door negatieve druk ook vervormd en omhooggetrokken. Het zenuwstelsel ontvangt daardoor gedurende de behandeling voortdurend nieuwe informatie uit het behandelde lichaamsgebied.
Bij cupping wordt de druk binnen de cup lager dan de atmosferische druk buiten de cup. Hierdoor wordt de huid naar binnen getrokken. De mechanische belasting is daarmee anders dan bij massage of manuele druk.
Bij massage wordt meestal kracht naar het lichaam toe uitgeoefend. Bij cupping ontstaat juist een trekkracht van het lichaam af. Biomechanisch onderzoek van Tham et al. (2006) liet zien dat negatieve druk tijdens cupping aanzienlijke vervorming en mechanische spanning in de huid en onderliggende oppervlakkige weefsels kan veroorzaken. De hoeveelheid vervorming hangt af van meerdere factoren, waaronder:
Een cup op de bovenrug kan daarom een andere mechanische reactie veroorzaken dan dezelfde cup op de kuit of onderarm. Negatieve druk is dus geen gestandaardiseerde prikkel tenzij ook de werkelijke druk, cupgrootte en behandeltijd worden meegenomen.
Wanneer de huid in een cup wordt getrokken, ontstaat vervorming in meerdere richtingen. De huid wordt:
De grootste vervorming bevindt zich waarschijnlijk in en rond het gebied onder de cup. Bij statische cupping blijft deze belasting gedurende enige tijd relatief constant. Bij bewegende cupping verandert de belasting voortdurend. Een bewegende cup veroorzaakt een combinatie van:
Hoe deze krachten precies doorwerken naar diepere structuren is nog onvoldoende onderzocht. De huid is via het subcutane bindweefsel mechanisch verbonden met dieper gelegen lagen. Het is daarom aannemelijk dat huidverplaatsing ook invloed heeft op oppervlakkige bindweefsellagen.
Maar daaruit kan niet automatisch worden geconcludeerd dat een cup diepe fascia of spieren letterlijk “lostrekt”. De mechanische invloed neemt waarschijnlijk af en verandert naarmate de afstand tot de huid groter wordt.
De huid bevat verschillende typen mechanosensitieve zenuwuiteinden die reageren op mechanische vervorming. Traditioneel worden hierbij onder andere genoemd:
Deze structuren reageren niet allemaal op dezelfde prikkel. Sommige zijn vooral gevoelig voor lichte aanraking, andere voor trillingen, rek of veranderingen in mechanische belasting. De werkelijkheid is bovendien complexer dan een eenvoudig schema waarin één receptor exact één functie heeft. Bij cupping worden verschillende mechanische prikkels gecombineerd. De huid wordt:
Daardoor ontstaat een stroom van sensorische informatie richting het centrale zenuwstelsel. Deze input kan mogelijk invloed hebben op:
Dat betekent niet dat iedere cup automatisch een specifiek voorspelbaar neurologisch effect veroorzaakt. Wel is het biologisch aannemelijk dat een sterke mechanische prikkel op de huid sensorische gevolgen heeft.
Een van de meest zichtbare reacties op cupping is roodheid. Tijdens en na de behandeling kan de huid:
verkleuren. Deze reactie ontstaat door veranderingen in de lokale circulatie en, bij een sterkere mechanische belasting, mogelijk door beschadiging van kleine oppervlakkige bloedvaatjes. Onderzoek van Wang et al. (2020) liet zien dat cupping de lokale huiddoorbloeding kan beïnvloeden en dat de reactie afhankelijk is van de hoeveelheid negatieve druk en de duur van de toepassing. Een tijdelijke toename van lokale huiddoorbloeding is dus meetbaar. Maar een rode of paarse plek is niet automatisch bewijs van:
De kleur van een cuppingplek is vooral een zichtbare reactie van huid en oppervlakkige bloedvaatjes op de mechanische belasting.
Donkerder is daarom niet automatisch beter.
Het doel van cupping hoeft niet te zijn om zo donker mogelijke plekken te veroorzaken.
Niet iedereen reageert hetzelfde op cupping. Bij dezelfde behandeling kan de ene persoon nauwelijks rood worden, terwijl een andere persoon duidelijke paarse verkleuringen ontwikkelt. Mogelijke verklaringen zijn verschillen in:
Ook de mechanische eigenschappen van huid verschillen tussen personen. Met het ouder worden kan de huid bijvoorbeeld dunner en kwetsbaarder worden. Bij sommige patiënten kan daardoor minder negatieve druk nodig zijn.
