Cupping bij verklevingen en littekens

Cupping bij verklevingen en littekens

Na een operatie, verwonding of brandwond ontstaat littekenweefsel als onderdeel van het natuurlijke herstelproces. Sommige littekens worden soepel en geven nauwelijks klachten. Andere kunnen gevoelig, stug, verdikt of minder beweeglijk aanvoelen.

Cupping wordt soms gebruikt om de huid en het weefsel rond een litteken te mobiliseren. De negatieve druk trekt de huid omhoog, waardoor een andere mechanische belasting ontstaat dan bij traditionele littekenmassage. Maar kan cupping een litteken werkelijk soepeler maken? En kunnen verklevingen met een cup worden “losgetrokken”?

Voor vacuümtherapie en mechanische littekenbehandeling bestaan interessante aanwijzingen, maar specifiek onderzoek naar gewone therapeutische cupping bij littekens is nog beperkt. Daarom is het belangrijk om voorzichtig te zijn met structurele claims.

Wat gebeurt er bij littekenvorming?

Wanneer weefsel beschadigd raakt, start het lichaam een complex herstelproces. Globaal worden verschillende, deels overlappende fasen onderscheiden:

  • inflammatie;
  • proliferatie;
  • remodellering.

Tijdens het herstel wordt nieuw extracellulair matrixmateriaal gevormd, waaronder collageen. Een litteken is echter geen exacte kopie van het oorspronkelijke weefsel. De organisatie van:

  • collageen;
  • elastische vezels;
  • bloedvaten;
  • zenuwstructuren

kan verschillen van normaal weefsel. Tijdens de maanden na de wondgenezing blijft het litteken veranderen. Dit proces van remodellering kan langdurig doorgaan. Een litteken kan uiteindelijk:

  • vlak en soepel worden;
  • verdikt raken;
  • ingetrokken zijn;
  • gevoelig blijven;
  • jeuken;
  • minder goed bewegen ten opzichte van onderliggende lagen.

Daarom is niet ieder litteken hetzelfde en vraagt niet ieder litteken om dezelfde behandeling.

Huid, subcutis en glijlagen

De huid ligt niet los boven op het lichaam. Onder de huid bevinden zich:

  • subcutaan weefsel;
  • oppervlakkige fascia;
  • diepere fasciale structuren;
  • spieren en andere weefsels.

Tijdens normale beweging kunnen deze lagen in bepaalde mate ten opzichte van elkaar verschuiven. Na een operatie of ander trauma kan de organisatie van deze weefsels veranderen. Een litteken kan niet alleen zichtbaar zijn aan het huidoppervlak, maar ook verbonden zijn met dieper gelegen weefsellagen. Daardoor kan een patiënt ervaren dat het litteken:

  • trekt;
  • vastzit;
  • minder goed verschuift;
  • spanning geeft tijdens bewegen.

Dit wordt in de praktijk vaak een verkleving genoemd. Maar ook hier is nuance nodig. Een gevoel van trekken of stijfheid betekent niet automatisch dat er een duidelijke anatomische verkleving aanwezig is. Pijn, gevoeligheid en veranderde sensorische input kunnen eveneens invloed hebben op hoe een littekengebied wordt ervaren.

Waarom wordt cupping rond littekens gebruikt?

Bij traditionele littekenmobilisatie wordt het litteken meestal met de handen bewogen. De therapeut kan de huid bijvoorbeeld:

  • zijwaarts verschuiven;
  • optillen;
  • rollen;
  • voorzichtig rekken.

Cupping geeft een andere mechanische prikkel. Door negatieve druk wordt de huid:

  • omhooggetrokken;
  • vervormd;
  • ten opzichte van omliggende gebieden belast.

Bij bewegende cupping kan de cup daarnaast over of rondom het littekengebied worden verplaatst. Hierdoor ontstaan combinaties van:

  • verticale tractie;
  • huidverplaatsing;
  • schuifkrachten;
  • sensorische prikkeling.

