Kinesiotape en sporttape worden beide op de huid aangebracht om een lichaamsgebied te ondersteunen, maar de tapes verschillen sterk in eigenschappen en toepassing. Het belangrijkste verschil is de elasticiteit. Kinesiotape is elastisch en ontworpen om mee te bewegen met het lichaam. Traditionele sporttape, ook wel rigide of niet-elastische tape genoemd, is juist bedoeld om beweging sterker te beperken of mechanische ondersteuning te geven.
Welke tape het meest geschikt is, hangt daarom af van het doel. Wil je een gewricht tijdelijk meer mechanisch begrenzen? Dan kan sporttape passend zijn. Wil je bewegingsvrijheid behouden en tegelijkertijd sensorische input geven? Dan kan kinesiotape een mogelijkheid zijn.
Het duidelijkste verschil tussen kinesiotape en traditionele sporttape is de rekbaarheid. Kinesiotape is elastisch en kan in de lengterichting worden uitgerekt. Na het aanbrengen beweegt de tape grotendeels mee met de huid en het lichaamsdeel. Sporttape is veel minder elastisch of vrijwel niet rekbaar. Hierdoor kan de tape worden gebruikt om beweging sterker te begrenzen.
Dit verschil in materiaaleigenschappen bepaalt voor een belangrijk deel hoe de tapes worden toegepast. Kinesiotape: beweegt mee met het lichaam; geeft relatief weinig mechanische beperking; kan meerdere dagen worden gedragen; geeft langdurige sensorische input via de huid. Sporttape: is niet of nauwelijks elastisch; kan beweging mechanisch sterker beperken; wordt vaak gebruikt rond gewrichten; wordt veel toegepast tijdens sport en andere belastende activiteiten.
De twee tapes hebben daardoor niet automatisch hetzelfde doel.
Kinesiotape is ontwikkeld om relatief veel bewegingsvrijheid te behouden. De tape rekt mee wanneer het lichaamsdeel beweegt en keert vervolgens gedeeltelijk terug naar zijn oorspronkelijke lengte. Een patiënt kan daardoor meestal normaal blijven lopen, buigen, strekken en sporten. Sporttape wordt juist vaak aangebracht om bepaalde bewegingen bewust te beperken. Bij een enkel kan bijvoorbeeld worden geprobeerd om overmatige inversie te verminderen.
De mate waarin sporttape beweging daadwerkelijk beperkt, is afhankelijk van: de gebruikte tapetechniek; het aantal lagen; de richting van de tape; het gebruikte materiaal; de anatomie van het gewricht; de activiteit die wordt uitgevoerd. Onderzoek naar enkelbraces en externe enkelondersteuning laat zien dat mechanische ondersteuning een rol kan spelen bij het verminderen van het risico op terugkerende enkelblessures. De beschermende werking van sporttape kan echter tijdens inspanning afnemen doordat het materiaal en de constructie losser worden (Dizon & Reyes, 2010; Kaminski et al., 2013).
De termen ‘ondersteunen’ en ‘beperken’ worden bij tape vaak door elkaar gebruikt, maar er is een belangrijk verschil.
Kinesiotape geeft relatief weinig weerstand tegen grote krachten. Het is daarom niet geschikt om een instabiel gewricht op dezelfde manier mechanisch te begrenzen als een stevige sporttape of brace. De ondersteuning van kinesiotape lijkt waarschijnlijk vooral samen te hangen met: sensorische input via de huid; tactiele feedback; mogelijke tijdelijke invloed op pijn; mogelijke invloed op lichaamswaarneming en proprioceptie.
Niet-elastische sporttape kan door de rigide constructie meer weerstand bieden tegen een bepaalde beweging. Het doel kan bijvoorbeeld zijn om: een ongewenste bewegingsrichting te begrenzen; een gewricht tijdens sport tijdelijk te ondersteunen; een herstelde blessure tijdens belasting extra bescherming te geven. Het verschil is dus niet dat kinesiotape ‘ondersteunt’ en sporttape niet. Beide kunnen als ondersteuning worden ervaren, maar de aard van die ondersteuning verschilt.
Kinesiotape bestaat meestal uit een elastische textiele drager met een huidvriendelijke kleeflaag. Veel kinesiotapes zijn gemaakt van katoen of een combinatie van synthetische en elastische vezels. De lijm wordt vaak in een patroon aangebracht en is bedoeld om de tape gedurende langere tijd op de huid te laten zitten. Traditionele sporttape bestaat meestal uit een sterke, niet-elastische textiele drager met een stevige kleeflaag. Het materiaal is ontworpen om relatief hoge trekkrachten te weerstaan.
Ook de manier waarop de tape wordt gedragen verschilt vaak. Kinesiotape kan, afhankelijk van de huid en het product, meerdere dagen blijven zitten. Sporttape wordt meestal voor een training, wedstrijd of specifieke activiteit aangebracht en daarna verwijderd. De precieze eigenschappen verschillen uiteraard per merk en type tape.
Kinesiotape en sporttape kunnen voor verschillende doelen worden gebruikt. Kinesiotape wordt onder andere toegepast bij: musculoskeletale pijnklachten; tijdelijke sensorische ondersteuning; bewustwording van een lichaamsgebied; ondersteuning tijdens bewegen en oefenen; bepaalde toepassingen bij zwelling of oedeem. Sporttape wordt onder andere toegepast bij: preventie van terugkerende enkelblessures; tijdelijke mechanische ondersteuning van een gewricht; beperking van een specifieke bewegingsrichting; ondersteuning tijdens wedstrijden en trainingen.
