Cupping wordt al lange tijd toegepast bij pijn, spierstijfheid en andere lichamelijke klachten. De laatste jaren is ook het aantal wetenschappelijke onderzoeken naar cupping toegenomen. De uitkomsten zijn interessant, maar niet eenvoudig samen te vatten met alleen “cupping werkt” of “cupping werkt niet”.
Bij verschillende pijnklachten worden positieve effecten gevonden, vooral op korte termijn. Tegelijkertijd zijn veel onderzoeken klein, verschillen de behandeltechnieken sterk en is het risico op vertekening regelmatig hoog. Bovendien blijkt cupping niet altijd beter te werken dan sham cupping of andere actieve behandelingen. De huidige wetenschap geeft daarom vooral antwoord op de vraag: Cupping kan bij sommige patiënten tijdelijk pijn verminderen, maar we weten nog onvoldoende hoe groot, specifiek en duurzaam dit effect is.
Cupping is onderzocht bij uiteenlopende klachten, waaronder:
Onderzoekers gebruiken verschillende onderzoeksopzetten. In sommige studies wordt cupping vergeleken met:
Dat laatste is belangrijk. Bij sham cupping wordt geprobeerd een placeboachtige behandeling te maken. Er wordt bijvoorbeeld een cup gebruikt die minder of nauwelijks vacuüm geeft. Maar ook een sham cup kan:
Daardoor is het moeilijk om een werkelijk volledig inerte placebo voor cupping te maken. Dit maakt onderzoek naar de specifieke effecten van cupping ingewikkelder.
Systematische reviews verzamelen en beoordelen meerdere onderzoeken tegelijk. Meta-analyses proberen de resultaten vervolgens statistisch samen te voegen. Een belangrijke systematische review en meta-analyse van Cramer et al. (2020) onderzocht cupping bij chronische pijn. De onderzoekers vonden een groot kortetermijneffect op pijn wanneer cupping werd vergeleken met geen behandeling.
Tegenover sham cupping en andere actieve behandelingen waren de verschillen echter veel kleiner en niet overtuigend. Dat is een belangrijke bevinding. Het suggereert dat het totale effect van een cuppingbehandeling groter kan zijn dan niets doen, maar dat het minder duidelijk is hoeveel daarvan specifiek wordt veroorzaakt door het unieke mechanisme van cupping.
De auteurs benadrukten bovendien dat de geïncludeerde studies sterk van elkaar verschilden en regelmatig een verhoogd risico op bias hadden. Een systematische review van Wood et al. (2020) naar dry cupping bij musculoskeletale pijn en bewegingsuitslag vond aanwijzingen voor vermindering van pijn bij onder andere chronische nekpijn en aspecifieke lage rugpijn. Door de lage tot matige kwaliteit van het bewijs konden echter geen definitieve conclusies worden getrokken.
Ook de evidence-based review van Mohamed et al. (2023) concludeerde dat het bewijs voor cupping binnen musculoskeletale en sportrevalidatie over het algemeen laag tot matig is. Een recentere meta-analyse van Jia et al. (2025) naar chronische musculoskeletale pijn vond dat cupping de pijnintensiteit direct na behandeling kan verminderen. Voor functionele beperkingen werd echter geen duidelijk significant effect gevonden.
De algemene lijn is dus:
de resultaten voor pijn zijn positiever dan de resultaten voor functioneren.
Pijn is de uitkomst waarvoor het meeste bewijs beschikbaar is. Voor verschillende pijnklachten worden positieve kortetermijneffecten gevonden. Cramer et al. (2020) vonden dat cupping bij chronische pijn duidelijk beter kon presteren dan geen behandeling. Het verschil met sham cupping of andere actieve behandelingen was echter niet overtuigend.
Voor lage rugpijn vond een meta-analyse van Zhang et al. (2024) eveneens positieve effecten op pijn. Vooral direct na de behandeling of op korte termijn waren verbeteringen zichtbaar.