Juist de mogelijkheid om weefsel omhoog te trekken maakt cupping interessant als aanvulling op handmatige littekenmobilisatie. Dat betekent echter nog niet dat deze techniek aantoonbaar beter is dan andere vormen van littekenbehandeling.

Mechanische belasting van een litteken

Littekenweefsel reageert op mechanische belasting. Daarom worden binnen littekenrevalidatie verschillende vormen van fysieke behandeling gebruikt, waaronder:

  • massage;
  • mobilisatie;
  • druktherapie;
  • siliconentherapie;
  • oefentherapie.

Een systematische review en meta-analyse van Deflorin et al. (2020) vond dat fysieke littekenbehandelingen positieve effecten kunnen hebben op verschillende littekenkenmerken, maar de interventies en kwaliteit van het bewijs varieerden sterk. Ook de review van Scott et al. (2022) naar postoperatieve littekenmassage beschreef mogelijke voordelen voor pijn, beweging en littekenkenmerken, maar benadrukte het gebrek aan consistente behandelprotocollen en uitkomstmaten.

Bij cupping ontstaat mechanische belasting door negatieve druk. Onderzoek naar vacuümmassage laat zien dat deze techniek de huid en het litteken mechanisch kan vervormen. Moortgat et al. (2020) beschreven vacuümmassage als een interessante methode voor littekenbehandeling, maar concludeerden ook dat meer kwalitatief onderzoek nodig is naar onder andere dosering en behandelstadium.

Het is belangrijk om vacuümmassage niet automatisch gelijk te stellen aan iedere vorm van cupping. De apparatuur, negatieve druk, dosering en beweging kunnen verschillen.

Kan cupping verklevingen losmaken?

Dit is waarschijnlijk de meest gebruikte claim bij cupping rond littekens. Een therapeut kan voelen dat een litteken na behandeling:

  • soepeler beweegt;
  • gemakkelijker kan worden opgetild;
  • minder strak aanvoelt.

De patiënt kan daarnaast minder:

  • pijn;
  • spanning;
  • trekken

ervaren. Maar betekent dit dat een verkleving letterlijk is losgetrokken? Dat is moeilijk vast te stellen. Het woord verkleving kan namelijk verwijzen naar verschillende situaties:

  • verminderde huidmobiliteit;
  • fibrotisch littekenweefsel;
  • verbindingen tussen verschillende weefsellagen;
  • postoperatieve adhesies;
  • een subjectief gevoel van vastzitten.

Deze situaties zijn niet hetzelfde. Een cup kan oppervlakkige weefsels mechanisch vervormen en verplaatsen. Het is daarom aannemelijk dat de techniek invloed kan hebben op de mobiliteit van oppervlakkig littekenweefsel. Maar er is onvoldoende bewijs dat gewone cupping:

  • diepe postoperatieve adhesies letterlijk verbreekt;
  • interne verklevingen lostrekt;
  • fibrotisch weefsel volledig verwijdert.

Een betere formulering is daarom:

Cupping kan worden gebruikt om een genezen litteken en de omliggende oppervlakkige weefsels mechanisch te mobiliseren. Of daarmee daadwerkelijke diepe verklevingen worden opgeheven, is onvoldoende bewezen.

Wat zegt de wetenschap?

Specifiek onderzoek naar cupping als zelfstandige behandeling van littekens is nog beperkt. Er is meer onderzoek naar:

  • littekenmassage;
  • fysieke littekenbehandeling;
  • vacuümmassage;
  • gecontroleerde negatieve-druktherapie.

Een kleine studie van Lubczyńska et al. (2023) onderzocht een gecombineerd programma van manuele littekenbehandeling waarin onder andere cupping werd gebruikt. Er werden positieve veranderingen gevonden, maar doordat meerdere behandeltechnieken tegelijk werden toegepast en de onderzoeksgroep klein was, kan niet worden vastgesteld welk deel van het effect specifiek door cupping werd veroorzaakt.

