Cupping bij lage rugpijn

Cupping bij lage rugpijn

Cupping wordt regelmatig toegepast bij lage rugpijn. De lage rug is een groot en relatief goed toegankelijk lichaamsgebied, waardoor cups gemakkelijk op of rond de pijnlijke regio kunnen worden geplaatst. Sommige patiënten ervaren na cupping tijdelijk minder pijn, minder stijfheid of meer bewegingsvrijheid. Maar lage rugpijn is meestal niet het gevolg van één “vastzittende spier” of één mechanische blokkade. Daarom is het belangrijk om cupping niet te zien als een behandeling die de rug letterlijk “losmaakt”, maar als een mogelijke aanvullende interventie die tijdelijk invloed kan hebben op pijn en bewegen.

Waarom wordt de lage rug gecupt?

De lage rug is een veelbehandeld gebied bij cupping. Patiënten beschrijven klachten vaak als:

  • stijfheid;
  • spierspanning;
  • een vastzittend gevoel;
  • lokale pijn;
  • moeite met buigen of strekken.

Cups worden meestal geplaatst op of rond de pijnlijke regio, vaak naast de wervelkolom en op gebieden met voldoende zacht weefsel. De negatieve druk veroorzaakt lokaal:

  • huidverplaatsing;
  • mechanische belasting van oppervlakkige weefsels;
  • sensorische prikkeling;
  • tijdelijke veranderingen in de huiddoorbloeding.

Dat kan een sterke en opvallende prikkel geven aan een gebied dat de patiënt als pijnlijk of gespannen ervaart.

Mechanische prikkel of pijnmodulatie?

Cupping heeft onmiskenbaar een mechanisch effect op de huid en het oppervlakkige weefsel. De cup trekt de huid omhoog en veroorzaakt rek en vervorming. Biomechanische modellering laat zien dat hierdoor mechanische spanning ontstaat in huid en oppervlakkige weefsels (Tham et al., 2006). Maar de klinische effecten hoeven niet uitsluitend mechanisch te zijn. Wanneer een patiënt na cupping minder pijn ervaart, kan dat ook samenhangen met:

  • sterke sensorische input;
  • tijdelijke pijnmodulatie;
  • veranderde aandacht voor het lichaamsgebied;
  • meer vertrouwen in bewegen;
  • verwachtingen en behandelcontext.

De behandeling kan dus zowel een lokale mechanische prikkel als een sensorische en neurofysiologische interventie zijn. Het is daarom te eenvoudig om te stellen dat cupping lage rugpijn vermindert doordat spieren of fascia letterlijk worden “losgetrokken”.

Effect op pijn

Pijn is de uitkomst waarvoor het meeste onderzoek naar cupping bij lage rugpijn beschikbaar is. Een meta-analyse van Wang et al. (2017) vond dat cupping pijn bij lage rugpijn kan verminderen, maar de auteurs wezen ook op verschillen tussen studies en methodologische beperkingen.

Een systematische review en meta-analyse van Moura et al. (2018) rapporteerde eveneens positieve effecten bij chronische rugpijn, maar benadrukte de heterogeniteit van de onderzoeken. Meer recent vond Zhang et al. (2024) dat cupping op korte termijn pijn bij lage rugpijn kan verminderen. De effecten op langere termijn waren minder overtuigend.

Deze bevindingen passen bij het bredere cuppingonderzoek, waarin vooral kortetermijnvermindering van pijn wordt gevonden (Cramer et al., 2020). De meest verdedigbare conclusie is daarom:

Cupping kan bij sommige mensen met lage rugpijn op korte termijn pijn verminderen.

Dat betekent niet automatisch dat de oorzaak van de rugpijn is verdwenen.

Effect op bewegen

Patiënten ervaren na cupping soms dat zij:

  • gemakkelijker vooroverbuigen;
  • soepeler strekken;
  • minder stijf bewegen.

Dat kan klinisch relevant zijn. Toch moet een toegenomen bewegingsvrijheid voorzichtig worden geïnterpreteerd. Meer beweging kan ontstaan doordat:

  • de pijn tijdelijk afneemt;
  • de patiënt minder bescherming voelt;
  • de verwachting van pijn verandert;
  • het bewegingsvertrouwen toeneemt.

Een grotere bewegingsuitslag betekent dus niet automatisch dat:

  • spieren structureel langer zijn geworden;
  • fascia is losgemaakt;
  • wervels anders zijn gaan staan.

De verandering kan vooral het gevolg zijn van een veranderde ervaring van bewegen.

Acute versus chronische lage rugpijn

Lage rugpijn kan acuut of chronisch zijn.

Acute lage rugpijn

Bij acute lage rugpijn is het natuurlijke herstel vaak gunstig. De rol van cupping is hier onvoldoende sterk onderzocht om duidelijke conclusies te trekken. Een kortdurende symptomatische verbetering kan mogelijk optreden, maar dat betekent niet dat cupping het herstel versnelt. Belangrijk blijven:

  • geruststelling;
  • actief blijven;
  • geleidelijke hervatting van normale activiteiten;
  • beoordeling van eventuele alarmsymptomen.

Chronische lage rugpijn

Bij chronische lage rugpijn spelen vaak meerdere factoren een rol. Daaronder kunnen vallen:

  • fysieke belastbaarheid;
  • slaap;
  • stress;
  • bewegingsangst;
  • verwachtingen;
  • leefstijl;
  • eerdere pijnervaringen.

Cupping kan hier mogelijk tijdelijk invloed hebben op pijn, maar is zelden een volledige behandeling op zichzelf. Voor langdurige klachten is een bredere actieve aanpak meestal belangrijker.