De keuze voor een tape moet daarom beginnen met de vraag: wat wil je met het tapen bereiken? Een tape kiezen omdat deze bij een bepaalde diagnose ‘hoort’ is minder logisch dan eerst het behandeldoel bepalen.

Kinesiotape kan worden overwogen wanneer het wenselijk is om de bewegingsvrijheid grotendeels te behouden. Voorbeelden zijn situaties waarin een therapeut of sporter tape wil gebruiken voor: extra sensorische feedback; tijdelijke ondersteuning bij bewegen; mogelijke kortdurende pijnvermindering; bewustwording van een beweging of lichaamsgebied; ondersteuning naast oefentherapie of training.
Wetenschappelijk onderzoek naar kinesiotape laat wisselende resultaten zien. Systematische reviews vinden bij sommige aandoeningen kleine of kortdurende effecten op bijvoorbeeld pijn en functie, maar kinesiotape is doorgaans niet overtuigend superieur aan andere actieve behandelingen (Parreira et al., 2014; Tran et al., 2023). Kinesiotape kan daarom het beste worden gezien als een mogelijk aanvullend hulpmiddel en niet als een zelfstandige behandeling voor de oorzaak van een klacht.
Sporttape ligt meer voor de hand wanneer het doel is om een bepaalde beweging tijdelijk mechanisch te begrenzen. Een bekend voorbeeld is het tapen van de enkel bij een sporter met een voorgeschiedenis van enkelverzwikkingen.
Binnen de preventie van enkelblessures is externe ondersteuning, waaronder taping en bracing, uitgebreid onderzocht. Richtlijnen en systematische reviews ondersteunen het gebruik van externe enkelondersteuning vooral bij sporters met een verhoogd risico op een nieuwe enkelverzwikking (Dizon & Reyes, 2010; Kaminski et al., 2013). Sporttape kan bijvoorbeeld worden gekozen: tijdens terugkeer naar sport; bij een verhoogd risico op een recidief; wanneer een specifieke bewegingsrichting tijdelijk moet worden beperkt; tijdens een training of wedstrijd.
Ook sporttape vervangt echter niet automatisch actieve revalidatie. Bij bijvoorbeeld enkelinstabiliteit blijven kracht, balans, coördinatie en sportspecifieke training belangrijk.
Kinesiotape en sporttape kunnen in sommige situaties worden gecombineerd, maar dat is niet automatisch noodzakelijk. Een combinatie kan bijvoorbeeld worden gebruikt wanneer een therapeut zowel mechanische begrenzing als aanvullende sensorische input wil toepassen. In de praktijk kan een sporter bijvoorbeeld een rigide tapeconstructie rond de enkel krijgen om een bepaalde beweging te begrenzen. Kinesiotape kan eventueel aanvullend op een ander gebied worden gebruikt voor tactiele feedback.
Het is belangrijk om daarbij rekening te houden met: de totale hoeveelheid tape; huidbelasting; mogelijke huidirritatie; bewegingsvrijheid; comfort; het daadwerkelijke behandeldoel. Meer tape betekent niet automatisch meer effect.
Een voetballer heeft enkele maanden geleden zijn enkel verzwikt en gaat weer volledig deelnemen aan wedstrijden. Tijdens dagelijkse activiteiten heeft hij geen klachten, maar door een eerdere enkelblessure heeft hij een verhoogd risico op een nieuwe verzwikking. Wanneer het doel is om tijdens een wedstrijd een risicovolle bewegingsrichting van de enkel tijdelijk mechanisch te begrenzen, kan sporttape een logische keuze zijn.
Een andere patiënt heeft na een enkelblessure geen duidelijke mechanische instabiliteit meer, maar voelt zich tijdens oefeningen nog onzeker en ervaart kinesiotape als prettig. Wanneer het doel vooral extra tactiele feedback is zonder de bewegingsvrijheid sterk te beperken, kan kinesiotape worden overwogen. Dezelfde lichaamsregio kan dus met verschillende soorten tape worden behandeld, afhankelijk van het doel.
Het belangrijkste verschil tussen kinesiotape en traditionele sporttape is de elasticiteit en daarmee de mate van mechanische ondersteuning. Kinesiotape is elastisch, beweegt mee met het lichaam en behoudt relatief veel bewegingsvrijheid. De mogelijke werking lijkt vooral samen te hangen met sensorische input via de huid en tijdelijke effecten op bijvoorbeeld pijn, lichaamswaarneming en bewegen.
Sporttape is niet of nauwelijks elastisch en kan worden gebruikt om bepaalde bewegingen sterker mechanisch te begrenzen. Hierdoor wordt sporttape veel toegepast bij tijdelijke ondersteuning en blessurepreventie, bijvoorbeeld bij sporters met een voorgeschiedenis van enkelverzwikkingen. De keuze tussen kinesiotape en sporttape moet daarom niet alleen afhangen van de klacht, maar vooral van het doel: bewegingsvrijheid behouden en sensorische input geven: kinesiotape; een beweging tijdelijk sterker mechanisch begrenzen: sporttape.
Beide soorten tape kunnen nuttige hulpmiddelen zijn, maar vervangen waar nodig geen goede diagnostiek, actieve revalidatie en het geleidelijk opbouwen van belastbaarheid.
Vergelijk elastische kinesiotape en rigide sporttape en kies het materiaal dat past bij jouw behandeldoel.
Bekijk alle tape