Onderzoek van Shen et al. (2024) naar gecontroleerde negatieve-druktherapie bij littekens laat zien dat de hoeveelheid negatieve druk invloed kan hebben op de reactie van littekenweefsel. Dit ondersteunt het idee dat dosering relevant is, maar dergelijke apparatuur en protocollen zijn niet automatisch vergelijkbaar met gewone handmatige cups.

De huidige wetenschap ondersteunt dus vooral dat mechanische behandeling en negatieve druk interessante mogelijkheden bieden binnen littekenrevalidatie. Voor de specifieke claim dat cupping verklevingen aantoonbaar “losmaakt” is nog onvoldoende direct bewijs.

Wanneer mag een litteken worden gecupt?

Een belangrijk uitgangspunt is:

Een open of onvoldoende genezen wond mag niet worden gecupt.

Voordat directe mechanische belasting wordt toegepast, moet de huid voldoende gesloten en hersteld zijn. Er bestaat geen universele termijn zoals:

“Na precies vier weken mag ieder litteken worden gecupt.”

De genezing verschilt per:

  • operatie;
  • wond;
  • lichaamsregio;
  • patiënt;
  • eventuele complicaties.

Bij een recent litteken moet rekening worden gehouden met:

  • volledige wondsluiting;
  • aanwezigheid van korstjes;
  • wondvocht;
  • tekenen van infectie;
  • kwetsbaarheid van de huid;
  • instructies van de behandelend arts of chirurg.

Wanneer een litteken nog jong en kwetsbaar is, moet mechanische belasting voorzichtig worden opgebouwd. Dat geldt ook voor de hoeveelheid negatieve druk.

Sterker vacuüm is niet automatisch beter.

Een jonge of kwetsbare huid kan bij overmatige negatieve druk beschadigen. Bij twijfel over de wondgenezing of belastbaarheid van het litteken moet eerst worden overlegd met de betrokken arts of wondbehandelaar.

Wanneer is cupping niet geschikt?

Cupping is niet geschikt op een:

  • open wond;
  • nog niet volledig gesloten operatiewond;
  • actieve wondinfectie;
  • bloedende huid;
  • beschadigde of zeer kwetsbare huid.

Extra voorzichtigheid is nodig bij:

  • recente operaties;
  • sterk ontstoken littekens;
  • hypertrofische littekens;
  • keloïden;
  • verminderde sensibiliteit;
  • verhoogde bloedingsneiging;
  • gebruik van antistollingsmedicatie;
  • kwetsbare huid;
  • radiotherapie in het behandelde gebied;
  • bekende problemen met wondgenezing.

Een keloïd is bovendien niet simpelweg een “stug litteken dat harder moet worden losgemaakt”. Keloïden hebben een afwijkend groeigedrag en vragen om specifieke medische beoordeling en behandeling. Voor hypertrofische littekens en keloïden hebben andere interventies, waaronder siliconenproducten en specialistische medische behandelingen, een duidelijkere plaats binnen bestaande richtlijnen dan cupping (Monstrey et al., 2014; Khansa et al., 2016).

Praktijkvoorbeeld

Een patiënt heeft enkele maanden geleden een buikoperatie ondergaan. De wond is volledig gesloten en er zijn geen tekenen van infectie. De patiënt ervaart:

  • een trekkend gevoel tijdens het strekken van de romp;
  • lokale gevoeligheid;
  • beperkte verschuifbaarheid van de huid rond een deel van het litteken.

Voor de behandeling worden beoordeeld:

  • de conditie van het litteken;
  • de mobiliteit van de huid;
  • pijn;
  • een relevante beweging.