Wat zeggen klinische studies?

Het onderzoek naar cupping bij lage rugpijn is overwegend positief voor pijn, maar kent duidelijke beperkingen. Veel studies verschillen in:

  • type cupping;
  • behandelduur;
  • hoeveelheid vacuüm;
  • aantal sessies;
  • plaatsing van cups;
  • vergelijkingsgroep.

Daarnaast worden soms dry cupping en wet cupping samen onderzocht, terwijl dit verschillende interventies zijn. Wang et al. (2017) en Moura et al. (2018) vonden positieve effecten op pijn, maar wezen op methodologische beperkingen.

Zhang et al. (2024) rapporteerde eveneens positieve kortetermijneffecten, maar minder duidelijke effecten tijdens follow-up. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat iedere vorm van cupping bij iedere patiënt met lage rugpijn effectief is.

Cupping als losse behandeling

Cupping wordt soms als zelfstandige behandeling aangeboden. Voor kortdurende pijnverlichting kan dat bij sommige patiënten effect hebben. Maar lage rugpijn is vaak complex. Een passieve behandeling alleen verandert niet automatisch:

  • conditie;
  • kracht;
  • belastbaarheid;
  • bewegingsvertrouwen;
  • werk- of sportbelasting.

Wanneer een patiënt alleen periodiek cupping nodig heeft om zich tijdelijk beter te voelen, zonder dat het functioneren verbetert, is het verstandig om het behandeldoel opnieuw te beoordelen.

Combinatie met actieve revalidatie

Cupping kan klinisch interessanter zijn wanneer het wordt gebruikt als aanvulling op actieve revalidatie. Bijvoorbeeld:

  • De patiënt ervaart veel pijn tijdens vooroverbuigen.
  • Cupping vermindert de pijn tijdelijk.
  • De patiënt durft gemakkelijker te bewegen.
  • Dit moment wordt gebruikt voor oefentherapie en opbouw van belasting.

De tape—of in dit geval de cups—zijn dan niet het einddoel. De tijdelijke verandering wordt gebruikt om:

  • bewegen te oefenen;
  • vertrouwen op te bouwen;
  • dagelijkse activiteiten te hervatten.

Dit past beter bij moderne richtlijnen voor lage rugpijn, waarin actief blijven en zelfmanagement centraal staan.

Praktijkvoorbeeld

Een patiënt heeft al drie maanden lage rugpijn. Vooral vooroverbuigen en lang zitten geven klachten. Voor de behandeling wordt vooroverbuigen getest:

  • pijn: 6 op 10;
  • duidelijke stijfheid;
  • voorzichtig bewegingsgedrag.

De therapeut plaatst enkele cups met een matige en goed verdraagbare negatieve druk op de lage rug. Na de behandeling wordt de beweging opnieuw getest. De patiënt ervaart:

  • pijn: 3 op 10;
  • minder stijfheid;
  • meer vertrouwen.

Kan de therapeut concluderen dat:

  • de fascia is losgemaakt;
  • de rugspieren zijn ontspannen;
  • de oorzaak van de rugpijn is opgelost?

Nee. Wel kan worden vastgesteld dat de patiënt tijdelijk minder pijn ervaart en gemakkelijker beweegt. De therapeut gebruikt dat moment vervolgens om:

  • actief te bewegen;
  • een oefenprogramma uit te voeren;
  • de dagelijkse belasting verder op te bouwen.

Conclusie

Cupping kan bij sommige patiënten met lage rugpijn op korte termijn pijn verminderen. Onderzoek laat vooral positieve effecten zien op:

  • pijn;
  • ervaren stijfheid;
  • soms bewegingsvrijheid.

De kwaliteit van het bewijs varieert en de effecten op langere termijn zijn minder overtuigend. Er is onvoldoende bewijs dat cupping:

  • spieren letterlijk losmaakt;
  • fascia ontkleeft;
  • de onderliggende oorzaak van lage rugpijn structureel herstelt.

Een meer realistische verklaring is dat cupping een combinatie geeft van:

  • mechanische prikkeling;
  • sensorische input;
  • pijnmodulatie;
  • contextuele effecten.

Binnen de fysiotherapie is cupping daarom waarschijnlijk het meest zinvol als aanvullende interventie. De belangrijkste vraag is niet:

“Heeft de cup de rug losgemaakt?”

maar:

“Heeft deze behandeling de patiënt tijdelijk geholpen om met minder pijn en meer vertrouwen te bewegen, en kunnen we dat gebruiken om het herstel actief verder op te bouwen?”

Professioneel aan de slag met cupping?

Bekijk de professionele cupping cups en sets van FasciaShop voor een doelgerichte toepassing in de behandelpraktijk.

Bekijk cupping producten

Wetenschappelijke bronnen

  • Cramer, H. et al. (2020). Cupping for Patients With Chronic Pain: A Systematic Review and Meta-Analysis. Journal of Pain.
  • Moura, C.C. et al. (2018). Cupping therapy and chronic back pain: systematic review and meta-analysis. Revista Latino-Americana de Enfermagem.
  • Tham, L.M., Lee, H.P. & Lu, C. (2006). Cupping: From a biomechanical perspective. Journal of Biomechanics.
  • Wang, Y.T. et al. (2017). The effect of cupping therapy for low back pain: A meta-analysis based on existing randomized controlled trials. Journal of Back and Musculoskeletal Rehabilitation.
  • Zhang, Z. et al. (2024). The effectiveness of cupping therapy on low back pain: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Complementary Therapies in Medicine.