Een litteken is meer dan alleen een zichtbaar lijntje op de huid. Na een operatie, verwonding of brandwond ontstaat nieuw bindweefsel dat gedurende maanden tot zelfs jaren kan veranderen. Sommige littekens blijven soepel en geven nauwelijks klachten. Andere littekens worden stug, gevoelig, verdikt of lijken vast te zitten aan de onderliggende weefsels.
Binnen de fysiotherapie en littekenbehandeling wordt kinesiotape soms gebruikt om een litteken en het omliggende weefsel mechanisch en sensorisch te prikkelen. Maar wat gebeurt er eigenlijk tijdens de ontwikkeling van een litteken? En wat weten we over de effectiviteit van kinesiotape? Hoe verandert een litteken? Littekenvorming is onderdeel van het normale wondgenezingsproces. Dit proces wordt meestal onderverdeeld in drie deels overlappende fasen: de ontstekingsfase; de proliferatiefase; de remodelleringsfase.
In de eerste fase reageert het lichaam op de beschadiging en wordt de wond voorbereid op herstel. Vervolgens wordt nieuw weefsel gevormd, waarbij onder andere fibroblasten en collageen een belangrijke rol spelen. Daarna begint de langdurige remodelleringsfase. Collageenvezels worden voortdurend afgebroken, opnieuw opgebouwd en georganiseerd. Het litteken verandert hierdoor geleidelijk van structuur.
Een jong litteken kan rood, verdikt, gevoelig en relatief stug zijn. Naarmate het litteken rijpt, wordt het meestal vlakker, bleker en soepeler. Dit proces kan twaalf tot achttien maanden duren en soms nog langer. Niet ieder litteken ontwikkelt zich hetzelfde. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van: een normaal vlak litteken; een hypertrofisch litteken; een keloïd; een ingetrokken of verkleefd litteken.
Vooral hypertrofische littekens en keloïden kunnen verdikt, rood, jeukend of pijnlijk zijn. De behandeling hiervan vraagt vaak om een specifieke aanpak.
De huid beweegt normaal gesproken ten opzichte van het onderliggende bindweefsel. Ook tussen verschillende lagen van het lichaam vindt beweging plaats. Na een operatie of trauma kan de normale beweeglijkheid tussen deze lagen veranderen. Littekenweefsel kan stijver zijn dan het oorspronkelijke weefsel en er kunnen verklevingen ontstaan. Hierdoor kan de huid lokaal minder goed verschuiven.
Dit kan merkbaar zijn als: een trekkend gevoel; lokale stijfheid; gevoeligheid bij aanraking; pijn tijdens beweging; beperking van de bewegingsvrijheid. Een litteken op de buik kan bijvoorbeeld tijdens strekken of draaien een trekkend gevoel veroorzaken. Een litteken rond een gewricht kan mogelijk bijdragen aan een gevoel van bewegingsbeperking wanneer huid en onderliggende weefsels onvoldoende ten opzichte van elkaar kunnen verschuiven.
Binnen de behandeling wordt daarom niet alleen gekeken naar het uiterlijk van een litteken, maar ook naar mobiliteit, gevoeligheid, dikte, kleur en de invloed op het bewegen.
Mechanische krachten spelen een belangrijke rol tijdens de ontwikkeling van een litteken. Vooral langdurige spanning op een genezende wond kan invloed hebben op de vorming en verbreding van een litteken. Een systematische review van O’Reilly et al. (2021) liet zien dat niet-elastische tape, zoals papieren chirurgische tape, mogelijk effectief is bij het verminderen van kenmerken van lineaire chirurgische littekens, waaronder littekenhoogte, kleur en jeuk. Het verminderen van mechanische spanning op de wondranden wordt gezien als een mogelijke verklaring.
Kinesiotape werkt anders. Het materiaal is elastisch en kan daardoor tijdens beweging voortdurend kleine mechanische krachten op de huid uitoefenen. Afhankelijk van de richting, spanning en manier van aanbrengen kan kinesiotape theoretisch worden gebruikt om: spanning rond een litteken te beïnvloeden; de huid in een bepaalde richting te belasten; beweging tussen huid en onderliggende structuren te stimuleren; een langdurige, lichte mechanische prikkel te geven.
De precieze biologische reactie op deze mechanische prikkels is echter nog onvoldoende onderzocht. Het is daarom te eenvoudig om te stellen dat kinesiotape een verkleving letterlijk “losmaakt”. Een eventuele verandering ontstaat waarschijnlijk door een combinatie van mechanische belasting, beweging, sensorische prikkeling en natuurlijke weefselremodellering.