Ook medicatie die invloed heeft op bloedstolling kan relevant zijn. Een patiënt die anticoagulantia gebruikt, kan mogelijk sneller of sterker verkleuren en vraagt om extra voorzichtigheid. De zichtbare huidreactie moet daarom altijd individueel worden beoordeeld. Een standaardhoeveelheid vacuüm is niet automatisch voor iedere patiënt geschikt.
De mechanische belasting van de huid wordt niet alleen bepaald door de hoeveelheid vacuüm. Ook de grootte van de cup speelt een rol. Een grotere cup bestrijkt een groter oppervlak en kan meer weefsel omvatten. Een kleinere cup geeft een meer lokale toepassing. Biomechanische modellen laten zien dat cupdiameter en negatieve druk invloed hebben op de verdeling van mechanische spanning in het weefsel (Tham et al., 2006). In de praktijk betekent dit dat:
dezelfde negatieve druk met een andere cupgrootte niet noodzakelijk dezelfde behandeling is.
Daarnaast is “één pompje” bij een vacuümpomp geen betrouwbare wetenschappelijke dosering. De uiteindelijke negatieve druk kan onder andere afhangen van:
Voor onderzoek en klinische reproduceerbaarheid zou het daarom beter zijn om negatieve druk objectief te meten, bijvoorbeeld in kilopascal of millimeter kwikdruk. In de dagelijkse praktijk gebeurt dit nog maar beperkt. Voor de therapeut blijft het daarom belangrijk om niet alleen naar de cup te kijken, maar vooral naar:
Een patiënt met schouderklachten krijgt voor het eerst cupping. De therapeut gebruikt een middelgrote cup op de bovenste schouderregio en creëert een matige negatieve druk. Binnen een minuut wordt de huid duidelijk rood. De patiënt ervaart een sterke maar niet pijnlijke trekkende sensatie.
Bij een tweede patiënt wordt dezelfde cup op ongeveer dezelfde plaats gebruikt. De huid verkleurt nauwelijks en de patiënt ervaart slechts een lichte trekkracht. Betekent dit dat de behandeling bij de eerste patiënt beter werkt?
Nee. De zichtbare huidreactie zegt niet rechtstreeks hoeveel pijnvermindering of functionele verbetering zal optreden. De twee patiënten kunnen verschillen in:
De therapeut beoordeelt daarom niet alleen de kleur van de huid. Na de behandeling wordt opnieuw gekeken naar het oorspronkelijke behandeldoel. Bijvoorbeeld:
De huidreactie is belangrijke informatie over de dosering en veiligheid, maar is niet automatisch een maat voor therapeutisch succes.

De huid speelt een centrale rol bij cupping. Een cup werkt niet rechtstreeks op een spier of fasciale structuur. De eerste en meest directe mechanische interactie vindt plaats met de huid en het oppervlakkige onderhuidse weefsel. Door negatieve druk wordt de huid:
Daarnaast kunnen tijdelijke veranderingen in de lokale huiddoorbloeding en zichtbare verkleuringen ontstaan. De grootte van deze reactie wordt beïnvloed door:
De bekende rode en paarse plekken zijn geen bewijs dat toxines of afvalstoffen uit het lichaam zijn verwijderd. Ze zijn vooral een zichtbare reactie op de mechanische belasting van huid en oppervlakkige bloedvaatjes. De huid moet daarom niet alleen worden gezien als een laag waar de therapeut doorheen probeert te werken om spieren of fascia te bereiken.
De huid zelf is waarschijnlijk een belangrijk aangrijpingspunt van cupping.
De mechanische vervorming en voortdurende sensorische input kunnen mede verklaren waarom sommige patiënten na cupping tijdelijk minder pijn ervaren of gemakkelijker bewegen. Hoe deze oppervlakkige prikkel precies wordt vertaald naar veranderingen in pijn, bewegen en lichaamswaarneming is nog niet volledig opgehelderd. Juist daarom vormt de huid een belangrijk uitgangspunt voor toekomstig onderzoek naar de werkingsmechanismen van cupping.
Bekijk de professionele cupping cups en sets van FasciaShop voor een doelgerichte toepassing in de behandelpraktijk.
Bekijk cupping producten