Knieklachten behoren tot de meest voorkomende musculoskeletale aandoeningen bij zowel sporters als niet-sporters. Sporttape wordt al decennialang toegepast om de knie tijdelijk te ondersteunen, pijn te verminderen en bepaalde bewegingen te begeleiden. Afhankelijk van de aandoening kan gekozen worden voor rigide sporttape of een meer elastische tape. De wetenschappelijke onderbouwing verschilt echter per indicatie.
De knie is een complex gewricht waarin botten, kraakbeen, menisci, ligamenten en spieren nauw samenwerken. Blessures of overbelasting kunnen leiden tot pijn, instabiliteit of een verminderde functie. Sporttape wordt gebruikt om het gewricht tijdelijk te ondersteunen tijdens dagelijkse activiteiten of sport. Veelvoorkomende redenen om de knie te tapen zijn:
Het doel van tape is meestal niet om een blessure te genezen, maar om de belasting tijdelijk gunstig te beïnvloeden terwijl actief herstel plaatsvindt (Crossley et al., 2016).
Patellofemorale pijn is één van de meest voorkomende knieklachten, vooral bij jonge sporters en actieve volwassenen. De pijn bevindt zich meestal aan de voorzijde van de knie en neemt toe tijdens traplopen, hurken, hardlopen of langdurig zitten. De oorzaak is vaak multifactorieel en kan samenhangen met:
Sporttape wordt regelmatig ingezet om de pijn tijdelijk te verminderen zodat oefentherapie beter uitgevoerd kan worden (Barton et al., 2015).
Patellataping richt zich op de knieschijf en de omliggende structuren. Afhankelijk van de techniek kan geprobeerd worden om:
Daarnaast zorgt tape voor voortdurende stimulatie van huidreceptoren, waardoor de spieractiviteit en bewegingscontrole mogelijk worden beïnvloed. In de praktijk ervaren veel patiënten direct minder pijn tijdens activiteiten zoals traplopen of squats, hoewel de mate van effect per persoon sterk varieert.
De bekendste vorm van rigide patellataping is de McConnell-methode, ontwikkeld door de Australische fysiotherapeut Jenny McConnell. Deze techniek gebruikt stijve sporttape om de positie van de patella tijdelijk te corrigeren. Meestal wordt eerst een onderlaag aangebracht om huidirritatie te voorkomen, waarna de sporttape met gerichte spanning wordt geplaatst.
McConnell-taping wordt vooral toegepast bij:
De techniek is bedoeld als hulpmiddel tijdens oefentherapie en niet als langdurige behandeling (McConnell, 1986).
Van alle toepassingen van knietape is de pijnverminderende werking het best onderzocht. Meerdere systematische reviews laten zien dat patellataping op korte termijn kan leiden tot:
Het effect is meestal tijdelijk en varieert tussen patiënten. Juist doordat pijn afneemt, kunnen mensen vaak actiever deelnemen aan hun revalidatieprogramma (Barton et al., 2015; Crossley et al., 2016).
Lange tijd werd aangenomen dat McConnell-taping de positie van de knieschijf mechanisch corrigeert. Modern beeldvormend onderzoek laat echter zien dat de daadwerkelijke verplaatsing van de patella meestal klein is en vaak slechts enkele millimeters bedraagt (Derasari et al., 2010). Daarom denken veel onderzoekers tegenwoordig dat meerdere mechanismen bijdragen aan het effect van tape:
Waarschijnlijk is het gunstige effect dus niet uitsluitend het gevolg van een mechanische correctie van de patella.
Sporttape wordt ook gebruikt bij lichte ligamentaire knieproblemen, bijvoorbeeld na een milde blessure van het mediale collaterale ligament (MCL). Bij deze indicatie kan tape:
Bij ernstigere ligamentletsels, zoals een volledige voorste kruisbandruptuur, biedt sporttape echter onvoldoende mechanische stabiliteit. In dergelijke gevallen vormt tape hooguit een aanvullende ondersteuning naast een brace of een uitgebreid revalidatieprogramma (Logerstedt et al., 2017).
Zowel rigide sporttape als kinesiotape worden gebruikt bij knieklachten, maar hun doel verschilt. Rigide sporttape is vooral bedoeld om:
Kinesiotape wordt voornamelijk toegepast om:
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat beide tapevormen op korte termijn pijnvermindering kunnen geven, maar dat geen van beide technieken duidelijke langdurige voordelen laat zien zonder aanvullende oefentherapie (Lim & Tay, 2015).
Internationale richtlijnen beschouwen oefentherapie als de belangrijkste behandeling bij patellofemorale pijn. Belangrijke onderdelen zijn:
Tape kan tijdelijk worden gebruikt om pijn te verminderen, waardoor deze oefeningen beter uitgevoerd kunnen worden. Zodra de spierfunctie verbetert, neemt de noodzaak van tape meestal af (Crossley et al., 2016).
Een 26-jarige recreatieve hardloopster ontwikkelt geleidelijk pijn aan de voorzijde van de knie tijdens het traplopen en hardlopen. Tijdens het fysiotherapeutisch onderzoek blijkt sprake van patellofemorale pijn in combinatie met verminderde heupspierkracht. Er wordt tijdelijk gekozen voor McConnell-taping, waardoor de pijn tijdens squats en traplopen direct afneemt. Hierdoor kan zij zonder duidelijke pijn deelnemen aan een oefenprogramma gericht op kracht, stabiliteit en looptechniek. Na enkele weken is de tape niet langer nodig.
Sporttape kan bij bepaalde knieklachten een waardevolle tijdelijke ondersteuning bieden. Vooral bij patellofemorale pijn laat onderzoek zien dat patellataping en McConnell-taping de pijn op korte termijn kunnen verminderen en het uitvoeren van oefentherapie kunnen vergemakkelijken. Het huidige wetenschappelijke bewijs suggereert dat de gunstige effecten waarschijnlijk slechts gedeeltelijk worden veroorzaakt door een mechanische verandering van de positie van de patella. Sensorische prikkeling, veranderde spieractiviteit en pijnmodulatie lijken minstens zo belangrijk te zijn.
Bij ligamentaire knieklachten kan sporttape beperkte ondersteuning geven, maar bij ernstige instabiliteit is tape geen vervanging voor een brace of een zorgvuldig revalidatieprogramma. Net als bij andere musculoskeletale aandoeningen vormt oefentherapie de basis van duurzaam herstel, waarbij tape vooral een ondersteunende rol speelt.
Bekijk het assortiment niet-elastische sporttape voor fysiotherapie, sportverzorging en gerichte tijdelijke ondersteuning.
Bekijk witte sporttape