Littekens kunnen een veranderde gevoeligheid hebben. Sommige littekens zijn juist minder gevoelig, terwijl andere littekens overgevoelig of pijnlijk worden bij aanraking. Kinesiotape geeft gedurende langere tijd een lichte prikkel aan de huid. Iedere beweging van het lichaam zorgt voor een kleine verandering in de spanning tussen tape en huid. Hierdoor ontstaat continue sensorische informatie vanuit het getapete gebied. Theoretisch kan dit bijdragen aan: gewenning aan aanraking; verandering van de waarneming van het littekengebied; vermindering van bewegingsangst; verbetering van het lichaamsgevoel.
Dit sluit aan bij het bredere principe van desensitisatie, waarbij een gevoelig gebied geleidelijk wordt blootgesteld aan verschillende vormen van aanraking en mechanische prikkeling. Er is echter nog onvoldoende specifiek onderzoek om te bepalen hoeveel van een eventueel effect van kinesiotape op littekenklachten daadwerkelijk door sensorische prikkeling wordt veroorzaakt.
Kinesiotape en siliconentape worden soms met elkaar verward, maar het zijn verschillende producten met een verschillend behandeldoel. Kinesiotape is een elastische, meestal katoenen tape die wordt gebruikt om de huid en het onderliggende gebied mechanisch en sensorisch te beïnvloeden. De tape beweegt mee met het lichaam en kan in verschillende richtingen en met verschillende hoeveelheden rek worden aangebracht.
Siliconentape of siliconengel is specifiek ontwikkeld voor de preventie en behandeling van met name hypertrofische littekens en keloïden. Siliconen beïnvloeden onder andere de vochtbalans van de bovenste huidlaag en worden gedurende langere perioden op het litteken gedragen.
Voor siliconenproducten bestaat duidelijk meer wetenschappelijke ondersteuning dan voor kinesiotape. Internationale aanbevelingen voor littekenbehandeling beschouwen siliconengel en siliconenpleisters als een belangrijke niet-invasieve behandeling bij hypertrofische littekens en keloïden (Mustoe et al., 2002; Monstrey et al., 2014).
Een Cochrane-review van Jiang et al. (2019) concludeerde dat er aanwijzingen zijn voor een gunstig effect van siliconenpleisters bij hypertrofische littekens, maar benadrukte tegelijkertijd dat de kwaliteit van veel studies beperkt is. Ook een systematische review en meta-analyse van Wang et al. (2020) vond aanwijzingen dat topische siliconengel effectief kan zijn bij de preventie en behandeling van postoperatieve littekens.
Kinesiotape moet daarom niet worden gezien als een directe vervanging van siliconentherapie. Bij een verdikt of hypertrofisch litteken kan siliconentherapie een specifiekere keuze zijn. Kinesiotape kan vanuit een ander therapeutisch doel worden toegepast, bijvoorbeeld wanneer mobiliteit, trekkend gevoel of sensorische prikkeling centraal staat.
Het wetenschappelijke onderzoek naar kinesiotape specifiek bij littekens is nog beperkt. Een van de bekendere onderzoeken is dat van Karwacińska et al. (2012) naar het gebruik van kinesiotape bij hypertrofische littekens. De onderzoekers rapporteerden verbeteringen in verschillende littekenkenmerken en in de subjectieve beoordeling van het litteken. Het onderzoek suggereerde dat kinesiotape mogelijk een rol kan spelen bij de behandeling van hypertrofische littekens.
Meer recent onderzocht Albuquerque et al. (2025) het effect van kinesiotape bij hypertrofische littekens na diepe brandwonden. In deze gerandomiseerde pilotstudie werden veranderingen onderzocht in onder andere vascularisatie, soepelheid en hoogte van het litteken. De resultaten geven aanleiding tot verder onderzoek, maar door het pilotkarakter en de beperkte omvang kunnen nog geen sterke algemene conclusies worden getrokken.
Ook Pogorzelska et al. (2025) rapporteerden positieve veranderingen in littekendikte en uiterlijk bij de toepassing van kinesiotape op hypertrofische littekens na brandwonden. Ook hier geldt dat aanvullend kwalitatief hoogwaardig onderzoek nodig is.
Een review van O’Reilly et al. (2021) naar verschillende vormen van tape bij hypertrofische littekens concludeerde dat vooral voor niet-elastische tape bewijs bestaat bij de preventie en behandeling van lineaire littekens. Voor elastische tapes zoals kinesiotape waren de resultaten veelbelovend, maar het beschikbare bewijs nog voorlopig.