De therapeut past vervolgens voorzichtig een kleine cup toe met lichte negatieve druk. De cup wordt niet direct maximaal belast. De reactie van de huid en de patiënt wordt voortdurend gecontroleerd. Na de behandeling ervaart de patiënt:

  • minder trekken;
  • gemakkelijker bewegen;
  • een soepeler gevoel rond het litteken.

Wat kan worden geconcludeerd? Niet automatisch dat:

  • een diepe verkleving is losgetrokken;
  • intern littekenweefsel is verwijderd.

Wel kan worden vastgesteld dat:

  • de patiënt minder spanning ervaart;
  • de oppervlakkige mobiliteit mogelijk is veranderd;
  • de relevante beweging gemakkelijker gaat.

Deze verandering kan vervolgens worden gecombineerd met:

  • actieve beweging;
  • mobiliteitsoefeningen;
  • geleidelijke belasting.

Conclusie

Cupping kan worden gebruikt als een vorm van mechanische mobilisatie rond een volledig genezen litteken. Door negatieve druk worden de huid en oppervlakkige weefsels:

  • omhooggetrokken;
  • vervormd;
  • mechanisch belast.

Dit verschilt van traditionele littekenmassage, waarbij meestal vooral druk en handmatige verschuiving worden gebruikt. Het is aannemelijk dat cupping of andere vormen van gecontroleerde negatieve-druktherapie invloed kunnen hebben op:

  • oppervlakkige littekenmobiliteit;
  • ervaren spanning;
  • pijn;
  • bewegingscomfort.

Maar er is onvoldoende bewijs dat cupping:

  • diepe verklevingen letterlijk lostrekt;
  • interne adhesies verbreekt;
  • littekenweefsel volledig verwijdert.

Specifiek onderzoek naar gewone therapeutische cupping bij littekens is bovendien nog beperkt. Veel van het beschikbare onderzoek gaat over bredere fysieke littekenbehandeling of gespecialiseerde vacuümtherapie. De meest zorgvuldige conclusie is daarom:

Cupping kan mogelijk worden gebruikt om een volledig genezen litteken en de omliggende oppervlakkige weefsels mechanisch te mobiliseren. Of daarmee daadwerkelijke structurele verklevingen worden opgeheven, weten we nog onvoldoende.

Bij littekenbehandeling zijn vooral belangrijk:

  • de fase van wondgenezing;
  • de conditie van de huid;
  • de dosering;
  • het behandeldoel;
  • de reactie van de patiënt.

Een litteken hoeft niet zo hard mogelijk te worden behandeld om resultaat te bereiken.

Bij littekenweefsel is een zorgvuldig gedoseerde mechanische prikkel belangrijker dan maximale zuigkracht.

Professioneel aan de slag met cupping?

Bekijk de professionele cupping cups en sets van FasciaShop voor een doelgerichte toepassing in de behandelpraktijk.

Bekijk cupping producten

Wetenschappelijke bronnen

  • Deflorin, C. et al. (2020). Physical Management of Scar Tissue: A Systematic Review and Meta-Analysis. Journal of Alternative and Complementary Medicine.
  • Khansa, I. et al. (2016). Evidence-Based Scar Management: How to Improve Results with Technique and Technology. Plastic and Reconstructive Surgery.
  • Lubczyńska, A. et al. (2023). Effectiveness of various methods of manual scar therapy. Skin Research and Technology.
  • Monstrey, S. et al. (2014). Updated Scar Management Practical Guidelines: Non-invasive and invasive measures. Journal of Plastic, Reconstructive & Aesthetic Surgery.
  • Moortgat, P. et al. (2020). Vacuum Massage in the Treatment of Scars. In: Textbook on Scar Management.
  • Scott, H.C. et al. (2022). Is massage an effective intervention in the management of post-operative scarring? A scoping review. Journal of Hand Therapy.
  • Shen, W.C. et al. (2024). Effect of negative pressure therapy on the treatment response to scar tissue. Journal of Tissue Viability.