Cupping bij sporters en sportblessures

Cupping bij sporters en sportblessures

Cupping is de afgelopen jaren opvallend zichtbaar geworden binnen de sportwereld. Vooral de ronde rode en paarse plekken op de huid van topsporters hebben de behandeling internationale bekendheid gegeven. Sporters gebruiken cupping onder andere met als doel:

  • spierpijn verminderen;
  • sneller herstellen;
  • stijfheid verminderen;
  • flexibiliteit verbeteren;
  • sportprestaties ondersteunen;
  • blessures voorkomen.

Maar wat weten we daadwerkelijk over deze effecten? Onderzoek naar cupping bij sporters is nog relatief beperkt. De huidige wetenschap geeft vooral aanwijzingen voor mogelijke kortetermijneffecten op pijn en ervaren klachten. Voor verbetering van kracht, sportprestaties en preventie van blessures is het bewijs veel minder overtuigend.

Waarom gebruiken sporters cupping?

Sporters stellen hun lichaam regelmatig bloot aan hoge fysieke belasting. Na training of wedstrijden kunnen ontstaan:

  • spierpijn;
  • vermoeidheid;
  • stijfheid;
  • lokale gevoeligheid;
  • tijdelijke vermindering van bewegingsvrijheid.

Cupping wordt vaak gebruikt als herstelinterventie. De behandeling geeft een sterke mechanische en sensorische prikkel aan de huid en oppervlakkige weefsels. Sommige sporters ervaren daarna:

  • minder spanning;
  • minder pijn;
  • gemakkelijker bewegen;
  • een gevoel van herstel.

Daarnaast speelt de zichtbaarheid van cupping waarschijnlijk een rol in de populariteit. Toen topsporters tijdens grote internationale sportevenementen met karakteristieke ronde cuppingplekken verschenen, kreeg de methode wereldwijd veel aandacht. Gebruik door topsporters is echter geen bewijs voor effectiviteit.

Professionele sporters gebruiken veel verschillende herstelinterventies. De wetenschappelijke onderbouwing daarvan varieert sterk.

Spierklachten en overbelasting

Cupping wordt binnen de sport vaak toegepast bij klachten die worden omschreven als:

  • gespannen spieren;
  • overbelaste spieren;
  • spierknopen;
  • myofasciale pijn;
  • lokale stijfheid.

De cup wordt meestal geplaatst op of rond het gebied waar de sporter klachten ervaart. Door negatieve druk ontstaan:

  • huidverplaatsing;
  • mechanische belasting;
  • sterke sensorische input;
  • tijdelijke veranderingen in de lokale huiddoorbloeding.

Een sporter kan hierdoor tijdelijk minder pijn of spanning ervaren. Dat betekent echter niet automatisch dat:

  • de spier structureel is hersteld;
  • een spierknoop is verwijderd;
  • fascia is losgemaakt;
  • overbelasting is opgelost.

Wanneer de oorzaak van de klachten vooral ligt in een te hoge trainingsbelasting ten opzichte van de belastbaarheid, verandert cupping die verhouding niet automatisch. De belasting moet dan nog steeds worden aangepast.

Herstel na training

Een belangrijke reden waarom sporters cupping gebruiken, is het idee dat de behandeling het herstel versnelt. Maar herstel kan verschillende dingen betekenen. Een sporter kan:

  • minder spierpijn ervaren;
  • zich minder stijf voelen;
  • objectief weer maximale kracht leveren;
  • biologisch volledig hersteld zijn.

Deze uitkomsten zijn niet hetzelfde. Onderzoek naar cupping bij delayed onset muscle soreness (DOMS) is nog beperkt. Sommige studies geven aanwijzingen dat cupping spierpijn en bepaalde functionele uitkomsten tijdelijk kan beïnvloeden. Dat betekent echter niet automatisch dat beschadigde of vermoeide spiervezels sneller biologisch herstellen. Herstel na zware inspanning wordt sterk beïnvloed door:

  • tijd;
  • slaap;
  • voeding;
  • trainingsbelasting;
  • herstel tussen trainingsmomenten;
  • algemene gezondheid.

Cupping kan mogelijk beïnvloeden hoe een sporter zich voelt, maar er is onvoldoende overtuigend bewijs dat de techniek het volledige fysiologische herstelproces aanzienlijk versnelt.

Effect op pijn

Pijn is een van de uitkomsten waarvoor het meeste positieve onderzoek naar cupping beschikbaar is. Systematische reviews naar cupping bij musculoskeletale pijn laten mogelijke kortetermijneffecten op pijn zien (Cramer et al., 2020; Mohamed et al., 2023; Jia et al., 2025). Voor sporters kan dit relevant zijn. Wanneer pijn tijdelijk afneemt, kan een sporter:

  • gemakkelijker bewegen;
  • minder stijfheid ervaren;
  • een oefening comfortabeler uitvoeren.

Maar pijnvermindering heeft ook een belangrijke keerzijde.