De huidige stand van de wetenschap kan daarom als volgt worden samengevat: tape kan een rol spelen binnen littekenmanagement, maar het bewijs voor kinesiotape specifiek is nog beperkt en aanzienlijk minder sterk dan het bewijs voor siliconentherapie bij hypertrofische littekens.
Kinesiotape mag niet over een open wond worden aangebracht. Voordat een litteken wordt getapet, moet de huid volledig gesloten en voldoende hersteld zijn. Er mogen geen open wondjes, actieve lekkage of tekenen van infectie aanwezig zijn. Bij een recent operatielitteken is het verstandig rekening te houden met: de mate van wondgenezing; eventuele hechtingen of wondsluiting; instructies van de chirurg; kwetsbaarheid van de nieuwe huid; aanwezigheid van korstjes; tekenen van infectie of wondproblemen.
Er bestaat geen universeel aantal dagen waarna ieder litteken veilig kan worden getapet. De snelheid van wondgenezing verschilt per persoon en per operatie. Bij een volledig gesloten en rustig litteken kan voorzichtig met taping worden begonnen. Bij een jonge of kwetsbare huid moet extra aandacht worden besteed aan de kleefkracht van de tape en aan het verwijderen ervan. Niet tapen bij: een open wond; een actieve huidinfectie; onvoldoende genezen wondranden; ernstige huidirritatie; een allergische reactie op de lijmlaag; onverklaarde roodheid, warmte of toenemende pijn.
Bij een afwijkend genezend litteken, een keloïd of een sterk hypertrofisch litteken kan beoordeling door een arts of gespecialiseerde behandelaar wenselijk zijn.
Een patiënt heeft enkele maanden geleden een buikoperatie ondergaan. De wond is volledig genezen, maar tijdens het strekken van de romp ervaart de patiënt een trekkend gevoel rond het litteken. Bij onderzoek blijkt dat de huid rondom een deel van het litteken minder gemakkelijk in verschillende richtingen verschuift.
De behandeling bestaat uit uitleg over het natuurlijke herstelproces, bewegingsoefeningen en gerichte mobilisatie van het littekengebied. Aanvullend wordt kinesiotape aangebracht om gedurende enkele dagen een lichte mechanische en sensorische prikkel te geven. De tape wordt niet gebruikt met het idee dat deze het littekenweefsel letterlijk “los trekt”. Het doel is om het gebied tijdens dagelijkse beweging langdurig en gedoseerd te prikkelen.
Na verloop van tijd ervaart de patiënt minder trekkend gevoel en beweegt de huid gemakkelijker. Het is daarbij niet mogelijk om de verbetering uitsluitend aan de tape toe te schrijven. Ook natuurlijke remodellering, oefeningen, dagelijkse beweging en andere behandelinterventies kunnen hebben bijgedragen. Dit illustreert hoe kinesiotape het beste kan worden gebruikt: als onderdeel van een bredere aanpak en niet als op zichzelf staande oplossing voor littekenweefsel.
Een litteken blijft na wondsluiting nog lange tijd veranderen. Tijdens de remodelleringsfase worden collageen en andere onderdelen van het bindweefsel voortdurend aangepast. Sommige littekens blijven soepel en klachtenvrij, terwijl andere littekens verdikt, gevoelig of minder beweeglijk worden.
Kinesiotape kan worden gebruikt om een genezen litteken en de omliggende huid gedurende langere tijd mechanisch en sensorisch te prikkelen. Mogelijke behandeldoelen zijn het beïnvloeden van huidmobiliteit, trekkend gevoel en gevoeligheid. Het wetenschappelijke bewijs voor kinesiotape bij littekens is echter nog beperkt. Kleine klinische studies laten interessante en soms positieve resultaten zien, maar grotere en methodologisch sterke onderzoeken zijn nodig.
Voor hypertrofische littekens en keloïden bestaat meer wetenschappelijke ondersteuning voor siliconengel en siliconenpleisters dan voor kinesiotape. Beide soorten tape hebben daarom niet automatisch hetzelfde doel. Kinesiotape kan binnen littekenbehandeling een aanvullende techniek zijn, vooral wanneer mobiliteit en sensorische prikkeling centraal staan. De tape mag pas worden toegepast wanneer de wond volledig gesloten is en de huid voldoende belastbaar is.
Een goede littekenbehandeling blijft afhankelijk van het type litteken, de fase van herstel, de klachten van de patiënt en het behandeldoel.
Bekijk ons assortiment professionele kinesiotape voor fysiotherapie, sportzorg en revalidatie.
Bekijk kinesiotape