IASTM (Instrument Assisted Soft Tissue Mobilisation) is inmiddels niet meer weg te denken uit de moderne behandelpraktijk.
IASTM (Instrument Assisted Soft Tissue Mobilisation) is inmiddels niet meer weg te denken uit de moderne behandelpraktijk. Waar de oorsprong ligt bij de bekende Graston Technique, zien we vandaag de dag een brede toepassing van verschillende technieken en tools, afgestemd op de therapeut en de patiënt.
Toch merken we in de praktijk dat veel therapeuten wel tools gebruiken, maar nog niet altijd het maximale halen uit de variatie in technieken.
IASTM is meer dan “schrapen” over de huid. De manier waarop je een tool gebruikt – richting, druk, snelheid en intentie – bepaalt het effect op het weefsel. Door te variëren in technieken kun je gerichter werken op verschillende structuren en klachten.
Denk hierbij aan:
Elke techniek vraagt om een andere benadering.


Om dit inzichtelijk te maken hebben we een overzicht gemaakt van de meest gebruikte technieken in de praktijk. In de infographic zie je hoe je deze technieken toepast en wanneer je ze inzet.
De meest voorkomende technieken zijn:
1. Scanning
Dit is vaak de eerste stap. Met lichte druk “scan” je het weefsel om restricties en gevoeligheden te lokaliseren. Je voelt waar het weefsel anders reageert en waar je behandeling nodig is.
2. Longitudinale strokes
Bewegingen in de lengterichting van de spiervezels. Deze techniek wordt vaak gebruikt om doorbloeding te stimuleren en spanning te verminderen.
3. Cross friction
Bewegingen dwars op de vezelrichting. Deze techniek is effectief bij verklevingen en littekenweefsel, omdat je hiermee het weefsel echt “loswerkt”.
4. J-strokes
Een combinatie van richting en diepte, waarbij je met een lichte draaiing werkt. Ideaal om meer specifieke structuren aan te spreken.
5. Triggerpoint gericht werken
Hierbij werk je lokaal op pijnpunten in het weefsel. De tool geeft je meer precisie en ontlast tegelijkertijd je handen en duimen.
6. Oscillerende technieken
Kleine, ritmische bewegingen die helpen om spanning te reguleren en het weefsel te laten “meebewegen”.


Het echte verschil ontstaat wanneer je deze technieken niet los gebruikt, maar combineert binnen één behandeling.
Bijvoorbeeld:
Zo bouw je je behandeling logisch op en werk je efficiënter.
Een belangrijk voordeel van IASTM is dat je met minder fysieke belasting meer kunt bereiken. De tool wordt als het ware een verlengstuk van je handen. Dit zorgt voor:
De basis van IASTM is snel te leren, maar de verdieping zit in het herkennen van weefselreacties en het kiezen van de juiste techniek op het juiste moment.
Wil je hier meer uit halen? Dan is het belangrijk om:
IASTM is geen trucje, maar een vaardigheid. Door te begrijpen waarom je een techniek inzet, werk je gerichter en met meer vertrouwen. Gebruik je al IASTM of wil je ermee starten? Dan is dit hét moment om je techniek te verdiepen en je behandelingen naar een hoger niveau te tillen.