Minder pijn betekent niet automatisch dat een blessure is hersteld.

Wanneer cupping de pijn tijdelijk vermindert, kan een sporter zich beter voelen terwijl de belastbaarheid van het weefsel nog niet volledig is hersteld. De pijnvermindering moet daarom niet worden gebruikt als enige criterium voor een terugkeer naar volledige sportbelasting.

Effect op kracht

Er wordt soms beweerd dat cupping de spierfunctie verbetert en daardoor de kracht kan verhogen. Daarvoor is onvoldoende overtuigend bewijs. Een tijdelijke verandering in pijn of bewegingsvrijheid kan indirect invloed hebben op een krachttest. Wanneer een beweging minder pijn doet, kan een sporter bijvoorbeeld meer kracht durven leveren. Dat betekent niet automatisch dat cupping:

  • spiermassa vergroot;
  • spiervezels sterker maakt;
  • neuromusculaire prestaties structureel verbetert.

Onderzoek naar cupping en spierkracht is beperkt en de beschikbare studies verschillen sterk in:

  • type cupping;
  • onderzochte sporters;
  • behandellocatie;
  • dosering;
  • gebruikte krachttesten.

Op basis van de huidige wetenschap kan niet worden geconcludeerd dat cupping op zichzelf een betrouwbare methode is om spierkracht te vergroten. Voor het verbeteren van kracht blijft gerichte krachttraining de belangrijkste interventie.

Effect op flexibiliteit

Sommige sporters ervaren na cupping meer bewegingsvrijheid of flexibiliteit. Dat kan bijvoorbeeld zichtbaar zijn als:

  • meer schouderbeweging;
  • gemakkelijker vooroverbuigen;
  • minder trekkend gevoel in de hamstrings;
  • grotere enkelmobiliteit.

Een directe verbetering van bewegingsuitslag betekent echter niet automatisch dat een spier of fascia structureel langer is geworden. Flexibiliteit wordt ook beïnvloed door:

  • pijn;
  • tolerantie voor rek;
  • sensorische input;
  • verwachtingen;
  • bewegingsvertrouwen.

Wanneer een beweging na cupping minder onaangenaam voelt, kan een sporter mogelijk verder bewegen. Een tijdelijke verbetering van flexibiliteit kan dus klinisch relevant zijn, maar de precieze verklaring is niet noodzakelijk een structurele verandering van het weefsel.

Effect op sportprestaties

Kan cupping ervoor zorgen dat een sporter:

  • sneller sprint;
  • hoger springt;
  • meer kracht levert;
  • langer presteert?

Voor dergelijke directe prestatieverbeteringen is onvoldoende overtuigend bewijs. Een systematische review van Bridgett et al. (2018) onderzocht cupping binnen de sport- en revalidatiecontext en concludeerde dat er mogelijk positieve effecten zijn op bepaalde pijn- en functionele uitkomsten, maar dat de kwaliteit van het bewijs beperkt is.

Ook Mohamed et al. (2023) beschreven dat de beschikbare literatuur over cupping binnen musculoskeletale en sportrevalidatie heterogeen is. Een sporter kan zich na cupping beter voelen. Dat kan indirect invloed hebben op:

  • bewegingscomfort;
  • vertrouwen;
  • de ervaren gereedheid om te sporten.

Maar dat is iets anders dan een bewezen direct prestatiebevorderend effect. Cupping moet daarom niet worden gezien als een vervanging voor:

  • training;
  • technische ontwikkeling;
  • krachttraining;
  • conditietraining;
  • herstelmanagement.

Preventie van blessures

Cupping wordt soms preventief gebruikt. Het idee is bijvoorbeeld dat regelmatig cuppen:

  • spieren soepel houdt;
  • verklevingen voorkomt;
  • de doorbloeding verbetert;
  • blessures voorkomt.

Voor deze claims is onvoldoende overtuigend bewijs. Sportblessures ontstaan meestal door een combinatie van factoren. Daaronder kunnen vallen:

  • trainingsbelasting;
  • eerdere blessures;
  • onvoldoende herstel;
  • fysieke belastbaarheid;
  • sportspecifieke blootstelling;
  • onverwachte gebeurtenissen.

Er is geen overtuigend bewijs dat regelmatig cuppen op zichzelf het risico op sportblessures duidelijk verlaagt. Een sporter kan cupping prettig vinden als onderdeel van een herstelroutine, maar dat is niet hetzelfde als bewezen blessurepreventie. Voor blessurepreventie zijn factoren zoals:

  • passende trainingsopbouw;
  • sportspecifieke kracht;
  • conditie;
  • voldoende herstel;
  • geleidelijke blootstelling aan belasting

waarschijnlijk veel belangrijker.

Voor of na training?

Een veelgestelde vraag is of cupping beter vóór of na een training kan worden toegepast. Er bestaat geen universeel antwoord.