Ook eerdere reviews naar lage rugpijn, zoals die van Wang et al. (2017) en Moura et al. (2018), rapporteerden vermindering van pijn. Tegelijkertijd wezen deze auteurs op hoge heterogeniteit, verschillen tussen onderzoeken en risico op bias.
Meer recent vond Jia et al. (2025) bij chronische musculoskeletale pijn opnieuw een positief onmiddellijk effect op pijnintensiteit. De meest verdedigbare conclusie is daarom:
cupping kan bij sommige musculoskeletale pijnklachten op korte termijn pijn verminderen.
Dat betekent niet automatisch dat cupping de onderliggende oorzaak van de klacht wegneemt. Pijn kan veranderen door verschillende mechanismen, waaronder:
Cupping wordt vaak toegepast met als doel iemand “losser” te laten bewegen. Onderzoeken meten daarom soms:
De resultaten zijn minder consistent dan voor pijn. De systematische review van Wood et al. (2020) vond enkele positieve resultaten voor bewegingsuitslag, maar de kwaliteit en hoeveelheid bewijs waren onvoldoende om sterke conclusies te trekken.
Een patiënt kan na cupping wel degelijk merken dat een beweging gemakkelijker gaat. Dat hoeft echter niet te betekenen dat spieren of fascia structureel zijn verlengd. Wanneer pijn afneemt, kan iemand vaak automatisch verder of vrijer bewegen. Een verbetering in mobiliteit kan daarom ontstaan door een combinatie van:
Het precieze mechanisme is nog onvoldoende duidelijk.
Een pijnscore is niet hetzelfde als functioneren. Voor een patiënt is het uiteindelijk vaak belangrijker of hij:
Juist op deze uitkomsten is het bewijs minder overtuigend. De meta-analyse van Jia et al. (2025) vond bij chronische musculoskeletale pijn wel vermindering van pijn, maar geen duidelijke verbetering van functionele beperkingen.
Ook in andere reviews zijn resultaten op functie wisselend. Dit onderscheid is belangrijk. Een behandeling kan de pijn tijdelijk verminderen zonder dat iemand daardoor automatisch:
Daarom moet een klinisch relevant effect niet uitsluitend worden beoordeeld op basis van pijnvermindering.
Cupping wordt veel gebruikt bij klachten die patiënten of therapeuten omschrijven als:
Sommige onderzoeken rapporteren vermindering van pijn en gevoeligheid na cupping. Dat betekent echter niet automatisch dat cupping een spier direct “ontspant” of dat een spierknop fysiek wordt verwijderd. De invloed van cupping kan mogelijk samenhangen met:
Voor directe en langdurige veranderingen in spierstructuur of spiertonus bestaat veel minder overtuigend bewijs. Het is daarom wetenschappelijk zorgvuldiger om te zeggen dat iemand na cupping minder spanning kan ervaren, dan om te stellen dat de spier aantoonbaar structureel is losgemaakt.
Een belangrijk patroon binnen het cuppingonderzoek is dat positieve effecten vooral op korte termijn worden gevonden. Direct na behandeling of binnen enkele dagen kan een patiënt bijvoorbeeld:
Voor langdurige effecten is het bewijs veel beperkter. De review van Cramer et al. (2020) richtte zich vooral op kortetermijneffecten en benadrukte dat sterker onderzoek nodig is.
Ook de meta-analyse van Zhang et al. (2024) naar lage rugpijn vond vooral positieve resultaten op korte termijn. Tijdens latere follow-upmetingen waren de effecten minder overtuigend. Dit is klinisch relevant. Een tijdelijke vermindering van pijn kan waardevol zijn wanneer iemand daardoor:
Maar een tijdelijke verbetering is niet hetzelfde als duurzaam herstel.