Cupping vóór training

Een sporter kan cupping vóór een training gebruiken wanneer een tijdelijke verandering in:

  • pijn;
  • stijfheid;
  • bewegingsvrijheid

gewenst is. Daarbij moet worden opgelet dat pijnvermindering niet wordt verward met volledig herstel. Een sporter die door cupping minder pijn ervaart, kan nog steeds een beperkte belastbaarheid hebben. Een intensieve cuppingbehandeling vlak voor een wedstrijd kan bovendien:

  • lokale gevoeligheid;
  • ongemak;
  • huidreacties

veroorzaken.

Cupping na training

Na training wordt cupping vooral gebruikt als herstelinterventie. Het doel is dan vaak:

  • spierpijn verminderen;
  • ontspanning ervaren;
  • stijfheid verminderen.

Wanneer de sporter de behandeling prettig vindt en er geen ongewenste reacties ontstaan, kan cupping onderdeel zijn van een bredere herstelstrategie. Maar ook na training geldt:

cupping vervangt slaap, voeding en passende herstelbelasting niet.

Praktijkvoorbeeld

Een hardloper ervaart na een periode met een verhoogde trainingsbelasting een trekkend en vermoeid gevoel in de kuit. Er is geen acuut trauma geweest. Voor de behandeling worden enkele relevante functies getest:

  • pijn tijdens een calf raise: 4 op 10;
  • lokale gevoeligheid;
  • een stijf gevoel tijdens lopen.

De therapeut past een goed verdraagbare vorm van cupping toe op het kuitgebied. Na de behandeling wordt opnieuw getest. De sporter ervaart:

  • pijn: 2 op 10;
  • minder stijfheid;
  • gemakkelijker bewegen.

Wat kan worden geconcludeerd? Niet automatisch dat:

  • de kuitspier volledig is hersteld;
  • de overbelasting is opgelost;
  • een fasciale verkleving is verwijderd;
  • de sporter weer maximaal belastbaar is.

Wel kan worden vastgesteld dat de klachten tijdelijk zijn verminderd. Vervolgens worden ook de relevante factoren beoordeeld:

  • trainingsbelasting;
  • herstel;
  • kracht;
  • sportspecifieke belastbaarheid.

De cupping kan daarmee een aanvullende interventie zijn, maar de opbouw van de belasting bepaalt uiteindelijk in belangrijke mate de terugkeer naar volledige sportdeelname.

Conclusie

Cupping is populair bij zowel recreatieve als professionele sporters. De techniek wordt gebruikt bij:

  • spierpijn;
  • ervaren spierspanning;
  • overbelastingsklachten;
  • herstel na training;
  • tijdelijke bewegingsbeperkingen.

De huidige wetenschap geeft vooral aanwijzingen voor mogelijke kortetermijneffecten op pijn en ervaren klachten. Voor een direct effect op:

  • spierkracht;
  • sportprestaties;
  • biologisch spierherstel;
  • blessurepreventie

is het bewijs veel beperkter. Een sporter kan zich na cupping werkelijk beter voelen en gemakkelijker bewegen. Dat is een relevante uitkomst. Maar:

minder pijn is niet hetzelfde als volledig herstel, en een beter gevoel is niet automatisch een betere sportprestatie.

Binnen sport en revalidatie kan cupping daarom het beste worden gezien als een mogelijke aanvullende interventie. De techniek kan mogelijk tijdelijk een gunstige situatie creëren waarin een sporter comfortabeler beweegt of oefent. De belangrijkste factoren voor duurzame prestaties en belastbaarheid blijven echter:

  • gerichte training;
  • passende trainingsopbouw;
  • voldoende herstel;
  • slaap;
  • voeding;
  • sportspecifieke revalidatie.

De belangrijkste vraag is daarom niet:

“Gebruiken topsporters cupping?”

maar:

“Voegt cupping bij deze individuele sporter aantoonbaar iets toe aan het herstel, bewegen of de revalidatie?”

Professioneel aan de slag met cupping?

Bekijk de professionele cupping cups en sets van FasciaShop voor een doelgerichte toepassing in de behandelpraktijk.

Bekijk cupping producten

Wetenschappelijke bronnen

  • Bridgett, R. et al. (2018). Effects of cupping therapy in amateur and professional athletes: Systematic review of randomized controlled trials. Journal of Alternative and Complementary Medicine.
  • Cramer, H. et al. (2020). Cupping for Patients With Chronic Pain: A Systematic Review and Meta-Analysis. Journal of Pain.
  • Jia, Y. et al. (2025). Effects of cupping therapy on chronic musculoskeletal pain and functional disability: A systematic review and meta-analysis. BMJ Open.
  • Mohamed, A.A. et al. (2023). Evidence-based and adverse-effects analyses of cupping therapy in musculoskeletal and sports rehabilitation: A systematic and evidence-based review. Journal of Back and Musculoskeletal Rehabilitation.
  • Tham, L.M., Lee, H.P. & Lu, C. (2006). Cupping: From a biomechanical perspective. Journal of Biomechanics.