Veel onderzoek beoordeelt cupping als een op zichzelf staande interventie. Dat is nuttig om te onderzoeken of de techniek zelfstandig effect heeft, maar sluit niet altijd aan bij de dagelijkse fysiotherapiepraktijk. Bij veel musculoskeletale klachten spelen meerdere factoren een rol, zoals:
Een reeks cuppingbehandelingen zonder aandacht voor deze factoren zal daarom niet altijd voldoende zijn. De huidige wetenschap geeft onvoldoende ondersteuning voor het idee dat cupping voor de meeste musculoskeletale klachten als volledige zelfstandige behandeling moet worden gezien. Vooral bij langdurige klachten is het logisch om verder te kijken dan alleen een passieve behandeling.
Binnen de fysiotherapie kan cupping worden gebruikt als aanvullende interventie. Een praktisch voorbeeld: Een patiënt met lage rugpijn ervaart zoveel pijn dat bewegen en oefenen moeilijk is. Na een korte cuppingbehandeling neemt de pijn tijdelijk af. Die tijdelijke verbetering kan vervolgens worden gebruikt om:
In dat geval is cupping niet de volledige behandeling. De cupping creëert mogelijk een tijdelijk venster waarin actieve revalidatie gemakkelijker wordt. Dit is waarschijnlijk een relevantere klinische vraag dan:
“Is cupping beter dan oefentherapie?”
De betere vraag is:
“Voegt cupping bij deze patiënt iets toe aan een bredere actieve behandeling?”
Hiervoor is nog relatief weinig goed onderzoek beschikbaar. Veel studies onderzoeken cupping geïsoleerd, terwijl in de moderne fysiotherapie juist de combinatie met actieve interventies klinisch interessant kan zijn.
Een van de grootste problemen binnen cuppingonderzoek is de enorme variatie tussen studies. Onderzoeken verschillen in:
Er wordt gewerkt met:
Deze technieken zijn niet rechtstreeks met elkaar vergelijkbaar.
Sommige studies gebruiken een lichte negatieve druk, andere een veel sterker vacuüm. Vaak wordt de werkelijke druk niet objectief gemeten.
Een cup kan:
blijven zitten.
Cups worden geplaatst:
Sommige patiënten krijgen één behandeling, andere meerdere sessies gedurende weken.
Cupping wordt vergeleken met:
Het maakt veel verschil of een behandeling wordt vergeleken met niets doen of met een geloofwaardige actieve interventie.
Veel studies hebben:
Deze verschillen verklaren waarom meta-analyses soms grote statistische effecten vinden, terwijl de zekerheid over de werkelijke klinische betekenis toch beperkt blijft.

De wetenschap rond cupping geeft geen eenvoudig zwart-witantwoord. Er zijn inmiddels meerdere systematische reviews en meta-analyses die laten zien dat cupping bij bepaalde musculoskeletale pijnklachten op korte termijn pijn kan verminderen. De resultaten zijn het meest positief voor pijn. Voor:
is het bewijs veel minder overtuigend. Ook blijkt cupping vaak duidelijker beter te presteren dan geen behandeling dan ten opzichte van sham cupping of andere actieve behandelingen. Dat betekent dat het totale effect waarschijnlijk wordt bepaald door een combinatie van:
De kwaliteit van het bewijs varieert van laag tot matig en veel studies verschillen sterk in techniek en dosering. De meest evenwichtige conclusie is daarom:
Cupping kan bij sommige patiënten een bruikbare kortdurende interventie zijn voor pijnvermindering, maar het bewijs voor duurzame functionele verbetering is veel beperkter.
Binnen de fysiotherapie is cupping daarom waarschijnlijk het meest logisch als aanvulling op een bredere behandeling, niet als vervanging van bewegen, oefentherapie en geleidelijke opbouw van belastbaarheid. De belangrijkste klinische vraag is uiteindelijk niet alleen:
“Werkt cupping gemiddeld in onderzoek?”
maar ook:
“Voegt cupping bij deze patiënt voldoende toe om een relevant behandeldoel gemakkelijker te bereiken?”
Bekijk de professionele cupping cups en sets van FasciaShop voor een doelgerichte toepassing in de behandelpraktijk.
Bekijk cupping producten